'Wij zijn allemaal veroordeeld tot de borreltafel'

Door de globalisering wordt ons oordeelsvermogen voortdurend overvraagd, zegt de Duitse essayist en biograaf Rüdiger Safranski. Irak, Afghanistan, het aids-probleem in Zuid-Afrika hoe kan een mens zich over al die zaken een mening vormen? Een oplossing is er niet, zegt Safranski. 'Eenvoudig gezegd, gaat het erom op een intelligente manier te leven in een wereld die niet te bevatten is.'

Een gloedvolle Weinstube in het hart van een druilerig Berlijn: geen wonder dat ons gesprek al snel gaat over het eigene, het verlangen om je ergens helemaal thuis te voelen. Rüdiger Safranski, essayist, gevierd schrijver van ideeënbiografieën over lastige Duitse filosofen (Schopenhauer, Nietzsche en Heidegger), zegt dat hij hier graag komt voor de wijn, maar ook voor de authentieke sfeer. De eigenaar is op reis, maar hij laat zijn waarnemende zoon een wijnsuggestie overbrengen.

Safranski: 'Eind jaren tachtig schreef ik een boekje, Hoeveel waarheid heeft een mens nodig?, waarin ik een sceptische blik wierp op dat Heimatsverlangen van de mens, de behoefte om het ware leven te ontdekken en enkel nog vanuit die ene waarheid te leven. Ik gebruikte het beeld van de schilder die opgaat in zijn eigen schilderij. Het ging mij toen vooral om de gevaren die die behoefte aan waarheid met zich meebracht. Want die verbeten zucht naar de waarheid, naar het enige echte zinvolle authentieke leven, kan gemakkelijk tot zelfvernietiging leiden. Wie de waarheid buiten zichzelf gevonden meent te hebben, weet zogenaamd wie hij is, hij hoeft er alleen nog maar naar te leven. Maar is iemand wel een eenheid of juist een veelheid? Dat is niet alleen een persoonlijke, maar ook een actuele, politieke vraag. Dat verlangen naar een leven in de waarheid steekt immers steeds opnieuw de kop op en leidt vaak genoeg tot het totalitaire. Als je de foto's ziet van de mensen die in 1933 Hitler toejuichten, de bevlogenheid op hun gezichten, dan zie je dat het hun niet alleen maar ging over de werkloosheid, over de economische crisis. Voor velen was het nazisme niets anders dan een surrogaatreligie, die verklaarde hoe het met de wereld zat. Het leverde een beeld van het ware zelf, dat moest opgaan in het collectief. Jij bent niets, het volk is alles. Antropologen hebben aangetoond dat zo'n bezeten zucht naar de waarheid, die het leven een vast fundament moet geven, steeds weer terugkomt. Het experiment met het dogmatisch socialisme is een voorbeeld, net als het hedendaagse fundamentalisme.'

Over de oorzaak van die drang naar één enkele waarheid die houvast geeft, heeft Safranski vaak geschreven: de angst voor de vrijheid. 'Na de val van de Muur kon je zien wat er gebeurt wanneer mensen in een liberale samenleving belanden, waarin alles mag en mogelijk is: ze raken hun oriëntatie kwijt. In Oost-Duitsland gaf de staat met zijn verordonneerde waarheden vorm aan het leven, zelfs aan dat van de dissidenten die haar bekritiseerden. Wanneer dat wegvalt, wordt alles willekeurig. Toen Luther zich tegen de kerk keerde, stelde hij dat voor als een bevrijding: de mens was eindelijk bevrijd van de onderdrukkende almacht van het geïnstitutionaliseerde papendom. De mens was vrij, het kwam nu aan op zijn persoonlijke, intieme relatie tot God. De vraag is wat er gebeurt wanneer ook die persoonlijke relatie verstoord raakt, wanneer onze vrijheid alleen nog maar op zichzelf betrekking heeft. Om daar goed mee om te kunnen gaan, heb je een sterk zelfbewustzijn nodig, dat in zichzelf geworteld is.

