Geweldsinstructie stelt wat militair mag

De voorwaarden waaronder een militair tijdens een vredesmissie geweld mag gebruiken worden vastgelegd in de zogeheten Rules of engagement (ROE's), die in gewoon Nederlands `geweldsinstructie' worden genoemd. Wanneer mag er geschoten worden? Pas als de militair zelf beschoten is? Als hij zich in een dreigende situatie bevindt? Of mag er ook zonder persoonlijk gevaar geweld worden gebruikt, bijvoorbeeld om de openbare orde te handhaven?

ROE's geven antwoord op deze vragen, zo is de bedoeling. De ROE's moeten `helder' zijn, opdat de militair in een noodsituatie weet wat hij moet doen. Gewenst is ook dat de rules of engagement voldoende `robuust' zijn, zodat de uitgezonden militaren voldoende handelingsvrijheid hebben om hun werk te kunnen doen.

In de dagelijkse praktijk van de vredesmissies blijken ROE's echter lang niet altijd helder en robuust. Zo was de geweldsinstructie van de UNPROFOR-troepen in Bosnië begin jaren negentig buitengewoon strikt: soldaten mochten alleen het vuur openen als ze zelf onder vuur waren komen te liggen. Mede hierdoor was de VN-vredesmacht in feite vleuggellam.

Sinds `Bosnië' is er meer aandacht voor de ROE's, ook in Nederland: bij iedere uitzending zijn ze onderwerp van politiek debat.

Hoe de geweldsinstructie van de Nederlandse mariniers in Zuid-Irak luidt wil het ministerie van Defensie niet openbaar maken, omdat dit eventuele tegenstanders in de kaart zou kunnen spelen. Duidelijk is wel ze veel ruimer zijn dan het Bosnische scenario. De ROE's zijn grotendeels overgenomen van de Britten, onder wier commando de Nederlanders vallen.

Helemáál hetzelfde zijn ze niet: Nederland is, anders dan het Verenigd Koninkrijk, geen `bezettende macht' in Irak. Of dat veel uitmaakt voor de marinier `op de grond' in Irak is de vraag.