Kerken haalden in 2002 bij minder leden meer geld op

De kerken in Nederland hebben in 2002 ondanks dalende ledenaantallen meer geld binnengekregen uit vrijwillige bijdragen, collecten en giften.

De 7,46 miljoen leden van de Rooms-Katholieke Kerk, de Samen-op-Wegkerken en drie kleine kerkgenootschappen brachten ruim 368 miljoen euro bijeen.

Dat is een stijging van ongeveer 10 miljoen euro ten opzichte van 2001.

De cijfers werden woensdag in Utrecht bekendgemaakt bij de presentatie van Kerkbalans 2004, de gezamenlijke geldwervingsactie van de zeven kerken. Het aantal leden van die kerken nam in 2002 met 2,6 procent af. De definitieve cijfers over vorig jaar zijn nog niet bekend.

De 4,9 miljoen rooms-katholieken gaven ruim 110,5 miljoen euro aan het kerkenwerk, iets meer dan de bijna 646.000 gereformeerden (110,2 miljoen). De gemiddelde bijdrage per lid was bij de gereformeerden bijna acht keer keer zo hoog als bij de rooms-katholieken (170 euro tegen 22 euro). De ruim 1,8 miljoen hervormden, die samen met gereformeerden en lutheranen de SoW-kerken vormen, gaven ruim 146 miljoen euro (78 euro per lid).

De kerkgenootschappen kunnen met de inkomsten de salarissen betalen van hun ongeveer 9.300 personeelsleden, 5.056 kerkgebouwen onderhouden en elk weekeinde bijna een miljoen kerkgangers (6,2 procent van de Nederlanders) ontvangen. In de zeven kerken zijn volgens de statistieken 540.000 vrijwilligers actief.

Aan Kerkbalans doen behalve de RK-Kerk en de SoW-kerken ook doopsgezinden, remonstranten en oud-katholieken mee.

Het motto van de actie is in 2004 Koersvast. Deze maand gaan vrijwilligers op pad om geld in te zamelen voor de kerken. Voor het motto `koersvast' is, zo blijkt uit campagnemateriaal, gekozen omdat kerkleden zich ,,door niets van de wijs laten brengen'' en ,,consequent achter hun idealen aangaan''.

Het motto verwijst ook naar de koers van munten en de schommelende waarde ervan. De kerk en haar geloofgemeenschap zijn waardevast en níét onderhevig aan koersschommelingen, aldus de kerken.