'Dat vergt zo'n grote inspanning dat men steeds opnieuw in conformisme vlucht. Persoonlijke vrijheid houdt nu eenmaal ook in dat je bereid bent om risico's te lopen. Ook in belangrijke persoonlijke kwesties kijkt men eerst naar de overheid, waarvan verwacht wordt dat die zijn burgers verzekert tegen de risico's van het bestaan. Mijn moeder heeft op dit moment permanente verzorging nodig, en het is opvallend hoe snel je geneigd bent de staat daarvoor verantwoordelijk te stellen. Zelf dacht ik op een gegeven moment: mijn moeder is financieel onafhankelijk, ikzelf eveneens, en dan moet je toch eigenlijk zeggen: de familie zorgt zelf voor haar. Wij worden door onze ouders op de wereld gezet en wij moeten onze ouders op onze beurt begeleiden wanneer ze deze wereld verlaten. Wanneer je het kunt betalen, moet je niet de staat laten opdraaien voor zulke elementair menselijke aangelegenheden. Een vrije samenleving betekent niet alleen dat je kunt doen wat je wilt en kunt zeggen wat je wilt, maar ook dat je onder ogen ziet dat het leven een zware last kan zijn, dat je ziek kunt worden, dat je voor je ouders moet zorgen. Die toenemende afhankelijkheid van de staat duidt op een collectieve infantilisering. Kinderen moeten verzorgd en beschermd worden, maar wanneer een hele samenleving een looprek nodig heeft, betekent dat dat men bang is voor de vrijheid.'

Luchtledig

Hoewel hij zich maar al te goed bewust is van de gevaren van het menselijke verlangen naar een waarheid waarin je kunt wonen, een Heimat waarin de mens volledig samenvalt met zijn omgeving, beseft Safranski ook dat een mens niet kan leven in het luchtledige. In zijn essay Hoeveel globalisering verdraagt de mens? (Atlas, 2003) keert hij zich tegen de onmogelijke eis die aan de moderne mens gesteld wordt: dat hij de hele wereld moet kunnen overzien. Safranski: 'Je kunt niet in het globale wonen, je leeft nu eenmaal altijd in één specifiek milieu. Door mijn blik op de globalisering te richten probeer ik in dat laatste boek de basisbehoefte van een mens aan een bestaan in een overzichtelijke ruimte te rehabiliteren. Wat mij interesseert aan het fenomeen van de globalisering is niet zozeer hoe al die processen technisch, economisch, sociaal verlopen, daar zijn al heel veel boeken over geschreven. Mij ging het om de vraag: wat doet het met jou? Hoe wordt dat allemaal in je eigen hoofd verwerkt, wat doe jij ermee? Kijk, we kunnen hier aan tafel zo over Georgië gaan debatteren, en vervolgens over Afghanistan, en dan nemen we ook Irak nog even mee. Daarna hebben we het over aids in Zuid-Afrika, de drugshandel in Colombia en dan nog even over de hervorming van de verzorgingsstaat in Nederland. Mogen we ook doen. Maar wat betekent het eigenlijk? Ondanks de uiterst gebrekkige kennis die we over al die onderwerpen hebben, worden we niettemin voortdurend verleid tot stevige meningen.

'Steunen we de Abchazen of de Georgiërs, heeft Schröder een goed besluit genomen? We oordelen aan één stuk door. Dan kun je zeggen, zo is het nu eenmaal, we zijn veroordeeld tot de borreltafel, maar in een democratie doet onze mening er wel degelijk toe, we moeten meebeslissen over wat er gedaan moet worden op basis van onze oppervlakkige kennis.

'We worden geconfronteerd met een probleem dat zich in de geschiedenis niet eerder heeft voorgedaan. Omdat wereldwijde processen steeds nauwer met elkaar verstrengeld raken, worden de dingen almaar complexer, zo complex dat je ze intellectueel niet meer doorgronden kan. Je hebt geen overzicht, en toch word je gedwongen een standpunt in te nemen.'

