Meer omzet voor tuinbouwsector

De Nederlandse tuinbouwsector heeft vorig jaar een omzet behaald van 7,1 miljard euro, 2 procent meer dan in het jaar daarvoor. Het aandeel van de tuinbouw in de totale agrarische productie van Nederland bedraagt nu 41 procent, 2 procent meer dan in 2002.

,,De tuinbouw is nu bijna even groot als de rundveehouderij en de intensieve veehouderij samen'', zei voorzitter J. van der Veen van het Productschap Tuinbouw gisteren bij het bekendmaken van de cijfers.

Binnen de Nederlandse tuinbouw is de bloemkwekerij economisch gezien de grootste sector, met een omzet van 3,5 miljard euro. Dat is 6 procent meer dan in 2002. De omzet steeg het meest bij de groenteteelt-onder-glas (tomaat, paprika, komkommer). Die omzet bedroeg 1,3 miljard euro, een stijging van 9 procent vergeleken met 2002. Van Veen noemde de glastuinbouw gisteren ,,het goudhaantje van de Nederlandse economie''. Hij pleitte er gisteren bij minister Dekker van Ruimtelijke Ordening (VROM) voor om de tuinbouw meer ruimte te geven zodat nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen. Zo is het areaal aan glastuinbouw de laatste jaren gelijk gehouden, op circa 10.000 hectare, ondanks het economisch succes van deze sector.

De telers van bloembollen zagen hun omzet met 6 procent dalen naar 575 miljoen euro. Deze sector kampt met overproductie, en omdat er veel wordt geëxporteerd naar de Verenigde Staten, heeft men ook last van de dure euro. Ook de telers van vollegrondsgroenten (bijvoorbeeld wortel, witlof en allerlei soorten kool) zagen hun omzet het afgelopen jaar teruglopen, met 10 procent.

In de internationale handel in tuinbouwproducten neemt Nederland ook een belangrijke positie in. De exportwaarde van die producten (op eigen bodem geproduceerd, dan wel doorgevoerd via een ander land) bedroeg vorig jaar 12,5 miljard euro. Het handelsoverschot kwam uit op 6,75 miljard euro.