Herstel de tolerantie

Tijdens de kerstvakantie heb ik voor het eerst een weekje doorgebracht in Istanbul. Ik zal hier geen toeristische informatie geven: alles wat men zegt over de verbluffende historische pracht, de levendigheid en de schitterende ligging van de stad aan de Bosporus is waar. En niemand die daarvan wil genieten, zou zich moeten laten afschrikken door het feit dat fundamentalisten hier in november een serie aanslagen hebben gepleegd op synagogen en Britse doelen. Niet dat ik overmoedig of lichtvaardig onveilige situaties opzoek, maar het terrorisme kan in beginsel overal toeslaan om zijn heerschappij van de angst te vestigen. Niet voor wijken! Istanbul lijkt niet onveiliger dan, pakweg, Londen of Amsterdam.

Uiteraard hebben de moslimextremisten als oogmerk een oriëntatie van Turkije op Europa en het Westen tegen te gaan. In hoeverre zij op dat punt het tij onder de bevolking mee hebben, kan ik moeilijk beoordelen. Wel kan de oppervlakkige waarnemer er niet om heen dat de vanouds kosmopolitische metropool een sterk monoreligieuze, mono-etnische en monoculturele indruk maakt. Istanbul is sinds vijf eeuwen een moslimstad, maar nog eind negentiende eeuw bestond bijna de helft van de bevolking uit christenen, en eeuwenlang na de val van het Byzantijnse rijk heeft er, naar historici berichten, een klimaat bestaan van diversiteit en religieuze en etnische tolerantie.

Daarvoor is eerst een rigide nationalisme in de plaats gekomen en vervolgens een niet-aflatende strijd tussen een autoritair secularisme en de politieke islam, van welke strijd de hoofddoek tot het symbool is gemaakt.

De nieuwste in het Nederlands vertaalde roman van de Turkse schrijver Orhan Pamuk, Sneeuw, gaat onder meer over de sluier. De roman speelt niet in Istanbul (al komt de hoofdpersoon daar wel vandaan) maar in een grensstadje in noordoostelijk Anatolië. Daar is de hoofddoek geworden tot het politieke vaandel van achtergestelde islamitische vrouwen die hem juist omdoen als blijk van opstandigheid en verzet. Theatrale betogen, afgestoken tijdens melodramatisch vormingstoneel over de bevrijding van de sluier en de chador die de geest verduisterden en het symbool van achterlijkheid waren, terwijl de Turken zich juist met alle andere beschaafde en moderne volken in de richting van Europa moeten haasten, worden uit de zaal beantwoord met de tekst: ,,Ga jij maar in je blote kont naar dat Europa van je!''

Overigens zie je in Istanbul genoeg etalages met lingerie en blote jurken, maar de kern van de roman van Pamuk, die vol woede en medelijden maar ook vol ironie zit, is het onbegrip tussen mensen. ,,In hoeverre is het mogelijk de pijn en de liefde van een ander te begrijpen? In hoeverre zijn we in staat te bevroeden wat anderen doormaken, van wie de pijn heviger is, het gemis, de gekweldheid intenser? Als begrip betekent dat men in staat is zich in een ander, die van ons verschilt, in te leven, hebben dan alle rijkaards en rechters van deze wereld ooit de miljarden sloebers in de marge kunnen begrijpen?''

Het domste wat voorstanders van integratie van moslims in het Westen kunnen doen, is in hun onbegrip de hoofddoek of welk religieus bedoeld symbool dan ook, tot inzet van een cultureel-politieke strijd maken. Terzijde: ik zou Pamuk onrecht doen door de indruk te wekken dat Sneeuw een soort politieke gids is. Wie als toerist rondzwerft in het Topkapipaleis van de Turkse sultans beleeft meer genoegen aan zijn kunstige historische roman Ik heet karmozijn.

Waar staat in Istanbul de sluier symbool voor? De één zegt: voor het oprukken van de politieke islam, de ander: voor de bevestiging van een religieuze identiteit. Ik denk: voor een onvruchtbare verharding van standpunten. Precies dus voor datgene wat een monoculturele metropool heeft gemaakt van een stad die in haar ligging op twee continenten en in haar geschiedenis de belichaming is van een traditie van pluriformiteit, de voorzetting van het Griekse Byzantium, van het christelijke Constantinopel, van de hoofdstad van het Ottomaanse veel-volkerenrijk. En dat terwijl de overheid, in naam van de seculiere republiek, decennia lang de hoofddoek heeft bestreden.

Wat de tolerantie en de diversiteit bedreigt, ook hier, zeker ook in Frankrijk, is het streven naar door de staat opgelegde uniformiteit. Deze gelijkschakeling gebeurt onder het motto van integratie, gelijke kansen, gelijkheid, om kort te gaan: een verwrongen voorstelling van het gelijkheidsbeginsel. Gelijkheid is namelijk het recht om verschillend te zijn, zegt de filosoof Adorno, gelijkheid is de toestand waarin men zonder angst anders kan zijn. Volgens hem is een geëmancipeerde maatschappij geen eenheidsstaat, maar de verwerkelijking van het algemene in de verzoening der verschillen. ,,De pleitbezorgers van de unitaire tolerantie zijn steeds geneigd zich intolerant tegen elke groep te keren die zich niet aanpast'', omdat zij de feitelijke of ingebeelde verschillen tussen mensen ,,beschouwen als schandmerken die tonen dat men het nog niet ver genoeg gebracht heeft''. (T.W. Adorno, Minima moralia).

Misschien kan deze observatie van Adorno behulpzaam zijn bij de opstelling van het nieuwe beginselprogramma van de PvdA in het kader waarvan Wouter Bos heeft opgemerkt dat het gelijkheidsbeginsel achterhaald is. Het is namelijk niet achterhaald, zolang men maar de bedoeling ervan hooghoudt: het uitsluiten van ongerechtvaardigd onderscheid aan de ene en de garantie van verscheidenheid, eigenheid en onaangepastheid aan de andere kant. Misschien kan VVD-leider Van Aartsen die het multiculturalisme `een ramp' heeft genoemd, hier nog eens over nadenken, evenals Afshin Ellian die het recht van moslims op behoud van hun eigen cultuur niet alleen gelijkstelt aan het recht op vrouwenonderdrukking, kindermishandeling en wat dies meer zij, maar ook in de veronderstelling verkeert dat dit in Nederland jarenlang van overheidswege is getolereerd en dat kritiek daarop door middel van morele terreur werd onderdrukt. Wonderbaarlijke omkering: in politici die pleiten voor tolerantie (Dijkstal, Rosenmöller, Wallage), schuilen volgens Ellian de verborgen ayatollahs.

Wie bakent het strijdperk af? De islamisten zouden wel willen dat het over hoofddoeken ging. Dan hadden ze al gewonnen, zoals wellicht bijna in Istanbul. Maar hier hoort het te gaan over het gelijkheidsbeginsel met het daarin besloten recht om zonder angst anders te zijn.