`Terugdeinzen in Irak was zeer riskant'

Vakkundig geregisseerd en met extreme veiligheidsmaatregelen omgeven bezocht premier Blair dit weekeinde de Britse troepen in Basra, in het zuiden van Irak. Hij kreeg een lauwwarme ontvangst.

Tony Blair begon het nieuwe jaar op de plek die het afgelopen jaar voor hem heeft gedomineerd en die zijn politieke lot ook de komende maanden zal bepalen: in Irak. Zijn optimistische boodschap, zowel bij zijn verrassingsbezoek aan Britse soldaten in en om Basra, als via de tv-camera's aan het verdeelde thuisfront: de oorlog was een ,,nobele en goede zaak'' en de Amerikaans-Britse coalitie is nu ook op de goede weg met het opbouwen van Irak als een welvarende democratie.

Irak was volgens de premier een ,,test case'' in de strijd tegen andere regimes die massavernietigingswapens ontwikkelen en die de stabiliteit in de wereld bedreigen als ze in handen van terroristen vallen. ,,Als we zouden zijn teruggedeinsd [in Irak] zouden we nooit de dreiging in andere landen hebben kunnen aanpakken'', zei Blair met een verwijzing naar de westerse pogingen om wapenprogramma's van Iran en Libië te ontmantelen.

Maar ook als zijn vechtlustige optimisme gewettigd blijkt, zal het moeilijk de aandacht afleiden van de grote vraag die de Britten al een jaar bezighoudt: waarom liet Blair het land ten strijde trekken? Die vraag is des te pijnlijker nu massavernietigingswapens (mvw's) onvindbaar blijven en de wereldwijde terreurdreiging na `Irak' eerder is toe- dan afgenomen.

,,U zult zoveel mogelijk soldaten ontmoeten en bedanken'', stond in de vertrouwelijke briefing die Blair te lezen kreeg aan boord van het militaire transportvliegtuig dat hem naar Basra bracht vanuit de Egyptische badplaats Sharm-el-Sheikh aan de Rode Zee, waar hij met zijn gezin kerst en nieuwjaar had doorgebracht. Van die instructie maakte Blair werk tijdens een ontmoeting met zo'n zeshonderd soldaten met rode, zwarte en groene baretten op het voormalige vliegveld Shaibah, de belangrijkste logistieke basis van de 10.000 Britten in Zuid-Irak.

Tijdens een zorgvuldige geregisseerde toespraak – de soldaten opgesteld in een ring met hun wagens met het oog op de tv-camera's spectaculair op de achtergrond – prees hij hen als ,,de nieuwe pioniers van het soldatenvak in de 21ste eeuw'', dat volgens hem na het vechten ook humanitaire, democratische en economische wederopbouw inhoudt. Hij begon zijn toespraak wel met de erkenning dat er thuis ,,verschillende meningen bestaan over de wijsheid van de oorlog'', maar dankte de soldaten ,,uit de grond van mijn hart'' voor hun inzet ,,waaraan niemand twijfelt''.

Op korporaal Harrington, een jonge genist, maakten Blairs woorden weinig indruk. ,,Nobele zaak of niet, we doen wat ons door hem wordt opgedragen en at the end of the day kan hij daarna komen zeggen wat hij wil.'' Die lauwwarme reactie was niet de enige, getuige het weinig klaterende applaus voor de premier. Maar luitenant Ramsumair, die het bevel heeft over een groep ambulances, noemde hem ,,inspirerend''. ,,Het is leuk dat hij hier komt, zodat onze families thuis zien dat hij aan ons denkt'', zei ze. Wel vond ze het ,,verstandig'' dat Blair een slag om de arm hield over de universele steun aan de oorlog.

Eerder op de dag bracht Blair een bezoek aan een project dat juist de succesvolle democratische wederopbouw moest illustreren. In de politieschool van Az-Zubayr, een voormalige gevangenis op vijf minuten helikopteren ten zuiden van Basra, trainen Britse, Deense, Italiaanse en Tsjechische politieagenten 340 agenten uit de voormalige politiemacht van Saddam Hussein. Blair stak even zijn neus in de klaslokalen waar de merendeels middelbare recruten les krijgen in het opnemen van getuigenverklaringen en ,,een fundament van mensenrechten''.

Vóór 30 juni, als de soevereiniteit volgens plan aan een Iraakse regering wordt overgedragen, moeten 6.000 man de opleiding hebben afgerond. Irakezen kunnen daarna de training van de ,,best mogelijke start in democratisch politiewerk'' overnemen, zegt Winton Keenen, een inspecteur uit Northumberland die het project begeleidt. Voor het nieuwe Iraakse leger bestaan soortgelijke ambities. Maar dat de Britten Irak dan helemaal kunnen verlaten, zoals minister van Defensie Geoff Hoon kortgeleden voorspelde, lijkt uitgesloten. Blair weigerde gisteren een tijdschema voor vertrek te noemen en zei dat de ,,schaal'' van de operatie belangrijker was dan de termijn. Maar een adviseur liet zich ontvallen dat er zeker over twee jaar nog Britse militairen in Irak zullen zijn.

