Stofzuiger met een bekende naam

Robert van den Hoogenband (19) is lid van de Nederlandse water- poloselectie en tevens `broertje van'. ,,Vroeger vond ik het wel eens vervelend, die achternaam, maar tegenwoordig draag ik 'm met trots.''

Zijn moeder had nog zo gewaarschuwd. ,,Je zal hem moeten overtuigen, want anders zegt hij `nee'.'' Maar haar jongste zoon blijkt best bereid om mee te werken aan een verhaal. Robert van den Hoogenband mijdt de schijnwerpers niet, maar: ,,Ik ben niet de beste waterpoloër van Nederland, althans nóg niet. D'r zijn jongens die vele malen beter zijn dan ik, maar die staan nooit in de belangstelling. Ik wel, en dat heeft natuurlijk alles te maken met mijn achternaam en met Pieter.''

Maak de jongste Van den Hoogenband niets wijs, want de 19-jarige student technische bedrijfskunde is niet op zijn achterhoofd gevallen. Goed, hij is lid van de voorlopige Nederlandse waterpoloselectie en geldt als een van de grootste talenten in de discipline, die wel wat vers bloed kan gebruiken. Maar hij is, of hij het nu leuk vindt of niet, voor de buitenwereld vooral `het broertje van' de grote zwemkampioen. Van den Hoogenband, her en der al bestempeld als VdH II, heeft zich verzoend met zijn lot. ,,Vroeger vond ik het wel eens vervelend, die achternaam, maar tegenwoordig draag ik 'm met trots.''

Lachend deelde hij vorige maand dan ook handtekeningen uit bij de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter) in Dublin. ,,Hoewel ik op de tribune zat, dachten sommige supporters dat ik Pieter was.'' Ook in Alphen aan den Rijn, waar Van den Hoogenband gisteren een driedaags oefentoernooi met de nationale ploeg afsloot, ontkomt hij niet aan de aandacht. Na afloop van de afgetekende overwinning (16-7) op landskampioen AZC, met twee treffers van Van den Hoogenband, moet hij op de foto met drie jeugdige fans. Gedwee ondergaat hij het ritueel.

Zijn broer, tweevoudig olympisch kampioen Pieter, beseft waarmee hij zijn zes jaar jongere familielid onbedoeld heeft opgezadeld. ,,Door zijn naam wordt Robert onder het vergrootglas gelegd. Dat is niet altijd even leuk, maar inmiddels weet hij niet beter. Zo was het al toen hij nog een klein menneke was. Hij heeft zich altijd dubbel en dwars moeten bewijzen. Dat is niet erg, dat is juist goed voor hem. Wordt-ie alleen maar harder van.''

Maar als tienjarige kon zijn achternaam hem af en toe nog gestolen worden, bekent Robert. ,,Dan stond ik bij van die jaargangwedstrijden op het startblok voor pak 'm beet de 100 meter vlinderslag, en werd ik voorgesteld als Robert van den Hoogenband, alias `het broertje van'. In één adem werd vervolgens de tijd genoemd die Pieter op die leeftijd zwom, terwijl mijn beste tijd daar een paar seconden boven zat. Daar werd ik wel eens gek van.''

Het was, zo geeft hij na enig aandringen toe, een van de redenen waarom hij het zwemmen op twaalfjarige leeftijd de rug toekeerde. ,,Bovendien vond ik waterpolo veel leuker, veel gevarieerder en veel spannender.'' Toch ,,zou Robert een goeie zijn voor de 4x50'', weet de oudste Van den Hoogenband. ,,Twee jaar geleden deed-ie tijdens een van onze trainingen voor de gein mee aan een wedstrijdje. Zette-ie zomaar even 23,50 op de klok. Jacco (trainer-coach Verhaeren, red.) zei meteen: `Geef me een paar maanden en ik maak er een goede sprinter van'. Nou zegt Jacco wel meer, maar in dit geval kon hij wel eens gelijk hebben.''

Zoveel als zijn broer weet van zwemmen, zo weinig weet hij van waterpolo, grijnst Robert. ,,Pieter heeft ooit zelf nog gepolood, maar van tactiek enzo snapt hij weinig. Als hij komt kijken, komt-ie voor mij. Als ik maar goed speel, dan vindt hij het best. Maar zo werkt dat natuurlijk niet in een teamsport.''

Zijn beroemde broer mocht het de laatste jaren graag én met grote stelligheid verkondigen. ,,Let op dat kleine broertje van mij, dat wordt een grote.'' In figuurlijke zin dan, want groot van stuk is de neo-international van AZ&PC (1 meter 80) nog altijd niet. Hij weet het zelf. ,,Heel veel groter zal ik niet meer worden, maar aan kracht kan ik nog veel winnen. Ik bezoek nu al regelmatig de sportschool van [oud-judoka] Theo Meijer. Daar zal ik in de toekomst nog vaker te vinden zijn.''

