Tussen heroïne en hijab

Ook in Groot-Brittannië woedt een integratiedebat. Voorlopige conclusie: het multiculturele beleid heeft de etnische scheidingen niet verminderd maar juist groter gemaakt. De Britten moeten nu opnieuw leren wat burgerschap betekent. Maar hoe moet dat als niemand weet wat de `Britse identiteit' is? Portret van Spitalfields, een bont Bengaals getto in Londen.

Het heeft een veelbelovende naam, maar het Londense Museum of Immigration and Diversity is piepklein, meestal gesloten voor gewoon publiek en een bouwval, die ondanks een plek op de monumentenlijst tevergeefs wacht op een restauratiesubsidie. Je moet er je jas aanhouden want er is geen verwarming. Maar de locatie is top. 19 Princelet Street werd in de achttiende eeuw gebouwd voor hugenootse zijdewevers die het katholieke Frankrijk ontvlucht waren. Een eeuw later, toen de wijk Spitalfields een toevluchtsoord werd voor Russische en Poolse pogrom-vluchtelingen, woonden er joodse gezinnen. Achter het huis bouwden ze een synagoge, die met zijn iele balkonnetjes en Hebreeuwse opschriften in goudverf nog steeds de voornaamste attractie is. Nu woont in dezelfde wijk sinds dertig jaar de grootste Bengaalse gemeenschap buiten Bangladesh. Vijf keer per dag klinkt de azan over de daken om deze moslims naar de moskee te roepen.

,,Eigenlijk zijn we allemaal immigranten, als je maar ver genoeg teruggaat''; ,,Britain heeft veel van immigranten geleerd''; ,,Mijn droom over Londen is een rijke busconducteur worden en misschien de koningin ontmoeten'' – het zijn een paar indrukken van de kinderen die het museumpje in schoolverband hebben bezocht. Er staat een koffer vol ouderwetse etiketten-met-een-touwtje. Daarop hebben bezoekers, die zich in het lot van een vluchteling moesten verplaatsen, geschreven wat ze zouden inpakken als ze maar één ding konden meenemen (,,Familiefoto's''; ,,Mijn schetsboek''; ,,Mijn man''; ,,Mijn sigaretten''). Op een videoscherm in de klamme kelder vertellen leerlingen van Christ Church, de basisschool om de hoek en honderd procent Bengaals, een joodse mop over racisme. En bij de ingang staat een koffer met veelkleurige klosjes zijde symbolisch te wezen.

,,Die klossen zeggen: volg de draad van het verhaal'', zegt Susie Symes, oud-topambtenaar van Financiën en voorzitter van het museumbestuur. ,,Elk individu zijn eigen draad en verhaal. Maar je beseft tegelijkertijd dat je deel uitmaakt van een groter weefsel.''

Dit is de blije boodschap van multicultureel Brittannië. Symes en haar museum zijn niet de enigen die dat optimisme uitdragen. Trevor Phillips doet het ook. De zoon van immigranten uit Guyana, de eerste en tot nu toe enige zwarte leider van de nationale studentenbond, succesvol tv-producent, journalist en lokaal politicus is nu voorzitter van de Commission for Racial Equality (CRE), het prominente overheidsorgaan dat rassendiscriminatie bestrijdt.

,,Britse burgers noemen consequent de National Health Service [de openbare gezondheidszorg] als instelling waar ze het meest trots op zijn'', zei hij in oktober, toen het asiel- en immigratiedebat hoog opliep. ,,De NHS is opgericht door een politicus uit Wales, opgetuigd door Ieren, onderhouden door Caraïbische verpleegsters, onder wie mijn zus, wordt voornamelijk gerund door Indiase en andere buitenlandse artsen en wordt nu schoongemaakt door Somalische vluchtelingen. Dit is modern Groot-Brittannië'', aldus Phillips.

Maar stap de deur uit van 19 Princelet Street, wandel twee blokken, en je staat in het getto. Een bizar getto. Hier en daar is het bijna onzichtbaar onder een laagje kitsch, in gerenoveerde gemeenteflats, of achter de gevel van een Franse kerk die nu als moskee fungeert. Het is aangelengd met yuppies, de internationale kunst-set en met blanke Cockney's die het vuilnis ophalen of de telefoon repareren. En dezer dagen ook met illegale tabakverkopers uit Albanië en Russische hoeren. Maar toch: een moslimgetto met 66.000 Bengaalse bewoners, waar de `integratie' of multiculturele interactie die de overheid al dertig jaar nastreeft weinig betekent.

