De Turkse mannen van zes maanden

Overwinteren kan op vele manieren. Vandaag: wat doen oudere Turkse gastarbeiders als het in Nederland koud is, maar in Turkije nog veel kouder?

Haluk Tuncer (58) droomde jarenlang van een definitieve terugkeer naar zijn geboortedorp Cayöz in Centraal-Turkije. Dat zat er niet in. Hij zou zijn kinderen en kleinkinderen erg missen. Toen hij zo'n zes jaar geleden arbeidsongeschikt werd verklaard, diende het compromis zich aan. Sindsdien is Tuncer een man van zes maanden, zoals dat heet onder zijn generatiegenoten. De warmere helft van het jaar brengt hij door in zijn geboortedorp, de koudere maanden overwintert hij in zijn Amsterdamse appartement.

,,De winters kunnen pas echt koud worden daar'', vertelt Tuncer over Cayöz. ,,Nederlandse winters zijn er niets bij. In Turkije ligt dan metershoge sneeuw. Veel wegen worden onbegaanbaar. En je moet je huis verwarmen met hout, steenkool en tezek.'' Tezek is gedroogde koeienmest. Maar bovenal komt hij terug naar Nederland voor zijn kinderen en kleinkinderen. ,,Als ik hier ben, mis ik Turkije, het dorpsleven, mijn familie. Ben ik daar, mis ik mijn kinderen en kleinkinderen.''

's Winters puilen de moskeeën uit met mannen van zes maanden. In het café van een moskee in Zaandam vertelt Ali Osman Acar (60) dat ook hij begin mei naar Turkije vertrekt. Als de temperatuur begint te dalen en de kachels tevoorschijn worden gehaald, komt hij terug naar Zaandam. Niet alleen voor de centrale verwarming hoor, zegt hij. ,,Ik kom voor mijn kleinkinderen.'' Acar heeft zijn kinderen niet zien opgroeien. Hij was bezig de kost te verdienen in Nederland en toen hij ze in 1978 naar Nederland liet overkomen, waren ze te oud om zich nog te laten liefkozen. ,,Ik leef me nu uit op mijn kleinkinderen.''

Velen van de eerste generatie verblijven langer dan de toegestane zes maanden in hun geboortedorp. Omdat vreemdelingen Nederland niet langer dan een half jaar mogen verlaten, zijn ze huiverig voor een interview: het kan betekenen dat hun verblijfsvergunning ingetrokken wordt. Ramazan Erdogdu (65), tot zijn pensionering vorig jaar jarenlang ook een man van zes maanden, is slim geweest: hij heeft een Nederlands paspoort aangevraagd toen het nog mogelijk was een dubbele nationaliteit te hebben. Zo kan hij nu in Turkije blijven zolang hij wenst.

Pas vier weken geleden keerde Erdogdu terug uit Turkije, en nu bereidt hij zich alweer voor op zijn vertrek over twee weken. Dan hoopt Erdogdu de koudste periode te hebben overbrugd bij zijn (klein)kinderen in Nederland. Hij doet in Ankara wat hij in Zaandam ook doet: de moskee bezoeken. En af en toe komt hij nog in zijn geboortedorp. ,,Om de graven van familieleden te verzorgen.'' Hij en zijn vrouw zullen zich er nooit voorgoed vestigen, zegt hij. ,,De kinderen komen maar eens in de twee maanden. Zolang kunnen we het niet stellen zonder onze kleinkinderen.''

De droom een eigen tractor te hebben bracht Tuncer in 1968 naar Nederland. Hij liet vrouw en kinderen achter om geld te verdienen in het verre Holland. Aanvankelijk in de textielindustrie in Twente, later bij andere fabrieken in en nabij Amsterdam. Genoeg om meerdere tractors te kopen. ,,Een tractor heb ik nooit gekocht, teruggegaan ben ik ook nooit'', zegt Tuncer. Wat hem in Nederland hield? ,,Kinderen'', zegt Tuncer. ,,Kleinkinderen.'' Al in 1973 had Tuncer zijn gezin laten overkomen naar Nederland. ,,Met een tractor wilde ik mijn gezin een betere toekomst bieden. Hier merkte ik dat ik mijn kinderen nog meer perspectieven kon geven als ik ze naar Nederland haalde.''

Toch bleef Tuncer jarenlang dromen van een terugkeer naar Cayöz. Jaren verstreken. Het verlangen smeulde. ,,Voor ik er erg in had, waren mijn drie dochters en een zoon groot geworden. Ze hadden goede banen, en ze waren getrouwd.'' En ze schonken hem zelfs zestien kleinkinderen.

Sinds hij in de WAO zit, strijkt Tuncer in de lente neer in het ouderlijk huis in Cayöz. De lappen landbouwgrond heeft hij niet meer, maar hij kan wel werken in zijn boomgaard en moestuin. Hij kweekt verschillende soorten groente, rozen, zonnebloemen, appels en peren. Dan ziet hij niet alleen zijn familie, maar ook zijn jeugdvrienden die net als hij een bestaan in den vreemde leiden. Ook velen van hen brengen maanden door in het dorp. In de zomermaanden komen zijn kinderen langs. Op vakantie. En als het weer begint af te koelen in Cayöz, vliegt Tuncer naar zijn appartement met cv in Amsterdam.

In Amsterdam slijt hij zijn dagen in de moskee waarvan hij de voorzitter is. En hij brengt soms zijn kleinkinderen naar school en haalt ze weer op. Tuncer, die suikerpatiënt is en ook lijdt aan bronchitis, zegt nooit gezondheidsproblemen te hebben in Turkije. Hier kan hij niet eens de trap op. ,,Nederland maakt me ziek,'' zegt hij. ,,Maar Nederland is een deel van me geworden. Ik heb hier meer jaren doorgebracht dan in Turkije. Mijn kleinkinderen leven hier.''

Tuncer heeft vrede met het pendelen tussen zijn geboortegrond en zijn nageslacht. ,,Zes maanden hier, zes maanden daar. Dat is nou mijn leven.''

Dit is het derde deel van een korte serie over overwinteren.