Een dikke korst met olie op de rotsen

Een jaar na de olieramp met de Prestige heeft het leven aan de Spaanse kust weer zijn normale gang genomen. Maar de omvang van de schade is nog steeds niet bekend. En op de rotsen ligt een dikke oliekorst.

Aan boord van de Vendaval van schipper Paco Iglesias wordt weinig gesproken. Drie vissers takelen de netten op, de schipper houdt het bootje op koers in de Ría de Arousa en terwijl de contouren van de zeebaai zich aftekenen tegen het grijsroze ochtendgloren rolt de vangst het voordek op. Oranje zeewormen, schol, tong, zo nu en dan een rog. Enorme, vervaarlijk uitziende spinkrabben verdwijnen onder in een mand onder een doek. De pijlinktvissen worden met een houten pin fluitend als een fietsband lek gestoken om te voorkomen dat ze hun inkt wegspuiten. Gevloek geeft aan wanneer het mis gaat.

De vangst is niet slecht vandaag, zegt Paco Iglesias (44), een stevige verschijning die vrijwel het hele stuurhutje vult. Zo'n veertig kilo inktvis, nog eens veertig kilo spinkrab en een leuke bijvangst aan rog en platvis. Met de hoge prijzen van het seizoen voldoende om de boot draaiende te houden.

Een jaar nadat de olietanker Prestige in tweeën brak en in de diepte van de Oceaan verdween lijkt de routine aan de kusten van Galicië hersteld. De ruim 60.000 ton olie die in het zeemilieu terechtkwam is van de stranden geruimd of bevindt zich als een harde, ingedikte laag op de rotsen. Maar de circa 18.000 vissers op vis, schaal- en schelpdieren in de zeebaaien zagen hun vangsten het afgelopen jaar met een kwart terugvallen, zo'n zestig miljoen euro minder, zo becijferde Iglesias. Als leider van het lokale vissersgilde groeide hij uit tot een gerespecteerde criticus van de manier waarop de regering de olieramp afhandelde.

Bijna driekwart jaar lang spoelde de olie aan op de stranden van Portugal, Spanje en Frankrijk, maar nog steeds is de schade van `Europa's grootste milieuramp' moeilijk te vatten. Over de economische kosten wordt flink touw getrokken. De regering is bereid om 160 miljoen euro uit te betalen aan zo'n dertigduizend benadeelden, maar schipper Iglesias schat dat dit slechts een fractie is van de vele honderden miljoenen die met de ramp gemoeid zijn. Samen met een aantal vissersgilden heeft hij de kapitein en de reder van de Prestige en de Spaanse staat aangeklaagd voor de gederfde inkomsten.

Volgens onderzoek van het dagblad El País stuurde de regering Aznar de lekkende tanker de volle oceaan op zonder enige kennis van zaken of deskundig advies, waardoor de ramp zich over een enorm oppervlak kon uitbreiden. Een eerste stap in een lange reeks van blunders die de ramp aanzienlijk verergerden. Dankzij hun meerderheid wist de regeringspartij ieder parlementair onderzoek te blokkeren. Geen enkele verantwoordelijke bewindsman trad af. Conservatief lijsttrekker Mariano Rajoy, zelf Galiciër en betrokken bij de coördinatie van de opruimwerkzaamheden, bezocht vorige week de stranden en gaf als eerste voorzichtig toe dat er misschien wat foutjes waren gemaakt. Maar zijn partijgenoten sloegen zich maandenlang op de borst met de mededeling dat ze het bij een volgende gelegenheid weer precies zo zouden aanpakken. Evenmin veel reden tot optimisme geeft het feit dat een jaar na dato de Spaanse kust nog steeds niet beschikt over een noodplan voor olierampen, noch over adequate middelen om olievlekken op te ruimen.

Toch richtte de Prestige opvallend weinig politieke schade aan. In de regioverkiezingen in Galicië verloren de conservatieven, maar lang niet zoveel als werd verwacht. ,,De democratie in dit land is nog steeds niet volwassen'', bromt visser Paco Iglesias, terwijl hij lange slierten groen zeewier uit de netten peutert. Het hechte systeem van vriendendiensten en de macht van de conservatieve families zijn op het platteland van Galicië niet wezenlijk veranderd sinds de tijden van de dictatuur van Franco, oordeelt hij.

Ook over de biologische effecten van de ramp bestaan nauwelijks harde gegevens. Er is nog steeds weinig kennis over het zeemilieu van de rías, de zee-inhammen en de wilde oceaan voor de kust van Finisterre, zegt schipper Iglesias. Met zijn sterke stromingen en helse stormen is de situatie volkomen anders dan in de kustgebieden waar de spraakmakende rampen als de Exxon Valdez of de Erica plaatsvonden. Boven water waren de effecten beter te meten: de Spaanse vogelbeschermingorganisatie SEO telde meer dan 23.000 vogels die met olie waren besmeurd, de meeste hebben dat niet overleefd. Dat is, zo zijn de grove schattingen, slechts 10 tot 20 procent van het totaal.

Voor Iglesias en zijn collega's is het echter vooral het scheepswrak van de Prestige dat hen uit de slaap houdt. Als een industriële Titanic ligt de boot op bijna vier kilometer diepte voor de kust van Galicië. Dit voorjaar zal begonnen worden om de resterende 13.000 ton olie middels een ingenieus systeem van zwevende reservoirs en duikrobots uit de tanker op te diepen.

Regiopresident en voormalig Franco-minister Manuel Fraga (81), die in het weekeinde van de ramp uit jagen ging in Madrid, noemde de opruimoperatie in Galicië juichend een wereldwijd technologisch referentiepunt. Vooralsnog valt vooral het prijskaartje op: 100 miljoen euro rekent het consortium onder leiding van Repsol, het Spaanse energiebedrijf dat geen enkele ervaring op dit gebied heeft maar wel warme betrekkingen met de Spaanse regering onderhoudt. Het Nederlandse bergingsbedrijf Smit, dat eerder de sleepwerkzaamheden van de Prestige verrichtte, bood tevergeefs mee om de olie op te diepen voor de helft van dit bedrag.

Bij de de thuishaven O Grove drijven houten vlotten met mosselstrengen. Op de kleine eilandjes drogen aalscholvers hun vleugels in de wind. Nog steeds wordt het water van fabrieken en dorpjes ongezuiverd in de ría geloosd en nog steeds komen tankers de baai binnen en lozen olie voor de kust, zegt Iglesias. ,,Maar het verschil is dat de vissers nu waarschuwen als er een olievlek op zee drijft. De mensen zijn milieubewuster geworden. Jammer dat er een ramp voor nodig was.''