East End-prinsessen

Spitalfields ligt aan de oostkant van de City, het financiële centrum van Londen, net buiten de voormalige stadsmuren. Hier begroeven de Romeinen hun doden en uit dezelfde klei werden hier de stenen gebakken waarmee Londen na de brand van 1666 is herbouwd. Brick Lane, het decor van de gelijknamige roman waarmee de Brits-Bengaalse schrijfster Monica Ali dit jaar de Booker Prize net niet won, is de ruggengraat.

Voor de Bengalen die hier vanaf de jaren vijftig neerstreken, was dit het beloofde land. Sommigen kwamen rechtstreeks uit Bangladesh, dat toen nog Oost-Pakistan heette en pas in 1971 na de oorlog tussen India en Pakistan onafhankelijk zou worden. Anderen maakten een omweg via de textielindustrie in de Midlands. Toen die instortte, trokken ze naar Londen en vonden werk als ober, kok of in een van de leerateliers. Of ze vonden geen werk.

Brick Lane en de paar straten eromheen heten nu officieel Banglatown. Met steun van de Europese Unie worden de stoepen opnieuw gelegd. De lantaarns zijn groen en rood geschilderd – de kleuren van Bangladesh – en je kunt de straatnamen nu ook in het Bengaals lezen. Hier komen overwerkte City-bankiers en hippe Londenaren na het clubben bij met een salt beef beigel in een van de overgebleven joodse bakkerijen die 24 uur open zijn. Een paar gerestaureerde zijstraten, ooit een deel van het desolate landschap dat het lokale kunstenaarsduo Gilbert and George in de Dirty Words Pictures fotografeerde, zijn nu een Dickens-decor, waar de voormalige krotwoningen nu alleen voor de zeer rijken zijn weggelegd.

Aan het ruigere noordeinde van Brick Lane is elke zondagochtend een bonte openluchtmarkt. Daar kun je je mobiele telefoon laten omkatten, kokkels en mossels kopen (`Alive, alive all') en niet van echt te onderscheiden Nikes. Daar zijn ook East End-prinsessen in het wild te zien, afgezet met bont en gouden ringen aan elke vinger. En aan het andere eind van Brick Lane kunnen toeristen na een Jack the Ripper-rondleiding `authentiek' Indiaas eten in een van de tientallen curry houses, die allemaal door Bengalen worden gedreven. Brick Lane is, kortom, nogal in de mode.

Maar achter die façade ligt het getto. Het is deels een zelfopgelegd getto, zeggen onderzoekers. ,,Het zijn de restanten van een getto'', zegt Pola Uddin, een Bengaalse politica die in Spitalfields succesvol strijd voerde tegen economische en sociale discriminatie. Het is een overbodig getto, zegt Mirza Baig (26), een moslim die buiten Londen opgroeide tussen blanke Britten en voor zijn werk als gemeente-ambtenaar naar Spitalfields is verhuisd. ,,Ik zie niet in waarom segregatie nodig is.'' Maar, zegt hij, ,,het blijft een feit dat de culturen weigeren over hun barricades heen te stappen.''

,,Er is nauwelijks contact tussen de Bengalen en andere groepen, behalve op de markt'', zeggen ook Royston (26) en Sultan (20), twee van de zes nieuwe hulpagenten die sinds een maand patrouilles in de wijk lopen om de overwerkte bobbies te ontlasten. De flats hebben er een onbrandbare brievenbus, een herinnering aan de terreur door de skinheads van het extreem-rechtse National Front in de jaren '70. De speeltuin voor een kortgeleden opgeknapt blok gemeenteflats is gesloopt. Dit is het territorium van de Brick Lane Massive, een van de Bengaalse gangs die hier bloedig LA'tje spelen en 900 leden hebben.

,,Ik zal nooit wennen aan de lucht van menselijke faecaliën'', zegt Royston in het trappenhuis van een parkeergarage dat bezaaid ligt met injectiespuiten, condooms en de reusachtige drollen die crack-gebruikers eens per week draaien. De wijk is ook een draaischijf in de prostitutie en drugshandel. Bengaalse jongeren hebben een nog steeds groeiend aandeel in de distributie èn afname.

