Goden

Marjoleine de Vos schrijft in haar column van 29 december dat goden door hun onsterfelijkheid boven de mensen uitstijgen, wat hen uiterst onverschillig maakt voor individuele personen. Uit wat zij schrijft over de God van het christendom, maak ik op dat zij zich moeilijk kan voorstellen, dat deze God minder onverschillig is ten aanzien van een individueel mens dan de andere goden. Met alle respect en waardering voor wat zij schrijft, meen ik daar wel iets tegenover te mogen stellen.

Lange tijd heb ik mij niet kunnen voorstellen, dat er een god zou zijn, die zich voor mij persoonlijk zou interesseren.

Ik weigerde aan te nemen dat er méér zou kunnen zijn dan de zintuiglijk waarneembare en empirisch verifieerbare werkelijkheid en ik voelde er al helemaal niets voor om afhankelijk te zijn van de God van de christenen, van wie ik mij een nogal kleinmenselijk beeld had gevormd.

Totdat ik mij, na ontmoeting met echte christenen, voor God ging openstellen en me ging verdiepen in de verhalen over Jezus in het Nieuwe Testament. Toen werd mij duidelijk hoe God werkelijk is: tot het uiterste toe begaan met ieder mens, zodat zelfs de dood niet het laatste woord heeft. Ik heb mogen ervaren dat God vooral ook in moeilijke momenten bij mij is, ook al lijkt in eerste instantie vaak het tegendeel het geval.