Oost-Europa verdient kansen

Ik ben een `geschonden wees' uit Litouwen, om de woorden van Nausicaa Marbe te gebruiken in haar artikel in Opinie & Debat. Sinds twee jaar woon ik in Nederland. Volgens Nausicaa Marbe ligt het grootste probleem van de toetreding tot de Europese Unie van de tien Midden- en Oost-Europese kandidaatlanden in 2004 in de mentaliteit van de burgers van deze landen en in hun vermoede onkunde om in de West-Europese samenleving (zo democratisch, helder en zelfbewust) te integreren.

Om de wereld van Oost-Europa te beschrijven, gebruikt de auteur afgezaagde clichés die de verbeelding van een West-Europeaan die nooit in Oost-Europa geweest is, aanspreken. Maar of deze clichés het ware beeld van een hedendaagse Oost-Europese samenleving onthullen, is de vraag. Volgens Marbe bedreigt het toetredende Midden- en Oost-Europa de westerlingen met een massa achterlijke, onverantwoordelijke, corrupte, naar knoflook ruikende `barbaren', van wie alle waarden tegenovergesteld zijn aan de waarden van de westerse samenleving.

,,Het is ondenkbaar dat de hardnekkige sporen van stalinistisch denken en corruptie definitief uit de nieuwe politieke, maatschappelijke en economische structuren zijn verdwenen'', schrijft zij. Maar is de corruptie definitief uit de huidige EU-lidstaten verdwenen? Zie het ontslag van de Europese Commissie na beschuldigingen van corruptie en fraude in 1999; het schandaal vanwege de anonieme giften van miljoenen aan de CDU van oud-bondskanselier Kohl in 2000; het maffialuchtje dat de Italiaanse ex-premier Andreotti aankleeft en beschuldigingen van moord op een journalist; de voortdurende beschuldigingen tegen de huidige Italiaanse premier Berlusconi van omkoping, corruptie en maffiaconnecties; de fraudezaak van Ahold en de bouwfraude in Nederland – genoemde zaken speelden op de hoogste politieke en economische niveaus van verschillende West-Europese landen.

Natuurlijk hebben de kandidaat-landen veel problemen die opgelost moeten worden, maar men kan de vooruitgang die zij hebben geboekt om een democratie en een vrije markteconomie op te bouwen, niet negeren. De burgers van Litouwen bijvoorbeeld, die volgens Marbe ,,decennialang vertrouwd [zijn] geraakt met angst, achterdocht en gebrek aan verantwoordelijkheidszin'', hebben 15 jaar geleden voor (de voor Nederlanders zo vanzelfsprekende en bereikbare) democratie en vrijheid moeten vechten.

Tijdens de twee jaar durende `zingende revolutie' waren de meeste Litouwers bereid niet alleen hun beperkte zekerheden en auto's, die als barricades gebruikt waren, op te geven, maar ook om te sterven voor de democratische toekomst en onafhankelijkheid van hun land. Tijdens de Russische blokkade, bedoeld om de eigenzinnige Balten een lesje te leren, moest men een ijskoude Oost-Europese winter overleven zonder warm water en benzine. Duizenden mensen vormden een menselijk schild tegen de Russische tanks rond het eerste democratisch gekozen parlement.

Sinds de erkenning van de drie Baltische staten als onafhankelijke landen door de rest van de wereld in 1991, is het ze gelukt een democratische politieke structuur en een functionerende, vrije markteconomie op te bouwen, zonder grote maatschappelijke opschudding of burgeroorlogen. Dat is ook een grote prestatie. Verzeker deze mensen van een salaris dat de maandelijkse kosten van hun levensonderhoud dekt en een toekomst die ze kunnen plannen, en ze worden net zulke democratische, verantwoordelijke en bewuste burgers als de West-Europese. Stel je voor, dat door een onwaarschijnlijke ramp de welvaart en de financiële zekerheid van de Nederlanders verdwijnt, dan worden ze waarschijnlijk net zo corrupt als de homo sovieticus die Marbe beschrijft.

Bovendien gaat Marne voorbij aan de belangrijkste doelstelling van de Europese Unie. Het onderliggende idee achter de verdragen van de EU is het verzekeren van een politiek stabiel en vreedzaam Europa door nauwere economische samenwerking en het bevorderen van welvaart, zodat de geschiedenis van twee wereldoorlogen zich niet herhaalt.

Zie Duitsland dat in 1952 en 1957 met vijf andere landen de verdragen van de Europese Gemeenschap ondertekende: een hele jonge republiek, met een verleden dat getekend is door imperialisme, nationaal-socialisme en antisemitisme – het tegendeel van democratisch. Tegenwoordig is Duitsland een van de invloedrijkste leden van de EU. Als de andere Europese landen toen hadden vastgehouden aan soortgelijke arrogante en xenofobische stereotypen, waarmee het artikel van Marbe volstaat, dan zou de Europese Unie waarschijnlijk nooit zijn ontstaan.

Ramune Krikstanaityte is freelance vertaalster.