Voor veel hugenootse, Ierse en joodse immigranten was Spitalfields een doorgangshuis naar zakelijk succes, de Britse middenklasse en een huis in de buitenwijken. De Bengaalse gemeenschap lijkt economisch en sociaal minder mobiel, ook vergeleken met Pakistanen en Indiërs. Veertig procent is werkloos, vooral jongeren; in de rest van de deelgemeente Tower Hamlets is het maar elf procent en landelijk vier. Schoolprestaties zijn slecht en leiden tot nog meer werkloosheid. Niet meer dan één op de tien Bengaalse vrouwen werkt, de anderen blijven, al dan niet vrijwillig, achter de drempel van taal en religie. Monica Ali's heldin Nazneen, die in Spitalfields aankomt voor een gearrangeerd huwelijk met een oudere Bengaal, en die dan niet meer dan drie woorden Engels spreekt (sorry en thank you), is meer dan alleen een romanfiguur. Zelfs goed opgeleide, jonge Bengaalse vrouwen houden het isolement in stand: ze gaan weinig of niet uit en hun beste vrienden zijn andere moslims. Niet meer dan één procent van hen heeft een blanke partner.

Het werkt trouwens ook omgekeerd: veel blanke Britten gaan in hun zogenaamde multiculturalisme niet veel verder dan het eten van chicken tikka massala. Van hen hoeft het verplichte lesuur over hindoefeesten of de ramadan helemaal niet. En als ze de kans hebben, sturen ze – net als in Nederland – hun kinderen naar een witte (of wittere) school, waardoor, zoals een schoolhoofd in Bradford eens zei, een zelfopgelegde apartheid ontstaat.

Het Verenigd Koninkrijk moet streven naar ,,culturele diversiteit, gekoppeld aan gelijke kansen in een atmosfeer van wederzijdse tolerantie'', verwoordde Roy Jenkins, de vroegere Labour-minister van Binnenlandse Zaken, het multiculturele ideaal begin jaren '70. Lord Nazir Ahmed, een van de vier moslims in het Hogerhuis (ruim 650 leden), herhaalde het in 1999 met de wens dat ,,moslimgemeenschappen volkomen deel gaan uitmaken van de Britse maatschappij terwijl wij als Britten onze moslimidentiteit kunnen behouden''.

Lord Ahmed, een Pakistaanse zakenman en Labour-politicus, is zelf de vleesgeworden integratie. Met anderen is het minder goed gelopen. De rellen tussen blanke racisten en Aziatische relschoppers van het voorjaar 2001 in Oldham en Burnley, voormalige textielsteden in de Midlands, waren een harde waarschuwing dat de integratie mislukte. Misschien gebeurde het al tien jaar eerder, toen Bradford, waar Pakistanen uit Kashmir in de meerderheid zijn, Salman Rushdie's Duivelsverzen verbrandden. De terreuraanslagen van 11 september 2001 verscherpten over een brede linie de tegenstellingen tussen Britse moslims en de blanke `buitenwereld' verder.

Contactadvertenties

De polarisatie was ook in Spitalfields al lang aan de gang, zegt Anne Kershen, directeur van het Centre for the Study of Migration aan de Queen Mary-universiteit in Oost-Londen. ,,Oudere Bengalen, vooral degenen die de onafhankelijkheidsoorlog hebben meegemaakt en ooit het plan hadden om terug te keren, blijven hun identiteit ontlenen aan het idee van een seculiere Bengaalse natie en hun taal. Maar hun kinderen, die hier zijn geboren, hebben die loyaliteit niet en beschouwen zichzelf vooral als moslim'', aldus Kershen. Ze duiden zichzelf aan met een reeks hybride namen, zoals Britse moslim, Bengaalse Brit, Britse Bengaal, Aziatische Brit – lees de contactadvertenties in Asian News er maar op na. De overgrote meerderheid adopteert ook een hybride levensstijl en heeft geen enkele band met een islamitische organisatie. Ze gaan vaker naar de moskee dan hun ouders, maar ze gaan ook naar gemengde dansfeestjes. Onderzoekers in Schotland vonden ook moslims die in de ramadan wel naar de late gebedsdienst gingen, maar dan vroeg wegslopen naar de nachtclub. Dat verschilt niet zoveel van pragmatische katholieken die zonder veel wroeging aan seks doen vóór het huwelijk.

