Fraai is niet beter

De moderne tandarts is uit op een fraai gebit. Hij herschept beschadigde en aangevreten tanden met composiet en ivoorverf. En met computergeslepen inlays van industrieel porselein. De traditionele vulling van amalgaam is verleden tijd.

De amalgaamvulling sterft uit. Jonge tandartsen missen eenvoudig de oefening om het grijze vulmateriaal in een geprepareerde tand te modelleren. Veel behendiger brengen ze tandkleurige vulmaterialen aan, mengsels van gemalen glas en kunststof die onder invloed van een blauwe lamp in de tand uitharden.

Toch zijn de witte vullingen technisch niet superieur. Integendeel. Witte vullingen zijn lastiger aan te brengen: een klein druppeltje bloed of speeksel leidt al tot een mislukking. En ondanks voortdurende productverbetering slijt een witte vulling nog altijd sneller en is minder sterk dan een grijze. Fabrikanten proberen hun composietmaterialen slijtvaster te maken door de glasdeeltjes te verbeteren. Liever kogelronde korreltjes, die op het kauwvlak langs elkaar schuiven, dan hoekige stukjes, die blijven haken. En liever microscopisch fijne korrels dat grove.

De ondergang van het amalgaam als vulmateriaal is vooral een modetrend. Amalgaam is lelijk en bovenal omstreden door het giftige bestanddeel kwik. Dat kwik wordt in de behandelkamer stevig geschud met de overige bestanddelen – poedervormig zilver, tin, koper en zink. De metaaldeeltjes lossen gedeeltelijk in het kwik op en verbinden zich. Zo ontstaat na een paar minuten een sterke legering.

Door kauwen en tandenpoetsen komt in de loop der jaren zo'n 20 procent van het kwik uit de vulling vrij. Die geleidelijke kwiklekkage wordt door sommigen in verband gebracht met allerlei vage klachten: van vermoeidheid tot concentratiegebrek, en van duizeligheid en hoofd- en rugpijn tot Alzheimer toe. Maar via groente, vlees, vis, water en lucht krijgen we dagelijks aanzienlijk meer kwik in het lichaam. Volgens de meeste tandartsen is het gros van de amalgaamklachten niet op feiten gebaseerd, maar zij tonen zich steeds vaker wel ontvankelijk voor de psychologische kant van de zaak: de patiënt moet er een beetje een goed gevoel bij houden.

De vraag is hoe lang dat `goede gevoel' voor de witte vulling standhoudt. Geheel onomstreden is ook composietmateriaal niet. Vooral de uitspoeling van monomeren baart enige zorg, niet in de laatste plaats voor de tandartsen zelf. De kleine moleculen kruipen in een paar minuten door zijn rubber handschoen heen, waarna de zwetende tandartshand de stof gemakkelijk opneemt. Allergie voor composiet ontwikkelt zich onder tandartsen tot een beroepsziekte. Zelfs studenten tandheelkunde worden er soms al door uitgeschakeld. Tandartsen die grijze vullingen om gezondheidsredenen door witte vervangen, helpen hun patiënt dus mogelijk van de regen in de drup.

Wat doen we dan wel met de grijze vullingen? Sommige tandartsen vervangen amalgaamvullingen stelselmatig door porseleinen inlays. Harder en wat duurzamer dan een vulling van composiet, chemisch inert en toch met een natuurlijke uitstraling. Steeds vaker komt er aan zo'n inlay geen tandtechnicus meer te pas, en hoeft de patiënt niet twee weken met een noodvulling rond te lopen. Een groeiende groep Nederlandse tandartsen schaft zich voor 50.000 euro bij het Duitse bedrijf Sirona het Cerec-systeem aan om zelf gecomputeriseerd inlays te slijpen uit blokjes industrieel porselein. Een uurtje bladeren in de wachtkamer en de porseleinen vulling kan erin worden gezet.

,,Laat amalgaamvullingen gewoon zo lang mogelijk zitten'', adviseert Albert Feilzer, hoogleraar materiaalkunde aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). ,,Voor een witte vulling of inlay moet de tandarts het gat dat een grijze vulling achterlaat verder uitboren. Zo gaat er extra tandbeen verloren.'' Voor grotere restauraties blijft Feilzer sowieso de voorkeur geven aan het sterke amalgaam. Zo stel je rigoureuzere restauraties als inlays, kronen en bruggen zo lang mogelijk uit. Maar ook Feilzer kan de tijdgeest niet negeren: ,,Al die mooie witte tanden van Amerikaanse tv-sterren: daar is niets natuurlijks meer aan''.

Wie er het geld voor over heeft, kan zijn gebit er als nieuw laten uitzien. Tanden afslijpen en er stukjes porselein voor plaatsen, afgebroken hoeken repareren met composiet. De moderne tandarts is een tandenrestaurateur. Door composiet in twaalf ivoorkleuren te combineren of door met een vergelijkbaar kleurenpalet porseleinen inlays en kronen in te kleuren, herschept hij de uitstraling van het oorspronkelijke tandbeen. Bij een roker gebruikt de tandarts bijvoorbeeld gelere tinten dan bij een niet-roker. Zelfs de transparante glazuurlaag laat zich nabootsen, en dankzij materialen met een natuurlijke fluorescentie blijft de authentieke uitstraling zelfs in de disco behouden.

Maar hoe natuurlijk al die moderne tandheelkundige materialen ook ogen: technisch blijft het behelpen. Zelfs met industrieel porselein. Want dat materiaal is weer zo hard dat de tegenoverliggende tand extra kan gaan slijten. Porselein is bovendien breekbaar. ,,De unieke eigenschappen van een echte tand kun je niet evenaren'', zegt tandheelkundige Hila Moscovich, ,,die harde laag glazuur en daaronder dat elastisch tandbeen.'' Ze promoveerde een paar jaar geleden in Nijmegen op een verrassende nieuwe benadering: tanden vullen met tand. Getrokken verstandskiezen worden gesteriliseerd en daarna tot een inlay verwerkt. De techniek wordt inmiddels op beperkte schaal toegepast. Voor een doorbraak van de biologische vulling is het wachten op nieuwe technieken om steriel tandmateriaal in het laboratorium te kweken. Eerder dit jaar slaagden onderzoekers in Boston daarin als eerste. Daarmee is de opkomst van de biologische vulling een kwestie van tijd, gelooft men in Nijmegen. Die vulling heeft in alle opzichten dezelfde unieke eigenschappen als de tand zelf. Daarin schuilt dan weer één nadeel: wie niet goed poetst riskeert gaatjes in z'n vullingen.