Bombrief past in traditie van terreur

De bombrieven die zijn bezorgd bij Europese instellingen komen uit Italië, een land met een lange geschiedenis van terrorisme, zowel van links als van rechts.

De bombrieven waardoor Europese instellingen de afgelopen tien dagen zijn getroffen komen uit een land dat een lange traditie kent van terrorisme, zowel van linker- als van rechterzijde.

Alleen de afgelopen herfst werden in Italië op tien plaatsen al dan niet geslaagde pogingen gedaan om een bom tot ontploffing te brengen. In Rome waren het ministerie van Werkgelegenheid, de politie (tweemaal), en het ministerie van Binnenlandse Zaken doelwit. Daarbij vielen overigens geen slachtoffers.

Op Sardinië werd een bombrief gericht aan de president van de regio onderschept en ontplofte een explosief in een kazerne van de Carabinieri. In Viterbo bij Rome werden twee bompakketten ontdekt en in Bologna ontploften op 21 december twee explosieven in de straat waar voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie woont. Diezelfde Prodi ontving op 27 december op zijn vakantieadres in Bologna de eerste van de reeks bombrieven gericht aan Europese instellingen.

Deze laatste aanslagen worden door Italiaanse terrorisme-experts vooralsnog toegeschreven aan anarchistische cellen met namen als `De vijf c's', de `Brigade 20 juli', `Ambachtelijke coöperatie, vuur en aanverwante producten', en `Internationale Solidariteit'. Zij zouden los van elkaar operen, maar op een of andere manier onderling contact hebben via de `Informele Anarchistische Federatie' en zouden in toenemende mate ook contact onderhouden met Spaanse anarchisten.

Volgens Enrico di Nicola, hoogste aanklager van de rechtbank van Bologna, bestaat de groep uit 350 leden in heel Italië, maar is deze minder gestructureerd dan andere terroristische organisaties. De leden zouden geen enkele vorm van organisatie of structuur accepteren. Men zou communiceren via internet. Elke cel mag acties ondernemen en daarvoor namens de Informele Anarchistische Federatie de verantwoordelijkheid opeisen.

De anarchisten zijn de nieuwste loot aan de stam van romantische, op actie gerichte terroristen die Italië in de geschiedenis heeft gekend. Ze hebben volgens De Nicola echter niets te maken met de Rode Brigades die in de jaren zeventig en tachtig actief waren en die veel sterker georganiseerd waren. Toch is het idioom dat ze gebruiken deels hetzelfde. Bovendien is opnieuw Bologna een belangrijke uitvalsbasis, de stad met een lange linkse traditie en een universiteit die in de jaren zeventig en tachtig bol stond van de ideologische discussies tussen maoïstische, stalinistische, leninistische, spontanistische en marxistische groepen.

In een twee pagina's tellend document van de nu actieve Informele Anarchistische Federatie, waaruit de krant La Repubblica citeert, staan frases als de noodzaak om de ,,klassenstrijd opnieuw aan te wakkeren en een nieuwe voedingsbodem te geven aan antikapitalistisch en anti-imperialistisch verzet''. Het gaat om ,,verzet tegen supranationale coördinatie die heeft geleid tot oorlog en armoede''. Europa wordt omschreven als ,,deelnemend aan een imperialistisch blok dat een frontale aanval heeft ingezet op sociale zekerheid, pensioenen en baangaranties''.

Woorden als klassenstrijd en antikapitalisme stonden ook centraal bij de Rode Brigades die in de jaren zeventig en tachtig verantwoordelijk waren voor moordaanslagen.

[vervolg ANARCHOTERREUR: pagina 4]

ANARCHOTERREUR

Extreem-links en -rechts

[vervolg van pagina 1]

De Rode Brigades waren in 1978 ook verantwoordelijk voor de ontvoering van en de moord op de Italiaanse christen-democratische premier Aldo Moro. De oprichter van deze Rode Brigades, Renato Curcio, liet zich op zijn beurt inspireren door de partizanen die in Noord-Italië in de Tweede Wereldoorlog vochten tegen de fascisten.

Deze partizanen werden geïdealiseerd door de generatie van de jaren zeventig die boos was, omdat de fascisten nooit gestraft waren en ook na de oorlog de belangrijke posities in handen hielden. Zelfs in 1973 was nog 95 procent van alle hogere ambtenaren aangesteld ten tijde van het regime van Mussolini, zo schrijft de publicist Tobias Jones in zijn vorig jaar verschenen boek `The dark heart of Italy'.

Jones citeert ook uit een brief van de Rode Brigades-oprichter Curcio, die deze schreef vanuit de gevangenis aan zijn moeder. De toon van die brief is tekenend voor de romantische geest die veel van de extreem-linkse terroristen inspireerde. ,,Zijn heldere en altijd lachende ogen die tuurden in een verre toekomst van een maatschappij waar iedereen vrij en gelijk zou zijn. En ik hield van hem als mijn vader en ik heb het geweer opgepakt dat alleen de dood, die langskwam via de handen van de moorddadige nazifascisten, hem kon ontnemen ....''

Eenzelfde soort romantiek dreef extreem-rechtse groeperingen in de jaren tachtig in de tegenaanval. Er volgde een reeks bloedige aanslagen, niet allemaal opgelost, maar vaak toegeschreven aan neofascisten: Milaan, december 1969: zestien doden en 84 gewonden; Brescia, mei 1974: acht doden en 103 gewonden; trein Italicus augustus 1974: twaalf doden en 44 gewonden; station Bologna augustus 1980: 85 doden; trein Bologna-Firenze december 1984: vijftien doden en 267 gewonden.

Opvallend is dat zowel extreem-links als extreem-rechts naar het geweer grijpt op het moment hun gematigde politieke lotgenoten terrein verliezen. Toen de communisten samenwerkten met Aldo Moro en fascisten veel overheidsfuncties bekleedden waren de Rode Brigades actief. Toen de belangen van conservatieve krachten bedreigd werden, reageerden neo-fascisten. En nu links geen vuist weet te maken tegen de regering-Berlusconi en een nauwelijks van het neoliberalisme te onderscheiden alternatief presenteert, roert extreem-links zich weer.