`Braambos' van Otten vooral religieus denkstuk

Heeft lijden zin? Voor degenen die lijden, kan dat een troostende gedachte zijn. Voor de omstanders is het vaak vooral een gemakkelijke uitweg; zo hoeven zij het lijden niet onder ogen te zien. Voor de christenen is de vraag de kern van hun geloof: Jezus leed aan het kruis om de zonden der wereld op zich te nemen. Lijden is loutering. Lijden heeft zin omdat leven zin heeft. Willem Jan Otten buigt zich over dit vraagstuk in zijn toneelstuk Braambos. Over schuld, vergeving, opoffering en verlossing.

Een jaar na de zelfmoord van Lena, die als 15-jarige is ontvoerd en drie dagen lang is verkracht, komen de mensen samen die belangrijk voor haar waren: haar tweelingzus Guusje (Ariane Schluter), Lena's jeugdliefde (Frank Lammers), en de zwerver (Hans Ligtvoet) die haar verkrachtte. De verkrachter vraagt aan Guusje vergeving. Guusje worstelt met de vereenzelviging met haar dode zusje. Die had tenminste een duidelijk leven: liefde, vernietiging, zwijgen, de moed om zichzelf te doden. Lena's jeugdvriend schildert ondertussen een kruisiging. Hoe beeldt je God uit? Is het wezen van God de pijn?

Naast deze kernfiguren zorgen twee buitenstaanders voor de beschouwing. Nana (Thekla Reuten), de christelijke, zwangere vrouw van de schilder die haar ogen liever sluit voor het kwaad om haar positieve wereldbeeld te beschermen; en Dokter Pion, een oude huisvriend die de verzinner is van alles wat wij zien op het podium. Hij is de alwetende verteller die voor verhelderende terzijdes zorgt.

In het deel voor de pauze worden de lijnen uitgezet en werkt Otten toe naar het hoogtepunt, de biecht van de verkrachter. Dit gedeelte is erg spannend en heeft een goede, huiveringwekkende sfeer. Dit wordt mede gedragen door het sterke spel van de acteurs, in een vlotte, vaardige regie van Willem van de Sande Bakhuyzen. Vooral Ariane Schluter als de tweelingzus blinkt uit. Zij geeft haar personage diepte, ook daar waar de tekst van Otten die niet biedt.

Na de pauze lijkt het alsof Otten alles uit zijn handen laat vallen. Zijn uitwerking is te vaag en klopt niet. Bovendien werpt hij te veel nieuwe vraagstukken op, zoals een nodeloze zijlijn over de medische ethiek contra de roomse ethiek.

De tweelingzus poseert voor het schilderij en maakt er een therapeutische uitdrijvingssessie van. Ze poseert als haar zus in gevangenschap, met de schilder als de gekruisigde verkrachter die over haar heen pist. De kwestie van de vergeving van de zwerver wordt niet meer serieus opgepakt. Otten kan zijn twee hoofdlijnen – verkrachting en schilderij – niet goed samenbrengen. Goed, we aanschouwen het lijden en zoeken naar de zin. Maar wat heeft de verkrachter verder met Jezus te maken? Waarom is hij een christusfiguur die op blote voeten over water loopt? De kern van het geloof in Christus is dat hij zonder zonde sterft, maar die van ons op zich neemt. Deze verkrachter wil juist dat de anderen zijn zonden voor zijn dood op zich nemen.

Otten schrijft overvolle leer- en denkstukken. De handeling en de dialogen staan in dienst van de religieus-filosofische vragen. Nu het achterliggende essay niet deugt, kun je je nog een tijdje vermaken met de handeling, maar uiteindelijk valt het hele stuk. Dan blijkt dat hij in wezen een prozaschrijver is. Het drama zit in de verhalende passages. Bij de schaarse confrontaties is doorgaans één personage aan het woord, de ander luistert en zwijgt. Het open einde laat het publiek in verwarring achter. Er is dan zoveel opgeworpen en zo weinig ingelost, dat het slot zeer onbevredigend aanvoelt.

Het afwijkende, oorspronkelijke slot, zoals dat in het tekstboekje staat, biedt enig inzicht in wat Otten voor ogen moet hebben gehad. Guusje masseert daarin de voeten van de verkrachter, die zijn hand op haar hoofd legt. Er wordt gesuggereerd hij niet de verkrachter is, maar een mysterieuze onbekende, die de schuld op zich heeft genomen. Nana roept op tot vergeving en spreekt de sleutelwoorden ,,het mag niet voor niets zijn''.

In het zicht van zinloos lijden is dát het antwoord van veel gelovigen. Alles moet zin hebben, onderdeel zijn van een hoger, desnoods ondoorgrondelijk heilsplan. Overigens is het maar goed dat dit slot vol reli-kitsch is gesneuveld. Maar het gaf wél de verheldering die het stuk nu ontbeert.

Voorstelling: Braambos van Willem Jan Otten door Het Toneel Speelt. Regie: Willem van de Sande Bakhuyzen. Gezien: 4/1 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 27/3. Inl. 020-523 7767 of www.hettoneelspeelt.nl