Olieprijs wordt dit jaar dilemma voor OPEC

Het begin van 2004 werd gemarkeerd door verder stijgende olieprijzen. Het is de vraag of de olie nog duurder wordt nu oliekartel OPEC heeft gezegd dat het graag een daling ziet. De olieprijs – zo bepalend voor de economische groei – gaat weer een hectisch jaar tegemoet.

Het wordt een cruciaal jaar voor de oliesector. Een jaar ook met legio dilemma's voor de organisatie van olie-exporterende landen OPEC die vorig jaar nog altijd 30 miljoen van de 78 miljoen vaten olie produceerde die de wereld elke dag consumeert.

De olielanden zijn voor hun welvaart afhankelijk van olie-export en de hogere olieprijs helpt de in problemen verkerende economieën. Tegelijkertijd is dure olie slecht voor hun belangrijke afnemers in het Westen die het economisch herstel in gevaar zien komen als de olieprijs ver boven de 30 dollar (23,80 euro) per vat staat. Immers, volgens een berekening van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) schaaft een stijging van de olieprijs van 50 procent in het eerste jaar 0,4 procentpunt af van de – toch al magere – Europese economische groei.

Begin 2004 leek het erop dat de wereld voorlopig rekening moest blijven houden met een stijgende olieprijs. Toen maandag de prijs van het OPEC-mandje – opgebouwd uit zeven oliesoorten van het kartel – meer dan twintig dagen boven de 28 dollar per vat stond, bleef het muisstil in het OPEC-hoofdkantoor in Wenen. En dat terwijl de organisatie de richtlijn heeft dat het in zo'n situatie de productie met een half miljoen vaten olie per dag zal verhogen om de prijs te drukken en terug te brengen naar tussen de 22 tot 28 dollar, de bandbreedte die het sinds 2000 probeert te handhaven.

De olie van de OPEC-landen staat momenteel iets boven de 30 dollar per vat. Een vat Brent Noordzee-olie kost 31 dollar en de Amerikaanse West-Texas Intermediate olie kwam gisteren uit op 33,57 dollar. Eerder deze week nog reikte de WTI-prijs tot het hoogste punt in negen maanden.

OPEC handelde afgelopen maandag niet, omdat de organisatie vindt dat de stijging van de prijs niet wordt veroorzaakt door problemen in het aanbod, maar vooral door politieke ontwikkelingen zoals de onrust in Irak, het land dat in potentie een zeer grote olieproducent is maar waar de productie moeizaam op gang komt door de verslechterende veiligheidssituatie.

Vanmorgen bleek echter dat het goed mogelijk is dat de bandbreedte dit jaar weer zal worden bereikt. OPEC-president Yusgiantoro zei dat het kartel liever een prijs heeft rond de 28 dollar, de bovenkant van de bandbreedte, en dat OPEC-leden er alles aan doen om de prijs daar te krijgen. ,,We zien de prijs het liefst zo'n 2 dollar onder de huidige prijs en de leden van OPEC zijn zich ervan bewust dat in tijden als deze de olieprijs stabiel moet blijven'', aldus Yusgiantoro, tevens minister van Energie van Indonesië, in een interview met het Britse persbureau Reuters.

De OPEC-president stelde verder dat het lang niet zeker is dat het kartel de productie tijdens de komende vergadering in februari zal verlagen, iets waar analisten serieus rekening mee houden. De analisten gaan ervan uit dat OPEC de verlaging zal doorvoeren om te voorkomen dat de olieprijs keldert in het tweede kwartaal als de vraag afneemt omdat de winter op het noordelijk halfrond voorbij is.

Het is een extra dilemma voor OPEC, en met name voor leider Saoedi-Arabië. Een verlaging van de productie zou veel kritiek opleveren vanuit het Westen waar men graag de olieprijs ziet dalen om het economisch herstel te stimuleren. Maar de olielanden moeten de prijs hoog houden om bijvoorbeeld de effecten van de zwakkere dollar te minimaliseren. De Amerikaanse munt heeft het afgelopen jaar veel waarde verloren wat grote gevolgen heeft voor de OPEC-landen, blijkt uit een recent rapport van Citigroup. Zo krijgt Saoedi-Arabië vrijwel al het inkomen in dollars uitbetaald, omdat de oliehandel nu eenmaal in de Amerikaanse munt wordt gedaan. Echter, zo'n 70 procent van de goederen die het land importeert, komt van buiten de VS en moet dus in een andere valuta wordenafgerekend. De koopkracht van 's werelds grootste olie-exporteur is daardoor sterk afgenomen.

Of een verlaging echt nodig zal zijn, is onduidelijk. De elf OPEC-leden, waaronder landen als Saoedi-Arabië, Indonesië, Venezuela en Koeweit, produceren ruim 1,5 miljoen vaten meer per dag dan de 24,5 miljoen vaten die eind 2003 werden afgesproken. Als de olieprijs wegzakt, kan het kartel ook besluiten zich te gaan houden aan de eigen productiequota.