Strenge bestuurder die Jiang Zemin liet zingen

Oud-staatssecretaris Yvonne van Rooy neemt vandaag afscheid als collegevoorzitter van de Universiteit van Tilburg. Ze gaat de Universiteit Utrecht leiden. Als politica gold ze als koel, als onderwijsbestuurder is ze zeer succesvol.

Een van de eerste dingen die Yvonne van Rooy deed toen ze in 1997 aantrad als collegevoorzitter van de Universiteit van Tilburg, was een koelkast op haar werkkamer laten plaatsen. Zodat ze haar gasten een glas witte wijn kon aanbieden. De Tilburgse econoom Lans Bovenberg werd geregeld uitgenodigd om aan het einde van de middag even wat te komen drinken. Op die manier onderhield Van Rooy het contact met de circa vijftien ,,gezichtsbepalende hoogleraren'', aldus Bovenberg. ,,Ze werkt niet met notities, ze nodigt mensen uit. Ze belt ook heel veel, reageert meteen als je een stuk in de krant hebt geschreven. Alles draait om het persoonlijke contact.''

Vandaag neemt Yvonne van Rooy afscheid van Tilburg, na de universiteit zeseneenhalf jaar geleid te hebben. Per 1 februari begint ze bij de Universiteit Utrecht in dezelfde functie: voorzitter van het college van bestuur. In Utrecht zijn ze blij met de komst van de voormalig staatssecretaris voor Economische Zaken en voormalig CDA-coryfee. Dankzij haar vorige banen beschikt Van Rooy over een uitstekend netwerk in het bedrijfsleven en de politiek, twee belangrijke financiers van de universiteiten. Tilburg betreurt haar vertrek, zo blijkt uit een lied dat op de afscheidsbijeenkomst zal worden gezongen door de leden van het KUB-cabaret. Tekstschrijver Pieter Nieuwint wil alleen de slotregels verklappen:

`Maar nu zij weggaat uit ons midden

en ons plezier daarmee vergalt

Nu gaan wij stiekem lopen bidden

dat Utrecht lelijk tegenvalt.'

Erg waarschijnlijk is dat laatste niet. Na een succesvolle periode in Tilburg lijkt de tijd rijp voor een volgende uitdaging: een veel grotere universiteit. De overzichtelijkheid van Tilburg – 11.000 studenten, 1.700 medewerkers, vijf faculteiten in met name gamma-disciplines – maakt plaats voor de complexiteit van Utrecht – 23.000 studenten, 7.000 medewerkers, veertien faculteiten in alle disciplines. De traditie van beide instellingen is onvergelijkbaar: de voorloper van de Tilburgse universiteit werd opgericht in 1927, de Utrechtse universiteit stamt uit 1636.

Yvonne van Rooy verlaat Tilburg als gevierd bestuurder, maar ze arriveerde in 1997 als gevallen politica. De glans van twee geslaagde staatssecretariaten voor Economische Zaken in de kabinetten-Lubbers II en III was na drie jaar onopvallend Kamerlidmaatschap verbleekt. De historische verkiezingsnederlaag van het CDA in 1994 – twintig zetels verlies – had een einde gemaakt aan de politieke opmars van Van Rooy. In plaats van een mooie ministerspost voor de nummer twee op de CDA-lijst werd het de oppositie in de Kamer. Aan Van Rooy was het niet erg besteed. Ruud Lubbers vindt dat niet zo vreemd: ,,Zo'n terugkeer in de Kamer is heel lastig. Het is een negatieve anciënniteit, het wordt je aangerekend dat je aan de andere kant hebt gezeten.''

Een eerste elegante uitweg uit de Kamer ging niet door. In 1997 was Van Rooy de CDA-kandidaat voor het burgemeesterschap van Tilburg, en haar kansen waren groot. Op de valreep ging de stad naar de PvdA, de baan naar Johan Stekelenburg. De manier waarop dat ging zit het CDA nog steeds niet lekker. Van Rooy, nu: ,,Als ik had geweten dat Johan Stekelenburg zich kandidaat zou stellen, had ik het misschien niet gedaan.'' Lubbers spreekt van een ,,klein foutje in Den Haag''. Kort daarna werd Van Rooy gepolst voor het voorzitterschap van de Universiteit van Tilburg.