Dat is het probleem met de globalisering: je ziet heel de wereld, dag in, dag uit, maar je ervaart hem niet. Safranski: 'Je moet bedenken dat het tot laat in de negentiende eeuw, vóór de komst van de telecommunicatie, onmogelijk was om verschillende dingen gelijktijdig in één ruimte te ervaren. Toen in Duitsland bekend werd dat de Franse Revolutie plaatsvond, was het nieuws al minstens een week oud. Bij iedere gebeurtenis die zich elders voltrok ging er eerst tijd overheen. Bovendien ontbraken directe beelden. Je nam iets tot je in taal, wat betekende dat een gebeurtenis eerst symbolisch geordend was, en pas nadat het was gebeurd. Daardoor bleef er altijd een zekere afstand tussen jou en het nieuws. Zo'n gebeurtenis bleef daardoor ook iets mysterieus houden, iets wat je niet helemaal kon doorgronden of overzien. Die afstand is nu verdwenen: we zijn getuige van dingen terwijl ze elders, ver weg, plaatsvinden en we zien ze ook werkelijk als beeld. Dat schept een gevoel van nabijheid dat niet echt is. Want wat we zien, is wel degelijk ver van ons, we begrijpen het niet, terwijl het wel een direct appèl op ons doet en ook politieke consequenties heeft.'

Maar dat kan niet meer veranderd worden. Onze werkelijke ervaringen worden voortdurend afgetroefd door beeldsensaties. 'Maar we kunnen ons er wel bewust van worden. De kans dat je het slachtoffer van een terroristische aanslag wordt, is nog altijd even groot als de kans dat je de hoofdprijs in de lotto wint. Alleen suggereert de pseudo-nabijheid van het beeld dat het gevaar alomtegenwoordig is. De emotie en hysterie die dat veroorzaakt, zorgt ervoor dat men bereid is zich in allerlei politieke avonturen te storten om dit machtige gevaar, dat geen werkelijk gevaar is, het hoofd te bieden. Dan wordt het gevaarlijk.'

Het is een verwarrende paradox, zeg ik. Het klassieke humanisme nodigt een mens uit verder te kijken dan zijn neus lang is, roept hem op tot betrokkenheid met de rest van de wereld. Safranski's verzet tegen de globalisering van ons wereldbeeld mondt uit in een oproep aan de mens om zijn eigen individuele wereld veilig te stellen. Zo lijkt het alsof zijn humanisme zich juist van de wereld afkeert.

'Maar het humanisme dat uitgaat van de individuele mens, wordt van twee kanten bedreigd. Eerst heb je de globalisering, die je dwingt zo'n grote ruimte te overzien, dat je aan je eigen ik niet meer toekomt. Vervolgens is er de biologie, die stelt dat een mens voor 99,8 procent genetisch bepaald is, zodat het begrip individu biologisch gezien niet meer houdbaar is. De individuele mens wordt dus sociologisch en biologisch sterk gerelativeerd. Het is ook geen toeval dat er gelijktijdig over beide zaken, in Duitsland althans, heftig gedebatteerd wordt. Maar die debatten spelen zich nu eens niet in het luchtledige af, ze vinden plaats in ons eigen hoofd. Hoe vermijd ik het een algemeenheid te worden, hoe vind ik mijn eigen coördinaten? Natuurlijk doen de meesten van ons dat allang, we gaan heus onze eigen weg. Maar waar het om gaat, is dat we individuen met een slecht geweten zijn geworden, omdat we nog individuen zijn! Mijn houding is sterk beïnvloed door het existentialisme, dat heeft mijn filosofische blik gericht. Bij alles je afvragen: wat doe jij eigenlijk, wat is voor jou nu werkelijk belangrijk? Hoeveel hechte, persoonlijke vriendschappen zijn er niet stukgelopen op de vraag of Irak binnengevallen moest worden? Het gaat om een innerlijke ordening: wat staat ver van me, wat is er echt aan, waarmee heb ik werkelijk ervaring, waarover heb ik enkel een mening? Welke vragen zijn voor jou existentieel van belang en welke vragen zijn alleen belangrijk wanneer je aan de Stammtisch slim wilt overkomen? Waartoe zo'n houding leidt waar ik voor pleit, is moeilijk te zeggen, maar ik zou al tevreden zijn wanneer het scepsis tot gevolg heeft, een weldadige scepsis die vraagtekens zet bij je eigen oordeelsvermogen, die je doet inzien dat je onderdeel bent van een imaginair theater, een meningenspel. Dat werkt therapeutisch.'

