Zelfs de Apocalyps is bij Haneke een teleurstelling

In het boek 31 Songs vraagt de Engelse schrijver Nick Hornby zich af of iemand die net uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog terug is gekeerd, een lied zou willen horen dat je kunt omschrijven als een schot door je hoofd. De vraag is retorisch. Nee, natuurlijk niet. Eigenlijk heeft hij voor dat antwoord de loopgraven niet eens nodig. Hornby wil het zelf ook niet horen. ,,I don't want to be terrified by art anymore.'' Hij is 44 en niemand hoeft hem er nog van te overtuigen dat het leven eng is.

Zou Hornby wel eens een film van de Oostenrijkse regisseur Michael Haneke hebben gezien? Funny Games, Der Siebente Kontinent, La pianiste; geen films om vrolijk van te worden. Ze wrijven het voortdurend in: leven is ellende. Het maakt niet uit of aan de eerste levensvoorwaarden is voldaan. Niets kan gelukkig maken.

Troost bieden Hanekes films alleen doordat het goede films zijn; het leven is verschrikkelijk, de kunst kan er nog wat van maken. In zijn speelfilmdebuut, Der Siebente Kontinent (1989) zit bijvoorbeeld een schitterende scène waarin een gezin al zijn bezittingen vernietigt alvorens zelfmoord te plegen.

Juist die ongerijmdheid, die wig tussen kunst en leven, is een van de dingen waar Haneke zich aan lijkt te zijn gaan ergeren. Je kunt geen kunst maken zonder vuile handen; het wordt al snel leuk, spannend, mooi. Le temps du loup, Hanekes derde Franse film, gaat over een ramp die het leven in het rijke Westen zoals wij dat kennen onmogelijk maakt. Hoe kun je dat laten zien zodat het ook een ramp lijkt? ,,Als in een film extreme situaties worden getoond'', zegt Haneke in een interview, ,,trap je snel in de val in de val van de overdrijving. Die overdrijving leidt naar ongeloofwaardigheid. Dat maakt een catastrofe verteerbaar.'' Die uitspraak lijkt in de eerste plaats voor films uit Hollywood te gelden, waarin zelfs de Holocaust een zekere glamour kan krijgen. Maar hij geldt niet voor Hollywoodfilms alleen. Met Le temps du loup heeft Haneke een nieuwe uitweg proberen te vinden. Deze film is geen schot door je hoofd meer, zoals Funny Games. Le temps du loup is een film die er voor waakt spannend, ontroerend, opwindend, sensationeel te zijn. Er spelen wel allerlei goede en bekende acteurs in mee, maar schitteren mogen Isabelle Huppert, Béatrice Dalle en Olivier Gourmet niet. Je mag ze even herkennen (is dat niet de timmerman uit Le fils?), dan hernemen ze hun plicht als menselijk decor.

Het begin van Le temps du loup, die vorig jaar buiten competitie in première ging op het festival van Cannes, lijkt op dat van Funny Games. Een gezin rijdt naar zijn vakantiehuis op het platteland. Als ze de deur open doen, blijkt het huis al door een ander gezin bezet te zijn. Na een poging tot onderhandeling wordt de vader doodgeschoten. Al snel blijkt dat er in het land waar deze film zich afspeelt, en misschien wel op de hele wereld, een ramp heeft voorgedaan. Wat voor ramp dat is, wordt niet verteld. De personages spreken er niet over. De moeder en de twee kinderen zwerven over straat, kunnen in het dorp geen onderdak krijgen, raken elkaar in de nacht kwijt, hebben het koud, hebben honger, komen uiteindelijk op een station terecht waar een groep mensen zich verzameld heeft die wachten op een trein. Misschien.

Hanekes nieuwe wapen is verveling. Er is geen spannend verhaal, geen opwindende metafoor. Het geweld en de seks die er zijn, vinden meestal buiten of helemaal achter in het beeld plaats. Weinig krijgt nadruk. Hanekes visie op de wereld na de Apocalyps is zo saai dat het als een teleurstelling aanvoelt. Het is een teleurstelling waar de regisseur op uit geweest moet zijn: zo is de wereld als al het amusement eruit is verdwenen.

Hanekes purisme is om wanhopig van te worden. Zelfs de manier waarop hij zijn wereld gefilmd heeft, biedt geen sensatie, geen opwinding, geen schoonheid dan het feit dat die er niet is. En dan toch. Aan het begin van de film zit een scène waarin de moeder haar zoontje kwijt is en hem zoekt in de nacht. Het is pikdonker – niet alleen de elektriciteit maar ook de sterren hebben de mensen in de steek gelaten. Alleen iets boven het midden, een beetje naar rechts, is een vuurtje te zien.

Dat schitterende beeld zal in dienst komen te staan van een andere uitweg die Haneke zichzelf misschien gunt. Zeker is het niet, maar de beelden bieden wel steeds meer religieuze, christelijke associaties. Aan het eind mag het vuur zijn rentree maken, ditmaal beeldvullend. Er is verlossing nodig. Door de film waart een treurig stemmende mythe, die zegt dat de wereld alleen gered kan worden als zich op gezette tijden iemand in een vuur stort.

Le temps du loup. Regie: Michael Haneke. Met: Isabelle Huppert, Patrice Chéreau, Béatrice Dalle, Olivier Gourmet. In 6 bioscopen.