Ook de desperate tieners die hun heil zoeken in een gang, de drugs of allebei vallen in een fusion-categorie. De Britse tv-komiek Ali G. is er een karikaturaal voorbeeld van. ,,Hij is de typische werkloze, slecht opgeleide moslim, die een betere toekomst ziet in het aannemen van de LA gangsta-parafernalia dan de on-coole en `buitenlandse' tradities van zijn ouders'', schreef Q News, een populair en assertief blad voor moslimjongeren. ,,Zijn Tommy Hilfiger `condoommuts', het ringsikje en zijn sportbril zetten hem neer als de jonge moslim die meer heeft met de dansvloer dan de gebedsmat.'' Respek, man!

Maar andere jongeren wenden zich juist nadrukkelijk af van het bedreigende westerse kapitalisme en vinden in de radicale islam een eigen grensoverschrijdende tegenbeweging. Al in 1998 zei de Brits-Bengaalse schrijver Abdul Gaffar Choudhury dat jongeren in Spitalfields kiezen ,,tussen heroïne en de hijab'', de islamitische hoofddoek. `11 september' en de aanval op Irak waren voor velen het laatste duwtje naar het geloof. Anne Kershen: ,,Ze voelen zich collectief in de hoek gedrukt, omdat Joe Public denkt dat alle moslims terroristen zijn. Dat heeft de islamisering alleen maar bevorderd.''

Akhtar Hussein (21), die later sportleraar wil worden, is zo'n recente revert, een bekeerde. Hij was lid van een Bengaalse bende, maar heeft dat achter zich gelaten, zegt hij, al draagt hij nog wel delen van het uniform, zoals een westers sweatshirt met de capuchon ver over zijn hoofd getrokken. ,,Geweld getuigt van een zwak geloof'', vertelt hij na afloop van het vrijdaggebed in de East London Mosque, de grote moskee aan Whitechapel Road die in 1941 is gebouwd en kortgeleden werd uitgebreid om de nieuwe toeloop aan te kunnen, maar nog steeds overbloest. ,,De islam is een nuttige en complete manier van leven die je weghoudt van moeilijkheden en alcohol. Mijn identiteit als moslim gaat boven het land waar ik ben geboren.''

,,Ik ben eerst moslim en pas daarna Brit'', zegt ook Nasser Al-Amin, een Bengaalse ambtenaar in dienst van de deelgemeente die daarnaast campagne voert namens Hizb ut-Tahrir (`Bevrijdingspartij'), een internationale radicale moslimbeweging die ,,de corrupte [westerse] samenleving wil veranderen in een islamitische''. Sommigen geloven dat Hizb banden onderhoudt met Al-Qaeda. En een Brit is hij alleen in de zin van zijn paspoort, niet als ermee wordt bedoeld ,,zogenaamde Britse waarden'' over te nemen, zegt Al-Amin met opgestoken wijsvinger. ,,Wij willen geen integratie, maar geweldloze interactie. Integratie is gedoemd te mislukken, want wij zien heel goed dat het doel is dat we onze identiteit inleveren en ophouden als moslim te bestaan.''

Hoofddoek voor politie

De Labour-regering van premier Tony Blair heeft sinds 1997 juist uitdrukkelijk het omgekeerde geprobeerd. Er zijn projecten om jonge moslims aan werk te helpen. In een reeks wetten zijn hun gelijke kansen en rechten vastgelegd. In 1998 kregen scholen met veel moslimleerlingen het recht op dezelfde staatssteun die tot dan alleen was weggelegd voor christelijke en joodse scholen. Moslims in de gevangenis, het leger of NHS-ziekenhuizen hebben hun eigen geestelijke zorg. De Londense politie heeft een zwartwit-geblokte hoofddoek voor vrouwelijke moslimagenten ingevoerd en in het reli-uurtje van de BBC komen ook imams aan het woord. Kroonprins Charles, die als koning officieel `Verdediger van het Geloof', de anglicaanse staatskerk, zou worden, heeft zelfs al eens gezegd dat het beter zou zijn om dat te veranderen in `Defender of the Faiths', meervoud.

Vervolg op pagina 34

Tussen heroïne en hijab

Vervolg van pagina 33

Maar ondanks de economische, sociale en politieke steun voor minderheden is er een ,,zorgwekkende tendens'' van vervreemde jongeren, slechte schoolprestaties die zich vertalen in hoge werkloosheid onder groepen jonge mannen, geweld tegen vrouwen en een dramatisch gestegen misdaad, noteerde Philip Lewis. Hij is verbonden aan de universiteit (en het bisdom) van Bradford en auteur van het standaardwerk Islamic Britain.

