Franse volleybal terug in de top

De Franse volleyballers zijn Nederland weer voorbijgestreefd. Een kwestie van de moed niet laten zakken, wachten tot zich nieuwe talenten aandienen en een vakman als bondscoach aanstellen.

Frankrijk is als nummer vier van de wereldranglijst op papier de sterkste ploeg bij het olympisch kwalificatietoernooi in Leipzig. Na de mislukte poging de Olympische Spelen te bereiken bij de World Cup, in november in Japan, nemen de Fransen deze week met minder dan plaatsing voor `Athene' geen genoegen. Bondscoach Philippe Blain accepteert de last van de favorietenrol, omdat het Franse team volgens hem in staat is voor het eerst een medaille bij de Olympische Spelen te winnen. Met zo'n ambitieuze doelstelling past het niet je te verschuilen bij een kwalificatietoernooi, vindt de oud-international.

Blain prijst zich gelukkig dat hij in de aanloop naar `Leipzig' de complete selectie een week tot zijn beschikking had. Nu heeft hij de ploeg beter kunnen prepareren dan in de aanloop naar de World Cup in Japan, waarvoor de clubs als Tourcoing en Poitiers wegens verplichtingen voor de Europa Cup spelers pas in een laat stadium wilden vrijgeven. Het gevolg was dat Blain drie dagen overhield om naar Japan te reizen én het team voor te bereiden. Op het moment dat de Fransen hun draai bij de World Cup hadden gevonden, was het te laat om Brazilië, Servië & Montenegro of Italië van plaatsing voor de Spelen af te houden. Waarmee overigens recht werd gedaan aan de formele krachtsverhoudingen, want die landen vormen de topdrie van de wereldranglijst.

Het verhaal van het Franse mannenvolleybal vertoont parallellen met Nederland, zij het dat Frankrijk bij de Olympische Spelen nooit verder is gekomen dan een achtste plaats in 1988 in Seoul en een elfde in 1992 in Barcelona. Dat steekt schril af bij de zilveren medaille voor Nederland in Barcelona en vanzelfsprekend het goud van Atlanta in 1996. Overeenkomsten zijn vooral de opbouw naar de top en de golfbeweging in prestaties. Net als in Nederland hebben de Fransen halverwege de jaren tachtig de internationals uit de competitie gehaald om ze negentien maanden intern te laten werken. In Nederland kwam dat idee van de Israëliër Arie Selinger en in Frankrijk kwam dat van Gérard Castan, de huidige manager van de nationale ploeg. Dragende spelers van het team dat in 1985 derde en in 1987 tweede werd bij de EK, waren spelverdeler Alain Fabiani en de huidige bondscoach Blain.

Waar Nederland doorstootte naar de wereldtop, haakte Frankrijk af met de prestaties in de midden jaren negentig als dieptepunt. Pas met een vijfde plaats bij de EK van 1997 in Nederland deed Frankrijk weer van zich spreken. Het was het begin van een opleving, waaraan de benoeming van de Rus Vladimir Kondra ten grondslag lag. Hoewel hem de eer van de reanimatie van het team toekwam, moest hij al snel wijken wegens gebrek aan sociale vaardigheid. Kondra werd vervangen door zijn assistent Pierre Laborie, die weinig progressie boekte en het veld moest ruimen nadat Frankrijk zich in 2000 de Zomerspelen had gemist. Saillant detail: in het kwalificatietoernooi in eigen land werden de Fransen verslagen door Nederland, dat destijds onder leiding van bondscoach Toon Gerbrands op wonderbaarlijke wijze plaatsing afdwong.

Laborie ging, Blain kwam. En met hem het succes. De rijzige oud-international nam ingrijpende maatregelen, waarvan de verwijdering van charismatische spelverdeler Laurent Chambertin het meeste stof deed opwaaien. Blain is een coach voor wie loyaliteit aan het team boven alles gaat; hij gruwt van het egocentrisme waarvan Chambertin blijk gaf. Met die maatregel opende hij de concurrentiestrijd tussen de internationals en rekende hij resoluut af met de beschermde posities die zijn voorgangers in stand hielden. Dankzij die nieuwe inspiratie groeide Stephane Antiga uit van vaste wisselspeler tot de ster van het team en klom Mathias Patin op van derde tot eerste spelverdeler.

Blain heeft inmiddels blijk gegeven van zijn vakmanschap door van relatief kleine spelers een flitsende ploeg te maken die van elk team ter wereld kan winnen. Het gebrek aan lengte compenseert Frankrijk met een sterke verdediging, variëteit in de aanval en vooral razendsnelle combinaties. Bovendien hebben de Fransen in Hubert Henno misschien wel de beste libero ter wereld; sinds de invoering van het rallypointsysteem een sleutelpositie.

Naast de collectiviteit en gelijkwaardigheid van de spelers is de kracht van Frankrijk dat de goede resultaten derde bij het WK in 2002 en tweede in 2003 bij het EK uit persoonlijke inspiratie tot stand zijn gekomen en niet het gevolg zijn van financiële steun.

In het laatste groepsduel van het kwalificatietoernooi in Leipzig is Frankrijk morgen de tegenstander van Nederland. Hoewel de stand in de poule van invloed zal zijn op het verloop van de wedstrijd, is het een gelegenheid om een vergelijking te maken tussen twee landen die op volleybalgebied veel met elkaar gemeen hebben. Vooralsnog valt de balans in het voordeel uit van de Fransen, die Nederland met hun opmars tonen dat het geen zin heeft om de moed te laten zakken.