Australië reguleert uitvoer levend vee

Australië gaat strengere regels hanteren om het welzijn van levend uitgevoerde dieren te verhogen. Dat heeft de Australische landbouwminister Warren Truss verklaard.

Truss reageerde op een rapport over de omstreden uitvoer, vorig jaar, van 57.000 schapen naar het Midden-Oosten. Wegens ziektes aan boord van het Nederlandse schip Cormo Express weigerden toen verschillende landen in die regio de schapen aan wal te laten gaan. Uiteindelijk werden de schapen na twee extra maanden op zee als voedselhulp in Eritrea afgezet.

In Australië was veel kritiek op het vervoer van levend vee, wegens de omstandigheden waarin de dieren hun wekenlange reis op zee moeten doorbrengen. De waarde van de schapenexport bedraagt zo'n half miljard Australische dollar (305 miljoen euro) per jaar. De uitvoer van schapen naar het Midden-Oosten, waar de dieren volgens islamitische halal-methoden worden gedood, is voor Australië van groot economisch belang.

Tot vorig jaar hanteerden autoriteiten de pragmatische regel dat ze alleen op de hoogte moeten worden gesteld wanneer meer dan 2 procent van de dieren op een reis omkwam. Met schepen die één keer 140.000 schapen kunnen vervoeren, ging het om aanzienlijke sterftecijfers.

Het nieuwe rapport pleit voor een inspectie van alle dieren door dierenartsen voor hun vertrek. Ook zouden dierenartsen van de overheid op zo'n 10 procent van alle verschepingen moeten meereizen. Verder zouden er in het Midden-Oosten faciliteiten moeten komen waar zieke dieren kunnen worden afgemaakt.