Gloedvolle Kamermuziek

Wat heb je het liefst op je boterham, vraagt Konijn. Honing of chocoladepasta. Allebei, antwoordt Winnie de Pooh. Maar boterham hoeft niet. Dit had het motto kunnen zijn voor een geheel Engels kamermuziekprogramma, afgelopen woensdag in de Serie Tijdgenoten door een heel geëngageerd Asko Ensemble in het Amsterdamse Concertgebouw.

Het culmineerde in Oliver Knussens miniatureske Hums and Songs of Winnie the Pooh. Maar met die fameuze Engelse zoetigheid viel het best mee, al toont Kenneth Hesketh (1961) uit Liverpool, een leerling van Simon Bainbridge en hier nog vrijwel onbekend een Engels saai middendeel in zijn Cantionary Tales. De hoekdelen echter klinken als geïmproviseerd, zo lenig en los. Het probleem school meer in de lengte.

Jonathan Harvey is in zijn strijdvaardig verrassend Tibetaans gekleurde Chu origineel maar weet van geen ophouden. Ook George Benjamin voert in Viola Viola de spanning gloedvol op maar is weer te lang van stof.

Thomas Ades vergeef je in Catch dat hij overmoedig van de hak op de tak springt want dit is het werk van een twintigjarige. Recentere composities staan geprogrammeerd op donderdag 22, vrijdag 23 en zaterdag 24 januari, wederom in het Amsterdams Concertgebouw.

Benjamin stelde eens: ,,Muziek gaat altijd over afval en honing.'' Akkoord, het contrast is belangrijk, maar muziek is toch in de eerste plaats een tijdskunst.

Concert: Asko Ensemble, werken van Benjamin e.a. Gehoord 7/1 Concertgebouw Amsterdam.