Chinese bankenstelsel hard aan sanering toe

Wat het China kost om tegen elke prijs groei te verwezenlijken, wordt langzamerhand duidelijk. De Volksrepubliek heeft zojuist 45 miljard dollar (35,3 miljard euro) uitgegeven aan het oplappen van twee van zijn uitdijende, maar slecht in het kapitaal zittende banken. Dat klinkt misschien als een hoop geld, en het is ook een tiende van China's valutareserves, maar het is slechts een fractie van wat uiteindelijk nodig zal zijn. Tientallen jaren hebben de Chinese banken kredieten verstrekt ter financiering van verkwistende investeringen van staatsbedrijven, teneinde de van bovenaf opgelegde groeidoelstellingen te halen. De officiële schatting van de oninbare leningen van de Chinese banken bedraagt 240 miljard dollar, terwijl het in werkelijkheid waarschijnlijk meer dan het dubbele is.

Dit alles brengt in herinnering dat het Chinese bankstelsel de grootste bedreiging blijft van wat nu de groeimotor van de wereldeconomie is geworden. Toch is het steken van grote hoeveelheden geld in slecht functionerende banken niet genoeg. China zal meer moeten doen als het zijn bankstelsel werkelijk een gezonde basis wil geven. Peking hoeft maar naar de ervaringen van de Japanse banken te kijken om erachter te komen dat het probleem niet kan worden opgelost door het uitschrijven van cheques. In het geval van China betreft de grootste zorg niet zozeer het restant aan oude maar de aanwas van nieuwe oninbare leningen, gegeven het feit dat de kredietverstrekking vorig jaar met 20 procent is gegroeid. Er is een verschuiving opgetreden in de richting van kredietverstrekking op basis van commerciële criteria, hoewel de tarieven nog steeds grotendeels vastliggen, hetgeen prijsconcurrentie onmogelijk maakt. Bovendien zetten de autoriteiten eind vorig jaar het hoofd van China Construction Bank – een van de banken die de helpende hand werd toegestoken – achter slot en grendel op grond van een corruptieonderzoek. Dit is slechts het jongste bewijs dat de Chinese banken alleen maar gezond kunnen worden als zij private aandeelhouders verantwoording schuldig zijn, en niet de Communistische Partij.

Construction Bank is van plan 5 miljard dollar bij beleggers op te halen, misschien zelfs al dit jaar. Dat zou precies het soort marktdiscipline kunnen opleveren waaraan de sector behoefte heeft, zolang beleggers iedere beursgang tenminste met open ogen tegemoet treden en niet met de dotcom-achtige manie waarmee zij vorig jaar Chinese aandelenuitgiftes besprongen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.