Gelukkiger in het bestuur dan in de politiek. Wat voor de vader gold, geldt ook voor de dochter. Yvonne, de jongste van drie meisjes, groeide op in een katholiek gezin, waar prominente KVP'ers als huisvrienden over de vloer kwamen. Charles van Rooy was burgemeester in Eindhoven, toen hij in het voorjaar van 1959 door zijn vriend De Quay werd gemaand om als minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid toe te treden tot diens kabinet. Twee jaar later struikelde hij over de kinderbijslag en trad hij af, ontgoocheld over de politieke spelletjes in Den Haag. Van Rooy keerde terug naar het zuiden en was van 1964 tot 1978 een geslaagde commissaris van de koningin in Limburg.

,,Een verschrikkelijke deceptie, waaronder de familie nogal gebukt ging'', noemde dochter Yvonne het mislukte ministerschap in een interview met Frènk van der Linden in De Tijd in 1988. Zelf was ze op dat moment een succesvol staatssecretaris en een rijzende politieke ster. Dat ze daarmee haar vader revancheerde, wilde ze toen wel toegeven. Ze opereerde behoedzaam in de politiek, omdat ze wist hoe hard negatieve publiciteit over haar zou aankomen bij haar ouders. Inmiddels speelt het revanche-motief geen rol meer in haar leven, denkt Van Rooy's goede vriendin Karin Strengers.

De vriendinnen leerden elkaar begin jaren zeventig kennen bij de vrouwen-studentenvereniging UVSV in Utrecht. Van Rooy kwam van het gymnasium in Maastricht en koos voor staats- en administratief recht. Ook al nam ze zeer actief deel aan het verenigingsleven, een leider was Van Rooy tijdens de studie nog niet. Strengers: ,,Een hele rustige studente, bescheiden. We hadden niet het idee: deze gaat een topfunctie bekleden. Ze was wel altijd heel efficiënt, doelgericht.'' Met drie katholieke vriendinnen, allemaal uit het zuiden, maakt Van Rooy sinds haar studie fietstochten en uitstapjes in Nederland. Strengers: ,,We spreken altijd af op de zaterdag na Maria-Tenhemelopneming, dan weten we allemaal wanneer het is.'' Religie is belangrijk voor Van Rooy. Ze is actief als lector in de RK St. Paschalis Baylon kerk in het Haagse Benoordenhout.

Een stage bij de Europese Commissie in Brussel leidde tot Van Rooy's eerste baan, adjunct-secretaris Europese Integratie bij de christelijke werkgeversvereniging NCW. Een ideale plek om zowel ondernemers als politici te leren kennen, aldus Van Rooy. Dat ze jong was, en vrouw, was mooi meegenomen. ,,Ik kwam net na de barricade-generatie, ze realiseerden zich net dat het goed was om een vrouw erbij te hebben. Ik werd heel warm ontvangen. Eigenlijk ben ik mijn hele loopbaan in die golf blijven zitten. Ik was steeds de eerste vrouw, op een moment dat ze die graag erbij wilden. Na mij werd het weer moeilijker, toen kwamen er zoveel vrouwen dat mannen zich bedreigd gingen voelen.''

Van Rooy onderscheidde zich niet alleen omdat ze vrouw was. Ruud Lubbers leerde haar kennen toen ze, na haar NCW-tijd, Europarlementariër was. Lubbers: ,,Het klikte meteen. Ze is zeer actief, denkt systematisch en helder, heeft een grote werklust. Ze is communicatief en productief.'' Lubbers vroeg haar twee keer om staatssecretaris van Economische Zaken te worden. Beide staatssecretariaten gelden als geslaagd, met de kanttekening dat de portefeuille van Van Rooy in politiek opzicht onomstreden was en weinig aanleiding gaf voor debat, laat staan voor botsingen met de Tweede Kamer.

