Budgettekort kost Hongaarse minister de kop

De Hongaarse minister van Financiën, Csaba László, is gisteren ontslagen. Hij moest vertrekken toen bleek dat het begrotingstekort vorig jaar veel groter was dan gepland en verwacht.

Het tekort beliep meer dan een biljoen forint (3,8 miljard euro), 5,6 procent van het bbp. De regering had begin vorig jaar een tekort van 4,5 procent van het bbp verwacht. Eind 2003 was die verwachting al naar boven bijgesteld – tot 5,2 procent van het bbp. Toen gisteren bleek dat zelfs die bijgestelde verwachting nog was overtroffen, stuurde premier Péter Medgyessy zijn minister de laan uit.

Medgyessy zei gisteren dat het verschil tussen het verwachte en het daadwerkelijke tekort van vorig jaar te groot is. De regering kan het zich ,,gezien haar geloofwaardigheid en prestige'' niet veroorloven dat zonder consequenties te laten, aldus Medgyessy. Hij benoemde zijn kabinetschef Tibor Draskovics tot opvolger van László. Draskovics werkte van 1979 tot 1991 en van 1994 tot 1998 bij het ministerie van Financiën, de laatste vier jaar als staatssecretaris. Hij werd hij in 1998 plaatsvervangend directeur-generaal van ABN Amro in Boedapest; hij leidde er het integratieproces van de K & H bank.

Ook László werkte overigens vroeger voor ABN Amro. Algemeen wordt László omschreven als een technocraat met weinig politieke ervaring en weinig politiek talent. Draskovics daarentegen staat bekend als politiek zeer gewiekst. Hij is volgens waarnemers beter dan László in staat moeilijke bezuinigingsmaatregelen door te voeren.

Draskovics moet, zo zei Medgyessy gisteren, bekijken in hoeverre het grote begrotingstekort consequenties heeft voor de datum waarop Hongarije de euro wil invoeren. Hongarije hanteert daarvoor 2008 als streefdatum. Onder de criteria voor invoering van de euro is een begrotingstekort dat niet groter mag zijn dan drie procent van het bbp.