Vier dagen werken, één dag vrijwilliger

Maatschappelijk werk Vrijwilligerswerk is niet altijd te combineren met een baan. Het bedrijf Samenvijf bedacht een oplossing.

Wat vreemd, was de eerste gedachte van Esther-Rina Urbani toen ze de vacature las. De baan vond ze meteen interessant – de kwaliteit van armoedebestrijding onderzoeken bij de gemeente Amsterdam. Maar in de advertentie stond ook dat de 32-urige werkweek één dag vrijwilligerswerk naar keuze inhield. Loon zou gewoon worden doorbetaald.

Tijdens het sollicitatiegesprek bleek het „allemaal heel serieus en echt”. De detacheerder in kwestie, Samenvijf, legde haar uit dat het bureau die extra dag zelf betaalt. De opdrachtgevers betalen marktconforme prijzen, de werknemers krijgen marktconforme salarissen. „Een ongekende luxe”, vindt Urbani (39). Ze wil graag maatschappelijk betrokken zijn, maar kan het zich financieel niet permitteren om minder dan 32 uur te werken. Nu wordt ze wél vier dagen betaald, maar staat de volledige vierde dag in het teken van vrijwilligerswerk. In die tijd zet ze opvoedondersteuning op in Amsterdam-Noord, voor ouders die „moeilijk te bereiken zijn”. Dat doet ze in volledige vrijheid. „Samenvijf vraagt alleen af en toe hoe het gaat.”

Een detacheerder die vrijwilligerswerk op zo’n structurele basis – een dag per week bij een voltijdse baan – volledig voor eigen rekening neemt is een nieuw concept. Dat zegt mede-oprichter Frans Zantman (31), en dat denken ook deskundige Lonneke Roza (gepromoveerd op werknemersvrijwilligerswerk) en hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen desgevraagd. Zij waren nog niet bekend met Samenvijf.

Het bedrijf, actief sinds vorige zomer, heeft intussen „tientallen mensen aan het werk”, aldus Zantman. Het streven is om eind dit jaar honderd mensen gedetacheerd te hebben bij de overheid of zorg- en welzijnsorganisaties. De eerste maanden solliciteerden er al duizenden mensen, zegt Zantman. „Zij zien dat wij het écht anders doen.”

Dure investering

Veel grote bedrijven geven hun werknemers al wel de kans om (deels) betaald vrijwilligerswerk te doen, zegt Roza. „Maar niet zo intensief als dit bureau, dat ook echt genoegen neemt met minder winst.” Zo is er de dienst Tripido, die in opdracht van bedrijven als Shell werknemers begeleidt bij het vinden van geschikt vrijwilligerswerk. Een werknemer krijgt dan bijvoorbeeld 36 uur per week betaald om vier dagen te werken en één dag vrijwilligerswerk te doen.

De gedachte achter Tripido en Samenvijf is hetzelfde: het kost wat, maar het levert vooral veel op. Zantman van Samenvijf: „We accepteren lagere winstmarges, omdat we ook een lager verzuim en een lagere doorloop verwachten, en een hogere productiviteit. Want wij bieden onze mensen een werkweek met meer afwisseling en zingeving.”

Het is een dure investering die het bedrijf doet, maar Zantman is ervan overtuigd dat het concept zichzelf bewijst en verkoopt. „En dat scheelt ook weer kosten aan marketing, een hoge kostenpost voor andere uitzend- en detacheringsbureaus.” Iedereen in die wereld doet het op dezelfde manier, zegt hij: „Snel leveren tegen een scherpe prijs.” Maar de arbeidsmarkt wordt krapper, zo bleek vorige week nog uit CBS-cijfers, en op deze manier wil Samenvijf zichzelf onderscheiden. De drie oprichters hebben de financiering van het bedrijf voor eigen rekening genomen, zegt Zantman, en vooralsnog volstaat dat. „De marges zijn voldoende.”

Bij economische neergang wordt het een hele dure aangelegenheid om dit businessmodel te draaien

Als dat écht zo is, zegt hoogleraar Wilthagen van Tilburg University, dan is het „een heel mooi concept”. Het zou, nog los van de sociale impact, het negatieve imago van uitzend- en flexwerk in Nederland kunnen verbeteren. Maar het lijkt hem „een hard gelag” om voor alle medewerkers een vijfde werkdag te betalen uit marges die in deze branche toch al onder druk staan. Ook wetenschapper Lonneke Roza, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, vindt het ambitieus. „De vraag is hoe duurzaam het is. Nu is de economie goed en kunnen ze al die mensen detacheren. Maar bij economische neergang wordt het een hele dure aangelegenheid om dit businessmodel te blijven draaien.”

„De tijd zal leren welke middelen we nodig hebben om gezond te kunnen blijven groeien”, zegt Zantman daarover. Hij wil niet zeggen hoeveel geld hij en zijn medeoprichters in het bedrijf hebben gestoken.

Ze hebben het tij én wetenschappelijk onderzoek in ieder geval mee. Roza wijst erop dat onderzoek – waaronder dat van haarzelf – heeft aangetoond dat werknemers gelukkiger zijn als hun werkgever vrijwilligerswerk faciliteert, zodat ze iets kunnen betekenen voor de samenleving. En als ze gelukkiger zijn op hun werk, zijn ze ook meer betrokken, loyaler en productiever. Roza: „En dat heeft weer een relatie met ziekteverzuim. Dus in theorie zou het inderdaad kunnen werken.”

Feeling met de doelgroep

Dat kan Esther-Rina Urbani zich goed voorstellen: haar werkweek is erop vooruitgegaan nu ze een baan kan combineren met vrijwilligerswerk, vindt ze. Het geeft haar energie, en het is bovendien goed voor haar netwerk én voor haar werk. „Door het vrijwilligerswerk houd ik feeling met de doelgroep van mijn baan als beleidsmaker bij de gemeente. Ik weet voor wie ik het doe, en waarvoor.”

Het concept van Samenvijf past bij de wens van veel mensen om vrijwilligerswerk te doen: uit recente CBS-cijfers blijkt dat ongeveer de helft van de Nederlanders (vanaf 15 jaar) minstens een keer per jaar vrijwilligerswerk doet. Van de hoger opgeleiden is dat zelfs ruim 60 procent.

En het past al helemaal bij de jongere generaties, zeggen Wilthagen en Roza. Wilthagen: „Zij willen niet meer alleen maar voor aandeelhouders en een winstverliesrekening werken.” Ze weten, zegt Roza, dat geld niet de belangrijkste factor is voor wie gelukkig wil zijn. Uit onderzoek blijkt dan ook dat de jongere werkenden, geboren vanaf de jaren tachtig, steeds vaker kiezen voor bedrijven die ook een maatschappelijke betekenis hebben. Ze zijn opgegroeid in een periode van acht jaar crisis en horen, zien en lezen veel over wat er niet goed gaat in de wereld. „Maar deze generatie is wel optimistisch, en heeft het idee dat ze zelf iets kan betekenen.”