Zelf is Van Rooy het meest tevreden over wat ze bereikte in de Uruguay-ronde van de GATT, langdurige onderhandelingen over vrijhandel, en over de wijzigingvan het mededingingsbeleid. ,,Dat was toen helemaal nieuw. We kregen brieven die gericht waren aan de `afdeling mededeling'. Ik wist als een van de weinigen hoe die wereld van kartels en prijsafspraken in elkaar zat.''

Bekend werd Van Rooy echter door de vele handelsmissies die ze leidde, met Nederlandse topondernemers naar verre landen. `De koningin onder de kaasmeisjes' werd ze genoemd, maar volgens haar toenmalig woordvoerder Han Tonnon droegen de captains of industry haar op handen. ,,We zijn vijf keer naar China geweest, daar heb je veel lange treinreizen tussendoor. Zij trok zich niet terug, maar ging dan met al die ondernemers apart praten: waar gaat het bij jullie om? Ze kon ook heel goed een losse sfeer creëren. Ik herinner me een lunch, aangeboden door de toenmalige burgemeester van Sjanghai en latere partijleider Jiang Zemin. Die was zo gecharmeerd van Yvonne dat hij spontaan liederen voor haar ging zingen.''

Het beeld van een zwierige Van Rooy botst enigszins met het koele imago dat in haar politieke periode aan haar kleefde. Ten onrechte, meent persoonlijke vriend Ben Pauw: ,,Ze maakt wel eens een wat stijve indruk, maar ze is zeer humoristisch, ze beschikt over veel zelfspot.'' Streng wordt ze vooral als er wordt gezeurd of getreuzeld. Pauw: ,,Daar houdt ze absoluut niet van, dan wordt ze kriegelig.'' In een restaurant roept ze al snel om de ober, zegt vriendin Karin Strengers. Het komt ook tot uiting in haar manier van leidinggeven. Herman Wijffels: ,,Ze zit er behoorlijk bovenop, ze laat dingen niet op zijn beloop.''

Ook al heeft ze de politiek verlaten, de rol van Van Rooy in het CDA lijkt niet helemaal uitgespeeld. Ze is een van de belangrijke mensen binnen het katholieke deel van het CDA. Van Rooy was betrokken bij bij het CDA-koningsdrama van 2001, waarbij fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer sneuvelde, door hem als eerste te vragen het leiderschap op te geven. Bij de verkiezingen van 2002 speelde ze volgens toenmalig partijvoorzitter Marnix van Rij een belangrijke rol in de commissie die kandidaten voor de Tweede Kamer selecteerde. Op dit moment is ze voorzitter van een CDA-commissie die nadenkt over economisch beleid op lange termijn.

Binnen het CDA gold Van Rooy als oogappel van Lubbers. Heeft dat haar Kamerlidmaatschap bemoeilijkt? Toenmalig fractievoorzitter Elco Brinkman: ,,Iemand die zich met de leider afficheert heeft daar last van. Ze zat nadrukkelijk in één kamp.'' Het verhaal dat Lubbers wilde dat Brinkman het lijsttrekkerschap in 1994 zou delen met nummer twee Van Rooy, is volgens Brinkman niet helemaal juist. ,,Het idee was om met vier à vijf lijsttrekkers per regio campagne te voeren. Zij zou het zuiden voor haar rekening nemen. Ik vond het geen goed plan, te veel een idee uit de KVP van de jaren '50. In dit mediatijdperk werkt dat niet meer.''

Vorig jaar bedankte Van Rooy voor een bestuurlijke functie die voor het CDA van belang is: commissaris van de koningin in Noord-Brabant. Het universitaire bestuur biedt meer inhoud, zegt ze zelf. De baan ging naar Hanja Maij-Weggen. De kans dat ze ooit terugkeert naar de politiek acht Van Rooy gering.