Hun belangrijkste opdracht: na de oorlog ook de vrede winnen. En daarmee is nog maar een pril begin gemaakt gezien de aanhoudende terreuraanslagen en andere, rechtstreeks religieus gemotiveerde weerstand die de economische en politieke stabiliteit bedreigen. Radicale fundamentalisten bevinden zich in de minderheid; niet meer dan zestien procent van de Irakezen wil het islamistisch recht, de shari'a, naar Iraans of Koeweits model landelijk invoeren, zeggen opiniepeilingen die de Amerikaans-Britse coalitie laat houden. Het ideaal van de meerderheid is een open, democratische samenleving met een grote maar geen doorslaggevende rol voor religie. Maar de andersgezinde minderheid wordt wel steeds gewelddadiger.

Zo stierf twee weken geleden de christelijke drankhandelaar Bashir Elias door een pistoolkogel in het hoofd, omdat shi'itische fundamentalisten vonden dat zijn zaakje in de bazaar van Basra in strijd is met de shari'a. Elias werd vermoord, omdat hij niet wilde luisteren naar de waarschuwingen die veel handelaars in drank, muziek of videobanden in Basra eerst krijgen. Zeker acht anderen gingen hem de laatste maanden voor.

Sir Jeremy Greenstock, de hoogste Britse diplomaat in Irak en tweede man van de Amerikaanse civiele bestuurder Paul Bremer, erkende gisteren dat de veiligheid nog niet onder controle is. Volgens hem heeft de coalitie sinds de aanhouding van Saddam een reeks succesvolle arrestaties verricht, maar is ,,de oppositie ook verfijnder geworden'', zowel door grotere en beter op afstand te bedienen bommen te gebruiken als door zich in cellen te reorganiseren die immuun zijn voor de aanhouding van leiders. ,,We zullen nog meer big bangs meemaken'', aldus Greenstock.

Blair bezocht Irak voor de tweede keer sinds het officiële einde van de oorlog in mei vorig jaar (toen de Kelly-affaire net losbarstte). Er is ontegenzeglijk veel verbeterd: de stroom doet het weer, althans in het zuiden, wie het kan betalen kan er tanken en het aantal diefstallen en berovingen door ,,Ali Baba's'', zoals de Britten zeggen, is dramatisch gedaald. Maar als één ding duidelijk werd, was het dat Blair geen land bezocht waar het vrede was.

Zijn bliksembezoek werd met dezelfde geheimzinnigheid en veiligheidsmaatregelen omgeven als dat van de Amerikaanse president Bush, in november vorig jaar. De meegereisde pers mocht ,,om redenen van veiligheid'' niet van tevoren horen wat het reisdoel was (al was het niet moeilijk raden). Normaal reist Blair per gecharterde Boeing 777 van British Airways (BA), maar dat commerciële vliegtuig werd te gevaarlijk bevonden voor de trip naar Basra. Blair arriveerde nu per C17 `Globemaster', het nieuwe transportvliegtuig van de Royal Air Force dat zich onder meer met fakkels kan verdedigen tegen raketten die van de grond worden afgeschoten. Het bezoek speelde zich voornamelijk af binnen bewaakte kampementen, waartussen Blair zich verplaatste per helikopter met machinegeweren in de deuren, of in een konvooi deels geblindeerde terreinauto's, omzwermd door tot de tanden bewapende elitesoldaten en andere fitte jongemannen zonder uniform maar wel met een dikke oksel. Geen schoolbezoek of handenschudden met de bevolking zoals in mei.

Na overleg met Paul Bremer in Basra over de politieke routekaart voor 30 juni en de periode erna, vertrok Blair gisteravond in een Hercules-transportvliegtuig waarvan alle lichten waren gedoofd en dat zich in een onwaarschijnlijk steile klim van Basra verwijderde, opnieuw om geen doelwit te worden. In de diepte onder het toestel brandden de fakkels van de raffinaderijen ten zuiden van Basra luguber oranje en als vanouds. ,,Ik geloof sterker dan ooit tevoren dat de veiligheidsdreiging [van mvw's die in handen van terroristen komen] cruciaal is en dat we de dag zullen betreuren als we er nu geen werk van maken'', zei hij even later tijdens de tweede etappe, in de vertrouwde 777 van de Jordaanse hoofdstad Amman naar Londen. Maar het grotere verband van die kwestie is in Irak nog niet aangetoond en zelfs voor de `kleine terreur' van het oude Saddam-regime blijft Blair vooralsnog kwetsbaar.