Meeste musea content met aantal bezoekers

De meeste Nederlandse musea zijn tevreden over de bezoekersaantallen in 2003. De zes Leidse musea trokken samen met 625.000 belangstellenden 7 procent meer publiek dan in 2002. Vooral de expositie Dino Argentino in Naturalis was populair.

Het Groninger Museum trok in totaal 235.000 mensen, waarbij vooral de tentoonstelling Fatale Vrouwen goed werd bezocht. Het aantal lag beduidend lager dan in het topjaar 2002 toen, dankzij de expositie Ilja Repin, het totaal aantal bezoekers uitkwam op 345.000.

In Rotterdam bezochten 190.000 mensen de Kunsthal, onder wie 20.000 schoolkinderen die de expositie over de Zwartvoet-indianen kwamen bekijken. De tentoonstelling Miracle de la couleur over het impressionisme trok 77.000 bezoekers. Boijmans van Beuningen trok na de verbouwing 165.000 bezoekers, bijna de helft meer dan in 2002.

Het Centraal Museum in Utrecht ontving 106.500 mensen, van wie 60.000 een bezoek brachten aan de tentoonstelling Pracht en Praal van de Paus; Schatten uit het Vaticaan in het Utrechtse Museum Catharijneconvent. In Eindhoven brachten 160.000 mensen een bezoek aan het heropende Van Abbemuseum. Het Teylers Museum in Haarlem, dat door bouwactiviteiten in de buurt slecht bereikbaar was, trok 16 procent meer mensen, in totaal 73.000.

Alleen enkele Amsterdamse musea deden het slechter dan in 2002. Het bezoek aan het Stedelijk daalde opnieuw en het Rijksmuseum ontving 825.000 bezoekers, tegen ruim een miljoen in het jaar ervoor. Men wijt dit aan de tijdelijke sluiting in het voorjaar in verband met de vondst van asbest.