Uitbreiding van Europese Unie is bittere noodzaak 1

Nausicaa Marbe schetst een apocalyptisch toekomstbeeld dat bewaarheid kan worden wanneer de voormalige communistische landen van Midden- en Oost-Europa zullen toetreden tot de Europese Unie (Opinie & Debat, 27 december). Zij spreekt het vermoeden uit dat het besluit tot uitbreiding van de EU in Brussel in een ,,vlaag van verstandsverduistering'' is genomen, hoewel ook dronkenschap niet uitgesloten moet worden. Wie het niet met haar eens is, wordt bij voorbaat weggezet als naïef, gevaarlijk en dom.

Ik durf dergelijke kwalificaties niet op mevrouw Marbe los te laten, maar haar opstelling doet denken aan een kwaal waaraan geëmigreerde Oost-Europeanen soms lijden: een wereldbeeld creëren waarin de communistische duivel en de transitiedraak een monsterverbond zijn aangegaan. Kenmerkend voor dit soort doemdenken is dat de emigrant zijn geschonden, getraumatiseerde, criminele en corrupte voormalige landgenoten ziet als lieden die duidelijk minderwaardig zijn aan de westerlingen tussen wie hij mag leven. Tegelijkertijd eist deze emigrant voor zich het recht op om te oordelen en te veroordelen met een zogenaamde kennersblik. Mevrouw Marbe ontkomt echter niet aan de standaardclichés. Voor haar zijn de ex-communistische landen het domein van straatkinderen, illegale stukadoors, vrouwenhandelende maffiafiguren, corrupte politici en economisch dominante veiligheidsagenten. Deze `besmettelijke' wantoestanden dreigen onze niets vermoedende Unie vanaf 2004 en vooral vanaf 2007 (de datum dat Roemenië en Bulgarije zullen toetreden) te gaan vervuilen.

Het heeft geen zin om hier de positieve kanten van het transitieproces in Midden- en Oost-Europa op te sommen, maar ik geloof, net als `Brussel', dat er doorslaggevende economische, historische en morele argumenten zijn om de postcommunistische landen toe te laten tot de Europese Unie. Het Roemenië dat mevrouw Marbe heeft verlaten, is niet te vergelijken met het land dat in 2007 zal toetreden tot de EU. Het is een land met veel problemen, maar met uiterst hoopgevende perspectieven. En er zijn talloze naïeve en gevaarlijk dronken beleidsmakers, zakenmensen, schrijvers en journalisten die dit zullen onderschrijven. Komt het misschien doordat mevrouw Marbe zelf verweesd is dat zij dit niet kan zien?