Godsdienstvrijheid 2

In zijn artikel `Wees consequent neutraal tegenover religie' gaat Thomas von der Dunk onder meer in op het dragen van hoofddoekjes en andere religieuze uitingen. In zijn ogen is zulks voor gezagsdragers ministers, burgemeesters, politieagenten, rechters, douaneambtenaren enzovoort absoluut taboe, en wie dat niet bevalt, die moet maar (r)emigreren.

Wat opvalt in dit gedeelte van het overigens zeer lezenswaardige artikel, is niet alleen dat Von der Dunk een stelling betrekt zonder deze te beargumenteren, maar ook dat hij een wat vreemde uitleg geeft aan het begrip `scheiding van kerk en staat'. Een vertegenwoordiger van het openbaar bestuur met hoofddoekje, keppeltje of kruis is weliswaar religieus herkenbaar, maar wat zou dat? Met vermenging van kerkelijke en staatsaangelegenheden heeft het niets uit te staan. Immers, religieuze herkenbaarheid van een gezagsdrager is geen synoniem voor het bedrijven van religie tijdens de uitoefening van het ambt.

Als je Von der Dunks opvattingen consequent doortrekt, zou het een vertegenwoordiger van het staatsgezag ook verboden moeten worden om in interviews voor zijn godsdienst uit te komen. Immers, ook dat leidt tot religieuze herkenbaarheid.

Een dergelijk verbod lijkt me niet alleen onhaalbaar, maar ook en vooral principieel onwenselijk. Net zo onwenselijk als het hanteren van irrelevante kledingvoorschriften.