Kenan Malik, een in India geboren filosoof die schrijft en (voor de BBC-radio) spreekt over etnische kwesties, wil Lewis' `ondanks' graag vervangen door `dankzij'. Decennia multiculturele overheidssteun, bedoeld om zwarte en Aziatische Britten een belang te geven in het politieke systeem als tegenwicht voor racisme, betekende dat etnische groepen ,,een absoluut recht kregen om anders te zijn''. Malik: ,,De betekenis van het begrip gelijkheid werd getransformeerd van het hebben van gelijke rechten als ieder ander in: passende rechten voor verschillende gemeenschappen.'' Zo werden minderheden, zowel de oude als de nieuwe, volgens hem officieel juist aangemoedigd om zich in hun eigen loopgraaf te verschansen, betoogde hij kort na `11 september' bij de Commission for Racial Equality. ,,In steden als Bradford, Oldham en Burnley heeft het multiculturalisme de segregatie effectiever bevorderd dan racisme'', aldus Malik.

Juist het onderdrukken van een dialoog en het geven van waarde-oordelen over anderen in de naam van tolerantie leidt volgens hem tot een funeste onverschilligheid. Zo heeft de regering volgens hem ook een kostbare kans verspeeld om minderheden te laten `inpluggen' in een wijdere Britse identiteit. Zijn mening wordt intussen door velen gedeeld. Twee officiële rapporten na de rassenrellen in de Midlands signaleerden dat de gemeenschappen `parallelle levens' lijden en dat `sociale cohesie' een leeg begrip is geworden. Dat is exact het probleem waarmee de regering-Blair nu in het openbaar worstelt. David Blunkett, de minister van Binnenlandse Zaken, wil als remedie onder meer `burgerschapstests' invoeren voor nieuwe houders van een Brits paspoort, waarvan de uitreiking nu nog een formaliteit is. Daarvoor wordt zo goed als zeker een loyaliteitsverklaring ingevoerd naar Amerikaans of Canadees model, plus een brevet voor minimale kennis van het Engels. De rest is nog vaag. En dat kan bijna niet anders. `Brits' was tot na de Tweede Wereldoorlog de ruimbemeten paraplu van het Empire waaronder iedereen zich thuis kon voelen en – met een paar uitzonderingen – automatisch Britse burgerrechten kreeg; van Hongkong-Chinezen tot Schotten en van Oegandezen tot Ieren. De meerderheid van hen is intussen haar eigen weg gegaan, terwijl anderen verweesd achterbleven, onder wie de zeer witte Engelsen, de inwoners van het grootste Britse thuisland.

Anders dan Frankrijk heeft het Verenigd Koninkrijk geen nationale identiteit die door de overheid wordt aangemoedigd en afgedwongen, bijvoorbeeld door de hijab te verbieden, omdat die het hogere Liberté, égalité et fraternité zou ondermijnen. Britten hebben niet eens een geschreven grondwet waar nieuwe burgers te rade kunnen gaan wat dan wel die `Britse waarden' zijn waarmee ze zich solidair zouden moeten verklaren. Zelfs de `autochtone' Engelsen kunnen het vermoedelijk niet uitleggen. Fair play? In de rij op je beurt wachten? Azijn op de friet? De stiff upperlip?

Blunketts Britten zijn vermoedelijk nu al te vinden vlakbij degenen van wie hij een solidariteitsverklaring eist. De ambtenaar Mirza Baig bijvoorbeeld, die in zijn lunchpauze de East Londen Mosque bezoekt. ,,Ik heb het nooit als een tegenstelling gevoeld om én Brit én moslim te zijn'', zegt hij. ,,Blimey.''

Of Pola Uddin (44), de Brits-Bengaalse politica uit Spitalfields die door Blair in 1998 als Baroness Uddin of Bethnal Green in het Hogerhuis werd benoemd. ,,Als het multiculturalisme ergens werkt is het hier'', zegt ze in haar kantoor naast de parlementsgebouwen aan de Theems. ,,Maar het kan alleen als de regering ophoudt met geld uit te geven aan nog meer praatgroepen en ons eindelijk serieus neemt. Als je zegt dat je de minderheden nodig hebt, moet je ze wel roepen. Er zijn twee miljoen Britse moslims; waar blijft de eerste moslimminister? Wij mogen delen in het succes én de zorgen van het land. En we mogen het ook zeggen als we boos zijn. Dat is ons geboorterecht.''