Malkovich genuanceerd over terrorisme

Films en documentaires waarin wordt teruggekeken op terroristische bewegingen nemen de laatste jaren in aantal toe. Black Box BRD en Die innere Sicherheit over de Rote Armee Fraktion, The Weather Underground over een groepje radicale Amerikanen ten tijde van de Vietnam oorlog (vertoond op het IDFA-festival en onlangs op televisie) en binnenkort is La Meglio gioventù in de bioscoop te zien, het Italiaanse epos waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de Rode Brigades. Aan dit rijtje kan nu het regiedebuut van acteur John Malkovich worden toegevoegd, The Dancer Upstairs.

Malkovich verwijst daarin naar een andere chroniqueur van politiek extremisme, Costa-Gavras en diens film Etat de siège (1973) door een fragment uit die film op te nemen. Beide films houden de verwijzingen naar het land waarin de gebeurtenissen zich afspelen bewust vaag: ergens in Latijns-Amerika.

Malkovich baseerde The Dancer Upstairs op het gelijknamige boek van Nicholas Shakespeare, die zich weer inspireerde op een historische gebeurtenis uit 1992: de arrestatie van Lichtend Pad-leider Abimael Guzman in Lima, Peru. Net als Costa-Gavras in Z (1968) en Etat de siège giet Malkovich zijn verhaal in de vorm van een thriller. Politieman Agustín Rejas (Javier Bardem) jaagt op terroristenleider Ezequiel die in zijn poging een Maoïstische revolutie te verwezenlijken geen geweld schuwt. Kinderen en honden worden gebruikt als levende bom en een avant-garde theaterperformance eindigt in een bloedbad.

Het knappe van Malkovich' film – waarin de acteur-regisseur zelf een klein rolletje als Abimael Guzman vertolkt –is dat hij laat zien dat de gewelddadige middelen verderfelijk zijn, het gedachtegoed erachter niet – een moedig post-9/11 standpunt. Ezequiels strijd tegen de corrupte, bureaucratische en dictatoriale regering is gerechtvaardigd. Zelfs de opdrachtgever van Rejas geeft toe: ,,It's a pity he had to bring in all this murder and philosophy. It was perfectly understandable without that horseshit.''

Ook Rejas heeft zo zijn twijfels over de geldigheid van de redenen om de terrorist op te pakken. Uit een bijzin blijkt dat de boerderij en het land van zijn ouders door de corrupte regering is afgepakt. Dit maakt Rejas tot een interessant karakter die zijn persoonlijke standpunt strikt moet scheiden van zijn plicht als politieman.

The Dancer Upstairs is een steeds de nuance opzoekende film die vooral over de psychologie van het personage Agustín Rejas gaat. Zoals het een acteur betaamt die nu in de regiestoel zit, geeft Malkovich zijn personages de ruimte zich in al hun facetten te ontwikkelen. Dat daarbij de morele waarden van de karakters steeds opschuiven laat helder zien dat ook in menselijke gevoelens idealen kunnen afkalven en leiden tot emotioneel extremisme. Of dat nu in Peru, Uruguay, Duitsland of Italië is. Uiteindelijk corrumpeert niet alleen macht, ideologie of geld, maar ook (sterke) emotie.

En niet onbelangrijk: Malkovich begint en eindigt de film met een speech van Nina Simone over raciale intolerantie, waarna ze het wonderschone nummer ,,Who Knows Where the Time Goes'' zingt.

The Dancer Upstairs (Pasos de baile). Regie: John Malkovich. Met: Javier Bardem, Laura Morante, Oliver Cotton. In: Filmmuseum Cinerama en Tuschinski, Amsterdam; Lux, Nijmegen; Cinerama, Rotterdam.