Roken

Wie had kunnen denken dat je als roker in Nederland nog eens een verdacht persoon zou worden, iemand die besmuikt het huisdier van zijn verslaving moet voederen terwijl anderen hem achterdochtig gadeslaan?

Gistermiddag zag ik het gebeuren op een perron van het Centraal Station van Amsterdam. Een opgeschoten jongen had zich verdekt opgesteld achter een ijzeren stellage. Hij deed iets wat daar verboden is. Hij rookte een sigaret. Kennelijk had hij geen zin gehad een van de twee rookpalen elders op het perron op te zoeken.

Daar kon ik me, ook als niet-roker, wel wat bij voorstellen. Het heeft iets gênants om met twee, drie andere verslaafden samen te scholen rond zo'n grijze rookpaal met een nikkelen asbak in het middenrif. In tropische landen had je vroeger het zogeheten leprosarium, een open plek in de jungle waar melaatsen samenleefden na verstoting uit hun familie. De moderne lepralijder is een goed geklede bankbediende, secretaresse of zakenman die in quarantaine op een van onze stationsperrons staat te paffen.

Wie zou het allemaal bedacht hebben? De minutieuze verordeningen, de paaltjes, de zones. En waartoe? Een rookverbod in de trein, nou ja, daar is nog iets voor te zeggen. Maar ik kan me als geoefend treinreiziger niet herinneren dat ik ooit op een perron onaangenaam in mijn neusgaten werd getroffen door een sliertje tabaksrook.

De jongen die ik had gesignaleerd (dat is het woord), keek af en toe schuw over zijn schouder. Toch zag hij de conducteur niet aankomen. De man liep langs hem heen en zag onmiddellijk wat er aan de hand was. Wat te doen? Moest hij de jongen waarschuwen, beboeten of desnoods gevankelijk laten wegvoeren?

Hij aarzelde. Toen besloot hij dat hij niets had gezien en liep door naar zijn trein. Een wijs man.

Ik begon de andere perrons uit te kammen op zoek naar modern rokersleed. Aan het uiteinde van een perron trof ik een machinist en een conducteur naast een trein die over enkele minuten zou vertrekken. De machinist rommelde met zijn vingers in een pakje Samson-shag. Ze stonden onder de overkapping die een paar meter verder ophield.

,,Heren, mag hier nu eigenlijk gerookt worden?'' vroeg ik.

,,Hier niet, maar daar wel'', zei de machinist en hij wees naar de grens van de overkapping. Het was een man van over de vijftig met rossig haar.

,,Maar het is natuurlijk allemaal onzin'', voegde hij er in één adem aan toe. ,,Ze lijken wel gek geworden. In onze kantine in Almere mag ik nu ook al niet meer roken. Ze hebben niet voor een rookkamertje gezorgd, nee, ik moet buiten gaan staan. Ik heb gezegd: ik verdom het. En ik heb gisteren gewoon mijn sigaretje zitten roken. Wie er iets van zegt, kan een schop onder zijn kont krijgen.''

De conducteur naast hem knikte en wees om zich heen. ,,Wie heeft hier nou last van iemand die een sigaretje staat te roken? Hoe moeten we het trouwens allemaal controleren?''

Ze liepen naar hun trein. ,,Ik heb mijn eigen asbakje bij me en ik blijf binnen lekker roken'', riep de machinist grimmig.