Burgerslachtoffers Irak vormen een grijs gebied

Een Nederlandse militair is aangehouden nadat hij een Irakees doodschoot. Amerikaanse militairen gaan vaak vrijuit.

Wanneer is er bij militair geweld sprake van moord? In Irak, waar vrijwel dagelijks burgerslachtoffers vallen door toedoen van Amerikaans geweld blijkt dat vaak een kwestie van perspectief.

Neem een voorval gisteren nabij het Iraakse Tikrit. Daarbij vond een complete Iraakse familie de dood nadat hun voertuig onder vuur werd genomen. Volgens familieleden door Amerikaanse militairen tijdens het voorbijrijden van een militaire colonne. Volgens de woordvoerder van de Amerikaanse eenheid door opstandige Irakezen. Wie heeft er gelijk? De doden worden begraven, de militairen gaan voorlopig vrijuit.

Maar ook wanneer de betrokkenheid van de militairen wel zeker is, worden de feiten vaak niet helemaal duidelijk en halen de slachtoffers zelden hun recht. Zo stelde het Amerikaanse ministerie van Defensie in augustus strikte regels op die bepalen óf Iraakse slachtoffers verhaal mogen halen bij de VS wanneer zij materieel of lijfelijk schade hebben geleden door onverantwoorde oorlogshandelingen door Amerikaanse militairen. De belangrijkste richtlijn daarbij is dat Iraakse slachtoffers of hun nabestaanden alleen een schadevergoeding kunnen krijgen, als zij kunnen aantonen dat de betrokken militairen fout of onverantwoordelijk hebben gehandeld. Bovendien mag dan geen sprake zijn geweest van een oorlogshandeling.

Met name die laatste toevoeging maakt het ingewikkeld, want hoe toon je dat aan? Iraakse juristen die de zaken op zich hebben genomen van families die vinden dat ze onterecht het slachtoffer zijn geworden van Amerikaans militair geweld, zeggen dat het vrijwel onmogelijk is harde bewijzen te vinden waarmee individuele militairen of eenheden kunnen worden aangeklaagd. Een ander gevolg van die regel is dat de nabestaanden van alle Iraakse civiele slachtoffers die voor 1 mei zijn omgekomen, toen Bush het einde van de grote oorlogshandelingen in Irak aankondigde, geen recht op compensatie hebben.

Verscheidene onafhankelijke mensenrechtenorganisaties hebben vastgesteld dat het doden van Iraakse burgers door buitenlandse militairen, zoals in het geval van de Nederlandse marinier in het zuiden van Irak, met regelmaat gebeurt. Zo gaat het Project for Defence Alternatives in het Britse Cambridge uit van 200 civiele doden sinds 1 mei. De onafhankelijke website iraqbodycount.net heeft vastgesteld dat sinds het begin van de oorlog minimaal 7.960 Iraakse burgers zijn omgekomen. En een recent rapport van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch heeft tussen 1 mei en 1 oktober 94 civiele doden gedocumenteerd.

:pagina ]

Slechts vijf van die zaken zijn onderzocht. In vier van de zaken zijn de betrokken militairen vrijgesteld van vervolging. De vijfde zaak is nog in behandeling. Volgens Human Rights Watch vallen er daarom ook meer onschuldige slachtoffers, omdat de meeste militairen geloven dat zij niet zullen worden gestraft voor overdadig gebruik van geweld.

Legerwoordvoerders hebben het rapport veroordeeld en gezegd dat het leger iedere vorm van onverantwoord optreden door zijn militairen in militaire tribunalen onderzoekt. Burgerrechtengroeperingen brachten daar weer tegenin dat een onderzoek door het leger zelf geen garantie is voor eerlijke rechtspraak.

Het Amerikaanse leger heeft in het verleden verklaard dat het niet bijhoudt hoeveel Iraakse burgerslachtoffers zijn gevallen. Het Pentagon heeft gedurende en na de oorlog meerder keren verklaard dat het burgerslachtoffers betreurt, maar dat die niet te voorkomen zijn. ,,Dit is onderdeel van een oorlog, helaas'', zei een Amerikaanse defensiewoordvoerder afgelopen zomer. Op dat moment had de VS 1.168 slachtoffers voor een totaalbedrag van 263.000 dollar gecompenseerd. Hoeveel mensen daar in de tussentijd bij zijn gekomen is niet bekend.

Ook Groot-Brittannië en Denemarken hebben onschuldige burgerslachtoffers van geweld financieel gecompenseerd. Om het contact met ,,lokale leiders te behouden'' en ,,mogelijke wraakacties tevoorkomen.''