Dilettantisme

Door de globalisering wordt het oordeelsvermogen van een mens voortdurend overvraagd, zegt Safranski. 'Het probleem is veel groter dan je op het eerste gezicht zou denken. Want je gaat ervan uit dat alleen wij gewone mensen van meningen uit de derde hand leven, die we elkaar verkondigen aan de borreltafel, maar steeds weer blijkt dat ook de mensen die in het politieke centrum de beslissingen nemen, die wij voor werkelijk competent houden, nauwelijks over meer overzicht beschikken. Door de globalisering heeft zich van de politiek een organisch dilettantisme meester gemaakt. Onlangs heb ik Joseph Stieglitz ontmoet, de bekende econoom en Nobelprijswinnaar, die me vertelde hoe de economen van de Wereldbank en het imf onder invloed van de Chicagoschool in de economie in de jaren '90 bruut ingrepen in nationale economieën als de Argentijnse en de Russische, met alle desastreuze gevolgen van dien. Ze konden de complexiteit van de situatie niet overzien en grepen dus terug op een ideologische mantra van dogmatische begrippen, die de werkelijke situatie reduceerde tot een overzichtelijk geval.'

Maar hoe moet een individu voorkomen dat hij in zichzelf opgesloten raakt? In zijn boek Het kwaad; het drama van de vrijheid (Atlas, 2001) schrijft Safranski dat de filosoof Nietzsche het leven zelf wilde heiligen. Dat bracht hem uiteindelijk in botsing met zijn vriend Wagner, die in zijn kunst de wereld wilde overstijgen. Dat lijkt op de vriendschap tussen Vincent van Gogh en Paul Gauguin, die op eenzelfde misverstand was gebaseerd. Zowel Nietzsche als Van Gogh zocht transcendentie in de wereld zelf, Wagner en Gauguin wilden aan de wereld ontsnappen.

'Dat is een belangrijk onderscheid. Nietzsche geeft ergens een briljante analyse over de geschiedenis van de religie. Het christendom heeft ons geleerd dat het wezenlijke zich eigenlijk ergens anders bevindt dan in het hier en nu. Die notie ligt nog steeds diep in ons verankerd, ook al is de religieuze dimensie ons nu afgenomen, ook al is God doodverklaard. We zijn achtergebleven met een negatieve erfenis: het dagelijkse bestaan is gedevalueerd tot iets banaals en we missen een referentiepunt voorbij de grenzen van ons bestaan om ons verlangen naar transcendentie op te projecteren. Nietzsche zegt: wat God is weten we niet, het geloof gaat verloren, maar dat maakt allemaal niet zoveel uit, we kunnen best zonder, maar waar het om gaat is dat we de energie, het enthousiasme en de hartstocht die heeft geleid tot de bouw van de grote kathedralen, nu op het leven zelf richten. God is dood, maar onze religieuze hartstocht mag niet verloren gaan, die moet zich richten op immanente doelen. En hij voegt daaraan toe: wanneer we die hartstocht voor iets anders gebruiken, dan niet voor collectieve politieke projecten. Alsjeblieft geen als politiek vermomde surrogaatreligie! Alles moet zich op het individu richten. Dat is geen pleidooi voor egoïsme, maar de wens dat ieder mens zijn leven als een kunstwerk gaat zien, dat hij inziet dat hij zichzelf moet maken. Je leeft slechts eenmaal, en de waarde van je leven ligt besloten in wat je ervan maakt. Of zoals Nietzsche zegt: men moet met zichzelf bevriend raken.'

