Kill Dick

Als jongen mocht ik graag de stripboekjes over de held Dick Bos lezen. Ik heb er vier uit de serie van tekenaar Alfred Mazure bewaard, die ik om jeugdsentimentele redenen niet gauw zal wegdoen.

Dick Bos was een lange, lenige man van omstreeks de veertig jaar met een strak achterover gekamde haardos-met-inhammen, die zich als detective dankzij zijn slimheid en zijn beheersing van het jioe-jitsoe moeiteloos kon handhaven. Zijn spreekstijl doet achteraf wat stijfjes aan (,,Geef mij dat schietijzer maar, dat is gevaarlijk voor meisjes''), maar zijn modus operandi oogt nog altijd uiterst efficiënt.

In het verhaal K 22 is Dick een verzetsman die zichzelf uit het concentratiekamp van Amersfoort bevrijdt. ,,Het sneeuwt! Je zult elke verfrissing nodig hebben die je krijgen kunt, knaap!'' voegen Duitse militairen hem tevoren toe.

Maar ze hebben, zoals dat in jongensboeken altijd heette, buiten de waard gerekend. Dick schakelt de ene wachtpost na de andere uit, vermomt zich als Duits militair en zwemt naar de vrijheid. Dan meldt hij zich bij zijn contactman met de woorden: ,,Hallo, Peter! Hoe vind je me in deze plunje?! Maar gekheid terzijde, ik moet zo gauw mogelijk naar Den Haag.''

Zo'n boekje lezen in de warme gloed van een aangenaam knappende kolenhaard, ach, laat ik erover ophouden. Waarom ben ik er eigenlijk over begonnen?

Omdat ik eindelijk de film Kill Bill van Quentin Tarantino heb gezien. Ik was het niet van plan geweest, maar toen de Nederlandse filmjournalisten Kill Bill uitriepen tot de op één na beste film van het afgelopen jaar (achter de animatiefilm Finding Nemo), mocht ik me dit cultuurgenot niet langer ontzeggen.

Ik verliet de bioscoop met een onvervalst Dick Bos-gevoel. Uma Thurman, hoofdrolspeelster, is de moderne, vrouwelijke versie van Dick Bos. Wat jioe-jitsoe was voor Dick, dat is het samoeraizwaard voor Uma. Zij hakt hoofden en ledematen af met hetzelfde gemak waarmee ik 's morgens het scheermes hanteer. Aan het einde stelt ze liefst 88 yakuza's (Japanse gangsters) buiten gevecht. (De Nederlandse filmjournalisten hebben ze voor me geteld.)

Vooral het afgehakte hoofd is erg gewild bij Tarantino. Zó zie je iemand nog pratend op zijn stoel zitten, en het volgende moment zit de betrokkene als het ware verbijsterd naar zijn eigen hoofd te kijken dat naast hem op tafel ligt. Het moet een eigenaardige sensatie zijn, ook voor de meeste kijkers. Waar is zijn hoofd, denk je eerst, en dan pas zie je dat donkere gat boven zijn boord waaruit een bloedfonteintje spuit. Op dat moment wil je hem toeroepen: ,,Je zult elke verfrissing nodig hebben die je kunt krijgen, knaap!''

Kill Bill gaat, net als Dick Bos, over de almachtsfantasieën van de maker. Tarantino is een jongen gebleven die nog steeds de stripverhalen van vroeger spelt. Er is weinig over zijn intieme leven bekend, behalve dat hij in zijn villa de hele dag naar oude films zit te kijken.

Sommige Amerikaanse filmcritici beginnen zich zorgen over hem te maken. Zou hij wel eens een gewoon mens zien, vragen ze zich af. Die vraag zou je ook aan de Nederlandse filmjournalisten kunnen stellen, enkele sceptici onder hen daargelaten.