Wildbouillon met paddestoelwontons

Wontonvelletjes zijn in de diepvries bij goed gesorteerde oosterse winkels verkrijgbaar. Neem ze een paar uur van tevoren uit het vriesvak en laat ze niet te lang zonder verpakking liggen omdat ze erg snel uitdrogen. Giet de bouillon in een grote pan en zet die op een laag vuur terwijl u de vulling voor de wontons maakt. Borstel of veeg de cantharellen schoon en snijd ze bij. Snijd de paddestoelen in piepkleine stukjes. Hak de plakjes prosciutto fijn.

Pel het sjalotje en hak het zeer fijn. Pel de teen knoflook en hak die ook heel fijn. Verhit de boter in een middelgrote koekenpan op een matig vuur en schep er het sjalotje en de knoflook door. Laat onder af en toe omscheppen circa 5 minuten fruiten, of tot beide gaar maar niet bruin zijn.

Schep er de cantharellen, prosciutto, peterselie, salie en rozemarijn door en laat onder regelmatig omscheppen kort bakken tot de cantharellen net gaar zijn. Proef en breng op smaak met wat zout en peper. Schep het mengsel over in een zeef en laat boven een kom uitlekken en afkoelen.

Leg een aantal wontonvelletjes naast elkaar op een werkvlak en schep een volle theelepel vulling in het midden van elk velletje. Kwast de randen van elk vel zeer dun in met wat losgeklopt ei. Til de zijkanten op en draai ze om de vulling tot een buideltje. Herhaal met de rest van de vulling en velletjes tot u 20 wontons in totaal hebt.

Draai het vuur onder de bouillon zo nodig iets hoger zodat de bouillon licht suddert. Proef en breng zo nodig verder op smaak met zout en peper. Laat de wontons op een schuimspaan voorzichtig in de bouillon zakken en kook ze in circa 2 minuten bijtgaar. Schep ze met de schuimspaan uit de bouillon en verdeel ze over 4 voorverwarmde borden. Schep er bouillon over en garneer met ringetjes lente-ui.

Morgen: Knolselderijsoep.