Volgens Herman Wijffels, behalve voorzitter van de SER ook voorzitter van het Stichtingsbestuur van de Universiteit van Tilburg, heeft Van Rooy drie cruciale dingen gedaan voor de universiteit. ,,Ze heeft gezorgd voor een duidelijke profilering door te kiezen voor de alfa- en gammavakken. Ze heeft gezorgd voor een klimaat waarin kwaliteit kan gedijen, door mensen ruimte te geven. En ze heeft de universiteit een gezicht gegeven.'' Hoogleraar Bovenberg, recente winnaar van de prestigieuze Spinoza-prijs: ,,Ons wetenschappelijk niveau was al goed, maar zij heeft het zichtbaar gemaakt. Ze heeft ervoor gezorgd dat de universiteit veel zelfbewuster naar buiten is gaan treden.''

Wat Wijffels een `gezicht' noemt, wordt algemeen gezien als de grootste verdienste van Van Rooy voor de Universiteit van Tilburg. In interviews noemde ze zichzelf een `wandelende reclamezuil', feit is dat ze veel energie heeft gestoken in de verbetering van het imago van de universiteit. Bijvoorbeeld door te stimuleren dat medewerkers in de media optreden. Van Rooy: ,,Ze doen onderzoek met gemeenschapsgeld. Laat maar zien wat je doet, hoe je bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke problemen.''

Zo'n publiciteitsoffensief moet in eigen gelederen natuurlijk niet worden gesaboteerd. Toen het Tilburgse universiteitsblad Univers een artikel publiceerde over studenten die twijfelden aan de wetenschappelijke waarde van de globaliseringscolleges van hoogleraar Ruud Lubbers (kop: `De profeet van globlabla') werd hoofdredacteur Ries Agterberg bij Van Rooy op het matje geroepen. Agterberg: ,,Ze hecht aan een onafhankelijk blad, ze neemt ons serieus, maar de keerzijde daarvan is dat ze ons ook de maat neemt. Ze heeft moeite met negatieve stukken over de universiteit. Toen we iets publiceerden over alcoholmisbruik onder studenten, belde ze om te zeggen dat het elders net zo erg is.''

En als je je imago verandert, moet iedereen meedoen. Bij de invoering van de nieuwe huisstijl had het economische onderzoeksinstituut Center het logo op een verkeerde plaats staan. Lans Bovenberg: ,,We kregen meteen een telefoontje van Van Rooy, dat we dat moesten wijzigen. Ze is heel erg perfectionistisch, maar ik vraag me af of een collegevoorzitter zich met dit soort dingen moet bezighouden.''

Met name de economische faculteit heeft veel aan uitstraling gewonnen. Dat is niet alleen de verdienste van Van Rooy, zegt ze zelf, want haar voorgangers hebben daar vanaf begin jaren 90 al flink in geïnvesteerd. Een belangrijk instrument om kwaliteit te behouden en te stimuleren is volgens haar een flexibel personeelsbeleid: ook zonder vacature kan een sterke medewerker worden aangenomen. Er wordt internationaal geworven en carrières volgen het tenure track naar Amerikaans model: wie goed is mag blijven, wie niet voldoet moet weg.

Het lijkt paradoxaal dat juist onder een katholieke bestuurder, die bij haar aantreden zei de identiteit van de universiteit te willen versterken, de Katholieke Universiteit Brabant is veranderd in Universiteit van Tilburg. De naamsverandering begon niet met het schrappen van katholiek, maar met het wijzigen van Brabant. Zowel nationaal als internationaal leidde de provincienaam tot verwarring, vond men. Omdat Katholieke Universiteit Tilburg een minder prettige afkorting oplevert, moest de K ook sneuvelen. De officiële naam is echter ongewijzigd, en de universiteit doet veel aan levensbeschouwelijke activiteiten.

Van Rooy, juryvoorzitter van de Zakenvrouw van het Jaar, vindt het belangrijk dat vrouwen op topposities terechtkomen. Dat haar eigen carrière mogelijk werd omdat ze ongehuwd is, wijst ze van de hand. Ook vriend Ben Pauw denkt niet dat er een relatie is tussen haar gedrevenheid en haar ontbrekende gezinsleven. ,,Dat zit in de aard van het beestje. Het is begonnen bij het NCW. Daar zag ze al die mannen om haar heen carrière maken. Toen dacht ze: waarom zou ik dat niet ook doen?''