Politie feliciteert zichzelf met geslaagde statistieken

Dat het Amsterdamse Floradorp op Nieuwjaarsnacht betrekkelijk rustig bleef, is te danken aan het optreden van de politie. Vorig jaar liep een kerstboomverbranding daar uit de hand toen in het hoog oplaaiende vuur ook twee gestolen auto's werden opgestookt. Reden genoeg dit jaar de bewoners niet ,,gewoon hun gang te laten gaan'', zoals ze zelf wensten.

Zes jaar geleden nog mochten bewoners van de Groningse Oosterparkwijk de nacht voor oudejaar hun gang gaan en staken ze vreugdevuren aan met de meubels van drie geplunderde huizen van gehate buurgenoten. Groningse politie-agenten kwamen twee uur lang niet opdagen omdat ze vreesden voor het eigen vege lijf. Ook elders in het land keek de politie toen passief toe bij rellen en geweld of was ze het belachelijk te maken doelwit. Sindsdien is mede onder druk van de publieke opinie en de politieke ophef in 2002 veel veranderd. De politie is zichtbaarder geworden op straat en ziet minder door de vingers. Oom agent is minder aardig en dat kan niet anders in een ruwe samenleving.

Hoewel de politieregio met geen enkel democratisch bestuurd overheidsonderdeel samenvalt en zich dus niet rechtstreeks tegenover kiezers hoeft te verantwoorden, blijkt ze uiteindelijk wel gevoelig voor publieke druk tot strictere gezagshandhaving. Agenten treden strenger op. In Amsterdam gaan onverlichte fietsers op de bon en Rotterdammers mogen een `horkenlijn' bellen om misdragingen in het verkeer te melden. Dankzij massale aanwezigheid van politie is de omgeving van het Rotterdamse Centraal Station niet langer de stedelijke verzamelplaats voor drugsverslaafden en gauwdieven.

Elk Nieuwjaar prijzen de hoofdcommissarissen, vooral die uit Amsterdam en Rotterdam, zich gelukkig met hun succesverhalen. Volgens de Amsterdamse korpscijfers zou het aantal burgers dat zich onveilig voelt, binnen tien jaar zijn gehalveerd tot 6,5 procent. De Rotterdamse korpschef Meijboom hield zijn lofrede zelfs ruim voor oudejaar waarmee hij de nieuwjaarsstroom voor was. Meijboom had die extra aandacht nodig, want in december had Binnenlandse Zaken abusievelijk gemeld dat Rotterdam het slechtst presterende politiekorps was. Later heeft minister Remkes dat rechtgezet.

Toch zeggen prestatiecontracten lang niet alles over de verrichtingen van de politie. Iedere bestuurder weet hoe hij gewenste statistieken moet halen. Dat kost veel administratief werk. Er kan een serie bonnen bij worden geschreven of er kunnen wat extra verdachten uit een bepaalde categorie worden opgehaald. Het doen van aangifte kan op subtiele manieren worden tegengewerkt. Buiten de Randstad duurt het vaak langer voor er politie komt. In Amsterdam is het aantal moorden, dat ook zonder aangifte wordt geregistreerd, gestegen. Dat betekent dat er weinig vorderingen worden gemaak tegen zware criminaliteit.

Wetshandhavers draven ook door. Preventief fouilleren om naar wapens te zoeken is een excessief machtsmiddel. Om 876 verdachten te arresteren zijn in Rotterdam 23.224 volmaakt onschuldige burgers op straat aangehouden en op het lichaam en in de zakken onderzocht. Dat is een succespercentage van minder dan 3 dat door meer gericht speurwerk naar wapenhandel overtroffen moet kunnen worden.

Dat neemt niet weg dat de politie zich vaker afvraagt wat de burgers wensen. Er is dus geen aanleiding de politie op nog grotere afstand van de burger te zetten en nationaal te maken, zoals minister van Binnenlandse Zaken Remkes heeft voorgesteld. De huidige structuur van zelfstandige politieregio's, kris-kras door de bestuursstructuur van het land, is gebrekkig. Maar bij een reorganisatie gaat er altijd meer blauw aan het bureau zitten, terwijl het juist nodig is op straat.