Maar wie hem vergelijkt met een paar jaar geleden, toen hij als een iel en verlegen mannetje op de tribune naar zijn broer zat te kijken, weet niet wat hij ziet: brede schouders, gespierde torso, zelfbewuste blik. Moeder Astrid van den Hoogenband kan het amper bevatten. Al na 31 weken kwam haar jongste zoon ter wereld, vertelt de oud-topzwemster in de hal van zwembad De Thermen. ,,Veertien dagen in het ziekenhuis gelegen en kijk nu eens.'' Vol trots aait ze hem over de bol.

,,Robert was een ventje, maar is een kerel geworden'', zegt zijn 25-jarige broer. ,,Ook mentaal, want hij gaat zijn verantwoordelijkheden niet uit de weg. Sterker nog: bij zijn vorige club PSV was hij zo'n beetje de jongste van het stel, maar nam hij toch de beslissende viermeter-worpen. Ik mag dat wel, zo'n gezonde dosis zelfvertrouwen. Ik heb hem vroeger vaak verbaal gekleineerd als we een potje tennis of tafeltennis speelden. Die plaagstoten hebben hun uitwerking kennelijk niet gemist.''

Vader én waterpolofanaat Cees-Rein van den Hoogenband beschouwt de voor waterpolobegrippen geringe lengte van zijn jongste zoon allerminst als een nadeel. Grijnzend: ,,Manuel Estiarte (ex-international uit Spanje, red.) geldt als de beste waterpoloër aller tijden. Die is nog kleiner dan Robert, dus hij hoeft niet te treuren. Robert is in het water een soort stofzuiger die zijn gebrek aan fysieke kracht compenseert met snelheid, handigheid en spelinzicht. Hij draait voortdurend om zijn tegenstanders, al zijn dat van die enorme kleerkasten, net zolang tot ze er gek van worden. Vandaar dat ik hem wel eens `de horzel' noem.''

Toch moet Robert van den Hoogenband bij de Nederlandse selectie vooralsnog genoegen nemen met een plaats in de wachtkamer. ,,De bondscoach kiest voor ervaring en dat begrijp ik wel.'' Zijn gelaatsuitdrukking vertelt evenwel een heel ander verhaal: diep in zijn hart vindt Van den Hoogenband dat hij eind deze maand mee zou moeten doen aan het olympische kwalificatietoernooi in Rio de Janeiro. Hij glimlacht zodra hem die suggestie aan de hand wordt gedaan.

Zijn tijd komt nog wel, weet de waterpoloër die door zijn ploeggenoten steevast wordt aangesproken met Hoogie, een van de vele bijnamen die zijn broer tijdens de Spelen in Sydney (2000) vergaarde. ,,Als ik heel eerlijk ben, dan komt `Athene' net even te vroeg. Hoewel: het kan, want als ze het halen, dan kom ik weer in beeld, heeft de bondscoach gezegd. Maar `Peking' is een realistischer doel. Dat zou mooi zijn: samen met Pieter naar de Olympische Spelen. Ja, dat is stiekem een droom van me. Een beetje samen door dat olympisch dorp slenteren, ik zie het al voor me.''

Beide broers hebben naar eigen zeggen veel gemeen, al signaleert hun moeder vooral veel verschillen. ,,Zeker qua karakter. Pieter is buiten het zwembad een rustig, goedaardig type dat thuis lekker voor de buis kan hangen om naar een filmpje te kijken. Robert daarentegen is een heel actief en ondernemend baasje, ook buiten het zwembad.'' Hun vader deelt die mening: ,,Piet is veel zelfstandiger, maar hij is dan ook een op-en-top individuele sporter, met een beetje een egoïstische inslag die hij ook nodig heeft om op dat hoge niveau te kunnen presteren. Robert is veel socialer, een teamsporter die ook rekening houdt met de mening van anderen.''

Zelfkritiek is zijn zoons niet vreemd, weet senior, die zelf ,,een middelmatig waterpoloër'' was. ,,Al wil Robert nog wel eens doorslaan. Ik had hem dit weekeinde aan de lijn, en had via-via al begrepen dat-ie een prima wedstrijd had gespeeld. Maar wat zegt hij? `Pa, het ging wel, ik kreeg een enorme kans maar taterde die bal bovenop de lat'. Dat is Robert ten voeten uit.''

Afgelopen zomer verliet zijn jongste zoon het ouderlijk huis in Geldrop, en ging hij op zichzelf wonen in Leusden. ,,Ik heb een prima tijd gehad bij PSV en ben altijd goed opgevangen in Eindhoven. Maar ik wilde hogerop en heb daarom gekozen voor AZ&PC, een van de topclubs in Nederland met mensen als [oud-bondscoach] Ivo Trumbic en [oud-international] Arie van de Bunt van wie ik veel kan leren.''

Sinds zijn overstap staat zijn leven in het teken van zijn studie en zijn sport. Zijn vriendin, Alette Sijbring, is eveneens waterpolo-international. Tijd om zich te verdiepen in het Utrechtse studentenleven en dus ook op dat vlak in de voetsporen van zijn vader te treden, heeft de jongste Van den Hoogenband niet. ,,Drie dagen per week in de kroeg zitten is voor mij niet weggelegd. Mocht ik dat ooit willen, dan komt dat later wel.''