Mars in beeld

De spectaculaire kleurenfoto van de planeet Mars die deze krant gisteren op zijn voorpagina plaatste was van Amerikaanse makelij. De NASA, het Amerikaanse ruimtevaartagenschap, slaagde waar zijn Europese tegenhanger ESA jammerlijk faalde: in het succesvol laten landen van een Marsverkenner op de rode planeet. De Beagle-2, van Brits ontwerp, heeft na landing niets van zich laten horen. De Amerikaanse Spirit landde naar behoren, ging aan het werk en seinde puntgave foto's over van van een gebied dicht bij de Marsevenaar. De druiven zullen zuur zijn voor de European Space Agency, in het bijzonder voor het Britse Beagle-team. Anderzijds: de Britten zijn gewend aan spectaculaire mislukkingen met ontdekkingsreizen. En helemaal afgeschreven is de Beagle – genoemd naar het schip waarmee Darwin rond 1835 wetenschappelijk de wereld afstruinde – nog niet. Theoretisch is er een kansje dat het 32 kilo zware apparaat alsnog van zich laat horen. Het moederstation van de Beagle, de Mars Express, is hoogstwaarschijnlijk netjes in een baan om Mars gekomen, zoals was voorzien. Na enkele koerscorrecties zal van daaruit geologisch en meteorologisch onderzoek worden gedaan. Van een totale mislukking van de missie is dus allerminst sprake, al was het voor de ESA en de Britten een mooie opsteker geweest als zìj beelden vanaf Mars hadden kunnen doorzenden. Het is voor het eerst dat `Europa' Mars exploreert, met dank aan Rusland dat voor de lancering van de Mars Express een draagraket ter beschikking stelde.

De vraag is natuurlijk: wat levert het op en is het zijn geld wel waard, en zal het (deels) falen van de Europese Marsmissie (budgettaire) gevolgen hebben? De Amerikanen hebben wat dat laatste betreft de meeste ervaring. Na mislukte missies in 1999 moest het hele NASA-programma voor Mars worden herzien. De ESA – waarin vijftien Europese landen deelnemen – heeft de risico's in dit geval wijselijk genoeg gespreid. Een definitief falen van de Beagle-2 is geen ramp. Het kan ruimschoots worden gecompenseerd door het technisch en wetenschappelijk gezien belangrijke onderzoek van de Mars Express, dat zeker kans van slagen heeft. Zowel Amerikanen als Europeanen willen meer te weten komen over de vragen of er leven was op Mars en waar het water van de rode planeet is gebleven.

Ondanks de tegenslag met de Beagle is het van belang dat de Europese ruimtevaartorganisatie ESA de middelen krijgt om door te gaan met haar Marsonderzoek. Het daagt uit, verkent de grenzen van de wetenschap, geeft misschien antwoord op veelgestelde existentiële vragen en kan gunstige neveneffecten hebben. De Beagle-2 kostte naar schatting tussen de 60 en 65 miljoen euro, nog geen fractie van de prijs van de Amerikaanse Mars-verkenners Spirit en Opportunity. Met een jaarbudget van 2,8 miljard euro is de ESA niet overdreven ruim bedeeld. De NASA krijgt 14 miljard dollar. De ESA-deelnemers, waaronder Nederland, kunnen best iets guller zijn. Geen European merkt dat van `zijn' geld Mars wordt onderzocht. Dat het gebeurt is louter vooruitgang; dat er ook wel eens wat mis gaat, hoort er alleen maar bij.