Twee Belgen in New York

Ingewijden wisten het al langer, maar nu zelfs the Wall Street Journal erover schrijft, staat het ook in alle Belgische kranten: de Belgische VN-ambassadeur en de Belgische consul-generaal in New York kunnen elkaar niet luchten of zien.

Dat bleek wel toen de consul op 15 november een receptie wilde geven in de residentie van de ambassadeur. De ambassadeur, die geen zin had in 75 gasten over de vloer, deed de deur niet open. Tientallen mensen stonden in de kou, naast de hapjes, die op de stoep stonden opgestapeld.

Juist nu België probeert om zijn standing in de Verenigde Staten weer op te vijzelen tot het niveau van vóór de Irak-oorlog, komt dit akkefietje niet zo gelegen.

Of akkefietje? Beide heren, diplomaten met een goede staat van dienst, konden het tot voor kort uitstekend vinden samen. Tot vorig jaar was de consul nog de nummer twee van de ambassadeur, tot beider tevredenheid. Toen hij daarna consul werd, begon de ellende.

Hij had namelijk een residentie nodig. In de flat die hij had, kon hij moeilijk handelsmissies fêteren of grote diners geven, zoals van een consul wordt verwacht. Aangezien de VN-ambassadeur in de residentie van de oude consul was getrokken, moest de nieuwe consul dus iets nieuws hebben.

De oude residentie van de ambassadeur was ongeschikt voor hem en zijn gezin, en zo afgebladderd dat er eerst een renovatie nodig was. Goed, zei het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel, dan zoeken we iets nieuws.

Maar de afgebladderde residentie verkopen en iets nieuws aanschaffen bleek om intern-politieke redenen ondoenlijk. Dus bleef de consul op zijn flatje zitten.

Omdat recepties in gehuurde zalen te duur waren, moest hij die van de minister zolang maar in het appartement van de VN-ambassadeur geven. Omdat dit voor de ambassadeur erg onplezierig was, ging dat niet lang goed. Al gauw was het niet meer de consul die de ambassadeur inlichtte als hij een partij wilde geven, maar het ministerie.

Zelfs als de heren elkaar op diners tegenkwamen, groetten ze elkaar niet. Ondanks herhaalde smeekbedes van beide diplomaten greep de minister niet in. Na de mislukte receptie in november werd hij zo kwaad dat hij ze stante pede ontbood.

Ze kregen volgens een ingewijde allebei te verstaan dat ze worden overgeplaatst. Zo gaat dat soms in de politiek: als problemen te groot worden, worden ze niet opgelost maar op anderen afgewenteld. De heren hadden het kunnen weten.

Men vraagt zich nu, zowel in New York als in Brussel, wèl af hoe lang het duurt voordat hun opvolgers elkaar in de gordijnen beginnen te jagen.