Een mysterie

In Het kwaad kent Safranski de godsdienst een belangrijke eigenschap toe. Hij schrijft: 'De religie bewaart ontzag voor het onverklaarbare en voor de ondoorgrondelijkheid van de wereld. In het licht van het geloof wordt de wereld groter, want ze bewaart haar geheim, en de mens begrijpt zichzelf als deel daarvan.' Erkennen dat er een mysterie is, is dat waar het om begonnen is?

'Ik maak onderscheid tussen authentieke religies en surrogaatgodsdiensten: van de eerste kun je zeggen dat ze eerbied hebben voor de al te grote complexiteit van God, en dus ook voor de wereld die Hij geschapen heeft. Dat leidt tot een bescheiden, respectvolle houding, tot deemoed zo je wilt. Het tweede soort bedient zich van een dramatische versimpeling, beroept zich erop het recept voor het enige ware leven te hebben, huldigt een idiote eenduidigheid en bedient zich van emotioneel fanatisme. Er is tussen die verschillende soorten religie geen grotere tegenstelling denkbaar. Augustinus zegt bij alles wat hij schrijft: ik zeg dat nu wel zo, maar u weet dat ongetwijfeld veel beter. Je bevindt je op een reusachtig continent dat je niet kent, en je blijkt ook jezelf een raadsel. In dat beseft schuilt de ware religiositeit. Eenvoudig gezegd, gaat het erom op een intelligente manier te leven in een wereld die niet te bevatten is.'

Die houding hoeft niet godsdienstig te zijn. Montaigne had God niet nodig om het mysterie van de wereld te beseffen. Hij vond zichzelf mysterieus genoeg.

'Natuurlijk gaat het ook zonder godsdienst. Montaigne blijft voor mij een van de belangrijkste denkers. Hij is de werkelijke humanist. Hij trekt zich uit het leven terug, kijkt diep in zichzelf en wat ziet hij? Een en al gekrioel! Hij zegt ook: wanneer je jezelf lang genoeg beschouwt, word je vanzelf zeeziek. Hij schept geen vastomlijnd mensbeeld, heeft de moed niet in vaste beelden te denken, maar onderwerpt zichzelf en de wereld voortdurend aan een alerte beschouwing. Dat is een eerbiedig humanisme.'

In Hoeveel globalisering kan een mens verdragen? pleit Safranksi voor een bewustzijnsverandering: 'We moeten een keer het toneel omdraaien en onszelf imprenten dat ons hoofd niet alleen in de wereld, maar de wereld ook in ons hoofd is. Zeker, het individu is niets zonder het geheel waar het toe behoort. Maar het omgekeerde is ook waar: dit geheel zou helemaal niet bestaan als het zich niet in onze hoofden, in ieders hoofd zou weerspiegelen.'

Hoe groot acht hij de kans dat in een wereld van globalisering en massamedia die bewustzijnsverandering zal plaatsvinden?

'Ach, ik ben me ervan bewust dat je in alles wat je op het intellectuele vlak tot stand brengt, tegelijk ook een symptoom bent. Als ik roep dat men het individu weer in ere moet herstellen, dan gebeurt dat in een intellectueel klimaat waarin die vraag reeds speelt.

Ik ben geen geïsoleerde profeet die de mensheid opdrachten verstrekt. Dit soort processen voltrekt zich langzaam en ook onzichtbaar. Het belangrijkste is dat ik er zelf in geloof. Daarna zien we wel.'

Bas Heijne is schrijver en redacteur van NRC Handelsblad.

Maurice Weiss (Ostkreuz) is freelance fotograaf.

[streamers]

'De kans dat je het slachtoffer wordt van een aanslag is even groot als de kans dat je de lotto wint.'

'Ik pleit voor scepsis die vraagtekens zet bij je eigen oordeelsvermogen. Dat werkt therapeutisch.'