Wie van de drie?

Een politicus dient ingewikkelde problemen terug te brengen tot voor ieder begrijpelijke vragen met heldere antwoorden. Ayaan Hirsi Ali is een goed politica. Recent bezocht zij voor het eerst een islamitische school om het kwaad waartegen zij strijdt te leren kennen. Aan het eind van het bezoek stelde zij de klas met twaalfjarigen een vraag: ,,Wat is belangrijker, Allah of de Grondwet?'' Eitje, moeten de leerlingen gedacht hebben. Dat is God natuurlijk.

Dat was het foute antwoord. Hirsi Ali heeft in een ogenschijnlijk simpele vraag de kern van het probleem van islamitische scholen samengevat. Als kinderen aan het einde van de lagere school God belangrijker vinden dan de Grondwet, dan is de school fout. Hij moet dicht en als dat niet kan worden afgedwongen, dan moet op zijn minst voorkomen worden dat er zulke scholen bijkomen.

Ik heb zelf op een christelijke school gezeten, geen strenge school, maar een gewone bijzondere school in een nieuwbouwwijk, met overwegend blonde kinderen, een Marokkaan en een Turk. Ik twijfel er niet aan wat mijn antwoord was geweest, als mij op mijn twaalfde de vraag van Hirsi Ali gesteld was. Je kiest voor God. Want voor een grondwet kun je niet bidden, niet zingen of mooie tekeningen maken – mijn favoriete activiteiten tijdens de kindernevendienst.

Als de vraag van Hirsi Ali aan niet-islamitische schoolklassen voorgelegd wordt, ben ik er dan ook van overtuigd dat God het in de meeste klassen winnen zou – op katholieke, christelijke en openbare scholen.

Ik durf zelfs te stellen dat het voor volwassenen niet veel anders ligt. Ik zou mezelf niet als gelovig of christelijk willen omschrijven, maar als ik nu een antwoord zou moeten geven op deze vraag, dan zou ik ook neigen naar een keuze voor God. Als God bestaat, dan is hij belangrijker dan de Grondwet, hoe belangrijk ik die ook vind. Ik zou het aardig vinden om de vraag aan Balkenende voor te leggen, of zelfs aan koningin Beatrix. Beatrix zou zwijgen en Balkenende zou om de hete brij heendraaien, maar over hun echte antwoord kan geen twijfel bestaan.

Is het antwoord `God' van deze twaalfjarige moslims dan wel problematisch? Ik denk het niet. Het is zeker niet strijdig met de Grondwet. De Grondwet zegt niet dat je God niet boven de Grondwet mag stellen. Artikel 6 van de Grondwet formuleert twee beperkingen aan de vrijheid van godsdienst. De eerste luidt: ,,behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet''. Dat lijkt me iets fundamenteels anders.

De tweede luidt: ,,De wet kan terzake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.'' Hirsi Ali gelooft niet. Niet in Allah en niet in een andere God. Dat is haar goed recht.

Opvallend is dat haar uitspraken ook niet uitblinken door respect voor de Grondwet. Gelijke behandeling (artikel 1), vrijheid van godsdienst (artikel 6), vrijheid van schoolkeuze (artikel 23) het is allemaal geregeld in de Grondwet en op een andere manier dan zij zou willen. Wat zou zij zelf kiezen?

Misschien moet de vraag iets anders geformuleerd worden en haar een derde mogelijkheid geven: Wat is belangrijker: God, de Grondwet of Hirsi Ali?

Richard Osinga is schrijver.