Godsdienstvrijheid 1

Mijn complimenten voor het heldere standpunt van Thomas von der Dunk in zijn artikel (NRC Handelsblad, 30 december), over hoe de staat consequent moet zijn in het trekken van grenzen op het gebied van de godsdienstvrijheid.

In bepaalde omstandigheden met een zekere aarzeling en wanneer de openbare orde het vereist zal een beroep op de uitoefening van de godsdienstvrijheid ontzegd moeten worden.

Waar de lijn getrokken moet worden is een zaak van zowel constitutioneel recht als van democratisch overleg. Een heel sterke reden moet gegeven worden om mensen niet te laten doen wat ze als een morele plicht beschouwen, want een mens of een gemeenschap het recht ontzeggen om gehoor te geven aan een in vrijheid aangenomen plicht kan slechts gerechtvaardigd worden door een nog sterkere plicht. De vrije uitoefening van de godsdienst veronderstelt het respect voor de constitutionele orde van onze samenleving door alle burgers van welke religie dan ook.

Er zijn ongetwijfeld grenzen aan het gedrag van burgers, wat anders is dan een mening. In die zin vind ik het volkomen legitiem dat de overheid of openbare-schoolbesturen bepalen dat godsdienstige symbolen beperkt moeten zijn en geen aanleiding zijn tot demonstratief optreden van burgers of leerlingen zoals dat in Frankrijk is gedaan.

Een andere zaak is volgens mij de door particulieren opgerichte scholen die wellicht religieus geïnspireerd zijn en die door de overheid zijn goedgekeurd. Als zij daar gebedsruimten en godsdienstige symbolen willen gebruiken, zal het dan verkeerd zijn?

De meeste burgers die godsdienstig zijn, geven een positieve invulling aan hun godsdienstvrijheid. Wanneer de Nederlandse burgers niet meer in het openbaar hun verplichtingen zouden kunnen uiten ten opzichte van `hun schepper', dan valt te vrezen dat ze andere verplichtingen niet zullen erkennen tegenover elkaar en tegenover de grondwet waarin hun rechten en hun vrijheid beschermd zijn. De vrije uitoefening van de godsdienst heeft te maken met de overleving van het voortdurende democratische experiment dat steunt op de overtuigingen van de burgers, ook de godsdienstige.