Huismoeders die leven voor muziek

Ze overbrugden de taalkloof voordat dat in de mode was. Hun ingetogen succes en hun tevredenheid zijn typische Canadese deugden. Twee rijpe zussen die Franse chansons zingen met Keltische klanken.

Onwaarschijnlijke heldinnen zijn ze, de gezusters McGarrigle. Gekleed in spijkerbroeken en truien, met middellang grijzend haar, maken ze een bescheiden entree op het podium van het Cabaret Music Hall, een piepklein zaaltje in hun thuisstad, het Canadese Montréal. Buiten waait de gure poolwind over de kaarsrechte Boulevard St-Laurent, een van de hoofdstraten van dit Scandinavische Parijs in Noord-Amerika. Het rokerige zaaltje, met bar en ringbalkon, biedt ruimte aan hooguit driehonderd mensen. Het is stampvol.

De gezusters, Kate (57) en Anna (58), zijn onopgesmukte, muzikale huismoeders die hun thuishaven in Franstalig Québec nooit hebben achtergelaten voor een internationale carrière. In tegenstelling tot talloze Canadese megasterren, van Joni Mitchell en Leonard Cohen tot Céline Dion en Shania Twain, hebben ze geen miljoenenpubliek. Toch heeft hun authentieke, harmonieuze muziek – een unieke mengeling van Frans-Canadese volksliedjes, country en blues, maar ook traditionele Engelse ballades – een trouwe, internationale aanhang, onder wie buitenlandse muzikale grootheden als Emmylou Harris en Bob Dylan.

Al bij de eerste noten van hun openingsnummer wordt duidelijk waarom. Kate neemt een gitaar ter hand, Anna een accordeon. Begeleid door muzikanten op viool, bas en drums, en met achtergrondzang door Anna's dochter, zetten ze het eerste nummer in van La vache qui pleure, hun nieuwste, geheel Franstalige CD. Een betoverende harmonie van een Frans chanson met Keltische klanken vult het intieme zaaltje ogenblikkelijk met warmte. Andere nummers volgen, afwisselend in het Frans en in het Engels, met instrumenten van banjo tot mondharmonica en blokfluit tot vleugel.

Kate en Anna ,,symboliseren emotie en familie,'' schreef de New York Times onlangs in een hommage aan de McGarrigles, voorafgaand aan een optreden in New York. ,,Ze zijn geen popsterren. Net zoals ouderwetse blues- en volkszangers doen de McGarrigles het voor het leven, en voor de muziek. Met die muziek verdienen ze een bescheiden hoeveelheid geld, genoeg om van te leven in betaalbaar Montréal, de stad die Kate pas opgewekt omschreef als `de communistisch-socialistische maatschappij die ik aanbid'.''

Kate en Anna McGarrigle hebben een gemengde Engels- en Frans-Canadese achtergrond, en combineren in zekere zin het beste van beide zijden. Ze groeiden op op het platteland van Québec, in een gezin van een Ierse vader en een Franstalige moeder. Thuis werd altijd muziek gemaakt, en Kate en Anna vormen nu de kern van een kleine muziekdynastie die Kate's ex-echtgenoot Loudon Wainwright omvat, hun zoon, de popster Rufus Wainwright, en dochter Martha; alsmede Anna's dochter Lily Lanken.

De carrière van de McGarrigles wordt gekenmerkt door ingetogen succes en tevredenheid daarmee: Canadese deugden. Commercialiteit bleef, ondanks lovende kritieken, altijd op een laag pitje, en de gezusters verdienden de kost als componisten voor onder meer Linda Ronstadt. Ook Nana Mouskouri nam een nummer van ze op, memoreert Kate grijnzend ter introductie van het liedje Love is. ,,Nana zong het in het Frans: L'amour, qu'est-ce que c'est?'' zegt ze met een diepe stem. Gegiechel gaat door het zaaltje. ,,Wij doen het maar gewoon in het Engels.'' Dat mag van het publiek, een mengeling van Frans- en Engelstaligen in een stad die de verhitte taalstrijd uit de jaren zeventig, tachtig en negentig al lang beu is.

Kate en Anna overbrugden de taalkloof al voordat dat in de mode was. Ze hebben een oeuvre in beide officiële talen van Canada dat beide zijden aanspreekt. Hoewel de McGarrigles van huis uit Engels spreken, gingen ze naar een Franse nonnenschool en studeerde Anna aan een Franstalige kunstacademie. In 1980 leverden ze hun eerste Franstalige plaat af, Entre la Jeunesse et la Sagesse (tussen jeugd en wijsheid), een woordspeling op een straatnaam in het unieke, Franse hart van Montréal (Lajeunesse), met zijn metrohaltes en kleine kruidenierswinkels. Entre Lajeunesse et la sagesse / Il y a un arrêt de métro / Deux dépanneurs, un bricoleur / Une affiche de Brigitte Bardot.

,,Het klimaat is echt veranderd,'' zei Anna onlangs in een interview over de taalstrijd van weleer. ,,Vroeger hoorde je bij het ene kamp of bij het andere. Nu is alles een stuk losser.'' De McGarrigles leveren hun bijdrage aan de handhaving van een Franse cultuur in Noord-Amerika. ,,Het is plezierig om het idee van zingen in het Frans levend te houden,'' aldus Anna.

De toegift is een oude favoriet: Complainte pour Ste-Catherine, een snelle accordeondeun met stekelende maatschappijkritiek in joual, het Frans-Canadese dialect. Het portretteert een Québécois die twintig jaar geleden al de buik vol had van vruchteloos politiek gekibbel over taal en separatisme. Dat wordt afgewezen als een onwinbare strijd tegen muggen, in een telkens terugkerende harmonie: Y'a longtemps qu'on fait d'la politique / Vingt ans de guerre contre les moustiques! De McGarrigles hebben die strijd glansrijk doorstaan.

Deel vier van een serie over lokale muziekhelden. De eerste delen verschenen op 20 en 31 december en vop 3 januari.

Discografie

Kate en Anna McGarrigle hebben in bijna dertig jaar maar negen platen uitgebracht. Een selectie:

Kate and Anna McGarrigle (1976), debuutalbum uitgeroepen tot een van de beste platen van 1976 door de New York Times;

Entre la Jeunesse et la Sagesse (1980), ofwel French Record, eerste album geheel in het Frans;

The McGarrigle Hour (1998), een CD met medewerking van de gehele McGarrigle clan, inclusief echtgenoten en kinderen, alsmede van Amerikaanse sterren Emmylou Harris en Linda Ronstadt;

La vache qui pleure (2003), nieuwste, Franstalige CD.