Bloemzucht

Past Mickey Mouse naast Johann Strauss, en Pinokkio bij Shirley Temple? In het najaar breken tuinliefhebbers zich het hoofd welke bloembollen bij elkaar te poten. De eerste planten steken nu hun hoofdjes op.

Willem van Oranje bestelde ik eind oktober zeven keer ter aarde naast Elizabeth Arden en Elegant Lady. De dames steken momenteel hun hoofdjes op; Willem blijft vooralsnog onzichtbaar. Maar hij is volgens de teler `prachtig oranje'. Elizabeth is zachtroze en Elegant Lady dieproze met een donker streepje. Dat is wat men noemt een uitgesteld genoegen en tegelijk een prangend probleem. Want elk najaar is het opnieuw tobben, bladeren en peinzen: wie past straks in het voorjaar bij wie?

Elegant Lady wordt zestig centimeter hoog, Elizabeth haalt de vijftig en Willem komt slechts tot vijfentwintig centimeter. Dus plantte ik hem vlak achter Thalia, een sneeuwwitte narcis die veertig centimeter hoog wordt en tientallen Turkestanica-tulpjes (een `prachtige wildvorm uit Centraal-Azië') die niet verder komen dan vijfentwintig centimeter.

Strijk en zet ploffen eind augustus de nieuwe bloembollen- en zaadgidsen op de mat. Opium voor het tuinvolk. De een is nog kleurrijker en welsprekender dan de ander. Ze hebben echter één alles doordringende overeenkomst: maffe namen. Mickey Mouse blijkt een tulp met `bloedrode vlammen op een gele ondergrond' en Für Elise is helaas niet maagdelijk wit maar zachtgeel. Ook Johann Strauss is een tulp, wit van binnen en bessenrood van buiten. Raar maar waar is Schubertii de naam van een uit Israël afkomstige sierui. Woodstock blijkt een dieppaarse, Isabella een dubbele blauwe en Rosetta een roze geurhyacint te zijn.

Monsieur de Blainville trok in 1743 door de Laaglandse dreven en schreef in Travels trough Holland over onze vlijtig kwekende en telende voorouders: ,,Ze waren door zo'n manie voor hun bollen bevangen, zo'n bloemzucht om het bij de juiste naam te noemen, dat ze wel drieduizend guldens betaalden voor een tulpenbol die van hun gading was, een ziekte die menig rijke familie ruïneerde.''

De Blainville was een eeuw te laat voor het hoogtepunt van de befaamde tulpenmanie die, anders dan vaak wordt verondersteld, slechts luttele maanden duurde, omdat een pestepidemie de economie begin februari 1637 verlamde. In die tijd hadden tulpenbollen eveneens persoonsnamen, zoals de illustere Generael der Generaelen van Gouda, Admirael van der Eijck, Admirael de Man, Paragon Liefkens en de, wat minder gewilde, bloembol Jufferkens van Marten de Fort – maar ook poëtische namen zoals Witte Croonen en Bruyn Purper. Anno 1621 ging Claes Pieterszn. zelfs zover zijn achternaam officieel te laten veranderen in Tulp; hij poseerde voor Rembrandts schilderij De anatomische les van dr. Tulp.

Windhandel en woekerwinst zijn vandaag de dag in de bloembollenhandel niet aan de orde. Integendeel. Jeanne d'Arc kost per twee dozijn slechts zes euro – maar ja, dat is een onooglijk krokusje. Mijn favoriete bloembol is de Frittilaria meleagris ofwel de kievitsbloem. Probleem is echter dat die tegenwoordig alleen in mengsel wordt aangeboden, terwijl ik nou juist uitsluitend de originele, donkerpaars gespikkelde versie blief. Wat te doen?

Oeps, daar dwaalt de blik af naar Shirley Temple: een witte pioenroos die wel vijfentachtig centimeter kan halen. Zij dient dus op de voorgrond van Pinokkio te worden gepoot want die `woestijnkaars' torent uit tot anderhalve meter. Daaronder en eromheen zou een fors aantal sierlijk stoere Nymphen kunnen of, misschien beter, een dozijn Charmers, die prachtig donkerroze anemoontjes. Uiteindelijk bestelde ik een kudde miniatuurnarcissen van het soort Tête-à-tête.

Zie www.vantubergen.nl