Opruiende beats

Met het hitsucces van Wayne Wonder en vooral Sean Paul is het Jamaicaanse dancehall-geluid afgelopen jaar pas goed doorgebroken. Of Elephant Man hen zal volgen is een open vraag, want zijn muziek is een stuk rauwer en zijn uiterlijk ook. Hij heeft iets van een tekenfilmfiguur met zijn gestileerd lijkende `lelijke' trekken, waarmee hij in de traditie staat van ooit relatief succesvolle landgenoten Yellowman en Shabba Ranks. Ook zijn muziek heeft af en toe cartooneske trekken, wat de verteerbaarheid weer ten goede komt.

Het is lastig voor te stellen dat deze kaalgeslagen, opruiende beats rechtstreeks afstammen van de ooit zo lome en als statisch voorgestelde reggae. De `backbeat' van dat genre is nauwelijks te herkennen in de grofkorrelige, van futuristisch klinkende bliepgeluiden voorziene beats, die het tempo er goed inhouden. Er kwamen verscheidene producers aan te pas, van veteranen Bobby Konders en King Jammy via Steven `Lenky' Marsden die de wereld het immens populaire Diwali-riddim schonk tot verse nieuwkomers.

`Pon De River Pon De Bank', de albumopener die ook op single uit is, is een mooie introductie op het gebodene. Een pakkend, mogelijk hitlijstenopenend refrein omsluit de hyperactieve, meer-lettergrepen-per-seconde-voordracht van Elephant Man, donker en gruizig als die van zijn ontdekker Bounty Killer, op een behoorlijk opruiend klinkend `riddim'. Te verstaan is zijn Jamaicaanse `patois' amper, wat misschien wel beter is gezien de protesten van homo-actiegroepen tegen sommige van zijn teksten.

Dit stramien gaat met wat kleine afwijkingen twintig nummers zo door, hetgeen op de lange termijn iets te veel van het goede blijkt. Toch hakken stukken als Head Gone / Wine Up Uh Self, met zijn uitnodigend geschreeuwde intro, en meer ingehouden werk als Bad Man en Wankstas & Wannabees er stevig in. Elephant Man (eigenlijk O'Neal Bryan) citeert ruimhartig uit het verleden, blijkt uit `Fan Dem Off', een niet al te smaakvolle versie van de toch al vreselijke jaren-tachtig-rocker `Eye Of The Tiger' van Survivor. In `Indian Gal' en `Fun Fi Bun' vallen heel opportunistisch de oosterse invloeden te horen die zeker sinds de opmars van het Diwali-riddim zo populair zijn in de Jamaicaanse muziek. `Mexican Girl' sluit dit niet bijster evenwichtige, maar duizelingwekkende en overvloedig gevulde album af met opmerkelijk tere, akoestische klanken.

Elephant Man: Good 2 Go (VP Records, distr. Warner)