Sovjetzone

Er waren veel mensen uit het onderwijs aanwezig en of ze nu les gaven aan de kleintjes of aan studenten aan de universiteit, allemaal bleken het handige knutselaars te zijn geworden. Ze vertimmerden de kapotte stoelen en banken in hun leslokalen, gaven de afbladderende muren een kwastje en repareerden zo goed als het kon de apparaten die ze voor hun onderwijs nodig hadden. Vroeger waren daar speciale mensen voor, maar die tijd was voorbij.

Omdat ik een babyboomer ben begreep ik wat er aan de hand was. In het Nederlandse onderwijs was het devies van de Chinese voorzitter Mao werkelijkheid geworden, dat zegt dat hoofd- en handarbeid door intellectuelen gecombineerd moeten worden.

Er was nog meer veranderd. Het gevreesde consilium abeundi, waarmee vroeger een student te verstaan werd gegeven dat hij wegens gebrek aan talent de universiteit beter kon verlaten, was iets uit een ver verleden. Niemand hoefde meer weg en niemand hoefde meer voor een tentamen te zakken. Nou ja, één keertje misschien, maar als hij het dan nog een keer probeerde was zijn docent verplicht om hem een voldoende te geven, anders kwam de geldstroom naar het instituut in gevaar.

Een van de universitaire docenten zei dat hij er toe over was gegaan zelf de scripties en werkstukken van zijn studenten te schrijven. Dat kon hij comfortabel thuis doen en het kostte hem minder tijd dan de traditionele vorm van studiebegeleiding. ,,Wij leveren geen kennis meer af, maar diploma's en daarin bereiken wij een hoge productiviteit'', zei hij.

Aan de Universiteit van Amsterdam was dus nog een ander socialistisch devies gerealiseerd: `van iedereen naar vermogen, voor iedereen naar behoefte'. De toestand die Karl Marx kenmerkend achtte voor de hoogste vorm van de communistische samenleving. Het is duidelijk dat iedereen behoefte heeft aan een diploma en de studenten hadden gedaan wat in hun vermogen lag, al was dat vermogen niet altijd groot.

Iemand van de Universiteit van Wageningen vertelde dat daar kort geleden een scheepslading Chinese studenten was afgeleverd. Die spraken geen Engels, hadden geen vooropleiding en lagen tijdens de colleges en practica vaak te slapen, wat eigenlijk wel handig was. Door hun stille aanwezigheid, in afwachting van hun diploma, genereerden ze belangrijke geldstromen van de overheid naar het Wageningse instituut.

,,Je herinnert je wel die beelden van vroeger, toen miljoenen Chinezen het Rode Boekje van Mao omhooghielden'', zei de Wageninger. ,,Straks zie je dat weer, maar dan steken ze onze Nederlandse diploma's in de lucht. Het is de beste vorm van ontwikkelingshulp die je je kan voorstellen.''

Ik besefte dat dit uitstekend paste in de nieuwe globalisering van de economie. Vroeger werd er neergekeken op een land dat afhankelijk was van één product en er werd minachtend gesproken over een bananenrepubliek. Nu wordt het juist aanbevolen dat ieder land doet waar het goed in is. Finland maakt nokia's en Nederland is goed in het produceren van diploma's, dus wij leveren diploma's voor de wereldmarkt.

Omdat het zelf ook babyboomers waren, waren ze tevreden gaan snorren toen de woorden Mao, Marx en ontwikkelingshulp vielen. Niet dat ze vroeger echt in Mao of Marx geloofd hadden, maar die namen deden hun denken aan tijden die ze beter hadden begrepen dan de moderne tijd. Nu hoorden ze ook nog dat ze speerpunten waren van de nieuwe economie. De babyboomers hadden het weer eens goed voor elkaar.

,,Professor Bart Tromp noemt het onderwijs al jaren de sovjetzone van de Nederlandse maatschappij. Geniet er van!'' De klok sloeg twaalf en blijmoedig gingen we het nieuwe jaar in.