Geen gratis bus

De Amerikaanse uitdrukking `er bestaat niet zoiets als een gratis lunch' heeft sinds deze week een Nederlandse variant. Twee regionale buslijnen zijn gisteren begonnen om bij wijze van proef een jaar lang gratis passagiers te vervoeren van en naar Den Haag. Gehoopt wordt dat dagelijks driehonderd passagiers van deze service, bedoeld om het spitsverkeer tussen Leiden en Den Haag centrum te ontlasten, gebruik zullen maken. Uitgaande van 260 werkdagen per jaar betekent dat zo'n 78.000 passagiers per jaar. De provincie subsidieert het project met een miljoen euro. Dat komt neer op 12,80 euro per passagier, opgebracht door de belastingbetalers van Zuid-Holland. Inderdaad, er bestaat niet zoiets als een gratis busrit.

Het project is het initiatief van de ambitieuze Zuid-Hollandse PvdA-gedeputeerde Norder, die al eerder opviel omdat hij de 475 miljoen euro die minister Peijs (CDA) onlangs beschikbaar stelde voor de ontbrekende 6,8 kilometer van de A4 tussen Delft en Vlaardingen, nog niet genoeg vond. De minister heeft, met steun van de Kamer, voet bij stuk gehouden. In het geval van het gratis busvervoer in de regio Den Haag is het de vraag of de prijs het grootste struikelblok vormt om passagiers te trekken. Snelle, betrouwbare verbindingen zijn belangrijker. Een staking van de chauffeurs, zoals vanochtend in Zaandam, waardoor naar schatting 10.000 buspassagiers niet naar hun werk in Amsterdam konden komen, doet meer schade aan de reputatie van het openbaar vervoer dan de prijs van een enkeltje of van een jaarabonnement.

Van principiëler betekenis is dat het uitgangspunt `gratis openbaar vervoer' onjuist is. Transport heeft maatschappelijke en economische kosten. Er zijn variaties mogelijk om met prijsbeleid het vervoersgedrag te beïnvloeden, maar daarbij moeten kosten en baten tegen elkaar worden afgewogen. Driehonderd passagiers voorzien van een dagelijkse busrit voor geen geld is politiek hobbyisme. Bussen rijden niet voor niets.