Docenten Italië tegen vacaturestop op universiteiten

3.500 Italiaanse universiteitsdocenten dreigen naar de rechter te stappen, omdat ze de baan die hun was toegezegd niet hebben gekregen. De 3.500 zijn het slachtoffer van een vacaturestop die de regering-Berlusconi voor 2004 heeft herbevestigd.

Door deze bezuinigingsmaatregel kunnen onderzoekers die na het winnen van hun sollicitatieronde recht hebben op een baan niet aan de slag bij hun universiteit. Promoties van onderzoekers tot universitair hoofddocent en van hoofddocenten tot hoogleraar zijn eveneens geblokkeerd door de vacaturestop.

Velen van de gedupeerden hadden gehoopt voor 31 december toch in hun functie te worden aangesteld, maar nu dat niet is gebeurd en er ook geen vooruitzicht is op een vaste aanstelling dreigen de onderzoekers zich allemaal individueel tot de bestuursrechters in hun regio te richten, met als gevolg dat ze het juridische apparaat danig zullen belasten. In enkele individuele rechtszaken die vorig jaar al liepen gaf de rechter de onderzoekers gelijk.

In november voerden 1.700 van de gedupeerden al eens actie en dreigden ze zwaaiend met paspoorten en vliegtickets te emigreren naar landen waar een beter klimaat bestaat voor de wetenschap. Ook de rectoren van de Italiaanse universiteiten namen al eens tijdelijk ontslag uit protest tegen de bezuinigingen op hun instellingen. Italië geeft 0,8 procent van het bruto nationaal product uit aan wetenschap en wetenschappelijk onderzoek. Volgens de rectoren moet dat 2 procent worden om op Europees niveau te komen.

,,Het is een ongelooflijke toestand die de Italiaanse universiteiten afbreekt'', zegt Pierluigi Contucci, een fysicus die sinds kort is teruggekeerd van een lang verblijf aan Amerikaanse universiteiten. Hij maakte zich zó druk over de toestand, dat hij een internetsite opende om de gedupeerden te mobiliseren. Volgens hem gaat binnen vijf à tien jaar eenderde van de universitair docenten met pensioen en is het onverantwoord nieuwe aanwas de toegang tot de universiteit te ontzeggen.

Op de achtergrond speelt een machtsstrijd tussen universiteiten en de regering. Universiteiten willen kost wat kost hun autonomie behouden en zelf bepalen hoe ze hun geld besteden en welk onderzoek en onderwijs ze willen stimuleren. De regering wil de onafhankelijkheid van de universiteiten beperken en de uiteindelijke zeggenschap krijgen over de verdeling van de gelden over de instellingen en de financiering van de personeelskosten.