Schaatser Bos met gedachten al bij Zomerspelen

Een echte verrassing kon het voor niemand zijn dat Jan Bos afgelopen weekeinde in Utrecht niet meestreed om de podiumplaatsen bij de Nederlandse kampioenschappen sprint. In de eerste drie maanden van het schaatsseizoen was hij al geen schim meer van de sprinter die jarenlang steeds zo schijnbaar gemakkelijk over het ijs gleed en wedstrijd na wedstrijd won. Onvoorstelbaar is het wel dat over twee weken in Nagano een WK sprint wordt gehouden waar Bos niet aan de start verschijnt. Alleen de eerste vier van de NK mogen naar Japan. Bos eindigde gisteren op de zesde plaats.

Het is te vroeg om de 28-jarige Bos af te schrijven. Zelf gaf hij een plausibele verklaring voor zijn falen. In het voorjaar en de zomer van vorig jaar zat hij veel op de fiets, als voorbereiding op het olympische jaar 2004. Hij doet er alles aan om zich met zijn jongere broer Theo te plaatsen voor de Olympische Spelen van augustus in Athene, als baanwielrenner. En dat ging ten koste van zijn voorbereiding op het schaatsseizoen.

Bij de NK afstanden in Heerenveen, in het eerste weekeinde van november, slaagde Bos er nog in zich op het podium te schaatsen. Hij werd derde op de 500 meter. Op de 1.000 meter kwam hij niet verder dan de zevende plaats. Bij de internationale wedstrijden die volgden, in Calgary en Salt Lake City, was hij vrijwel onzichtbaar en was het Erben Wennemars die de show stal, net als dit weekeinde in Utrecht. De 28-jarige sprinter verkeert in een supervorm en geldt als een van de favorieten voor de wereldtitel.

Vandaag stapte Wennemars in het vliegtuig naar het Verre Oosten met zijn 21-jarige ploeggenoot Simon Kuipers, die zich dankzij zijn vierde plaats bij de NK verrassend plaatste voor de WK. De andere helft van de Nederlandse ploeg in Nagano bestaat uit Gerard van Velde en Beorn Nijenhuis, de ploeggenoten die op de Vechtsebanen respectievelijk als tweede en derde eindigden. Nijenhuis begint aan zijn tweede WK: elfde werd hij een jaar geleden in Calgary bij zijn debuut op het mondiale sprinttoernooi. Routinier Van Velde begint straks aan zijn twaalfde WK sprint.

Bos werd vorig jaar nog Nederlands sprintkampioen. Het was een van zijn weinige titels sinds hij in 2000 overstapte van SpaarSelect naar DSB. Zijn mooiste prijs won hij in 1998, onder coach Peter Mueller: in Berlijn werd Bos de eerste Nederlandse wereldkampioen sprint. Dat was toen zijn derde WK sprint. De eerste keer dat hij aan de mondiale titelstrijd deelnam, in 1996 in Heerenveen, eindigde hij ver in de achterhoede, als 24ste. Een jaar later deed hij het in Hamar al een stuk beter met een dertiende plaats. Na Berlijn moest hij geleidelijk een stap terug doen: Calgary 1999: tweede, Seoul 2000: vierde, Inzell 2001: vierde, Hamar 2002: diskwalificatie, Calgary 2003: zevende.

De uitgangspositie van Bos was na de eerste van de twee wedstrijddagen in Utrecht al uitzichtloos. Ook toen bezette hij de zesde plaats. Los van de ervaren collega's Wennemars en Van Velde moest hij de jonge honden Kuipers, Nijenhuis (19) en Oltrop (24) voor zich dulden. Alleen als die onderuit zouden gaan of een sportieve inzinking op een van de twee resterende afstanden zouden beleven, maakte Bos nog kans op een ticket voor Nagano. Maar de drie hielden zich staande.

,,Ik baal vreselijk'', zei Bos na afloop. ,,Als ik gisteren net zo'n goeie 1.000 meter had gereden als vandaag, dan was ik er geweest.'' Teleurgesteld was hij, maar niet terneergeslagen. Temeer omdat hij deze kaakslag al een tijd had zien aankomen. ,,Je hebt nog niet het laatste van mij gezien'', sprak hij manmoedig. De oud-wereldkampioen hield zich vast aan een strohalm toen hij zei dat hij zich tijdens een skate-offwedstrijd nog kan plaatsen voor komende wereldbekerwedstrijden waar tickets voor de WK afstanden in maart te verdienen zijn. Maar de ironie wil dat zo'n vervolg in het langebaanschaatsen zijn voorbereiding als baanwielrenner voor de Zomerspelen in Athene weer kan verstoren. Zijn jacht op olympisch succes heeft ook zijn prijs voor het volgende schaatsseizoen. In de maanden dat de schaatsers zich voorbereiden op het pre-olympische seizoen 2004-2005 – in 2006 zijn de Winterspelen – zit Bos hoofdzakelijk op de racefiets. Hij bestreed de stelling niet dat het logisch is te veronderstellen dat hij volgend seizoen dus ook al bij voorbaat als verloren moet beschouwen.

Ondanks het falen van Bos en het succes van Nijenhuis en Kuipers is het nog te vroeg om te spreken van een generatiewisseling bij de sprinters. ,,Daarvoor zijn de verschillen tussen mij en Gerard aan de ene kant en de rest nog te groot'', sprak Wennemars, die net als in 2001 de nationale sprinttitel won. Het kan niet op voor de schaatser die het seizoen begon met nationale afstandstitels op de 1.000 en de 1.500 meter en het kalenderjaar bekroonde met de titel van sportman van het jaar.

Hoewel hij een handvol serieuze concurrenten ziet, onder wie regerend wereldkampioen Jeremy Wotherspoon, de jonge Rus Dmitri Lobkov en Van Velde, hoopt Wennemars volgende week in Nagano in de voetsporen te treden van Bos, als de tweede Nederlandse wereldkampioen sprint.