Opleiding pijpleiding

De wereld van de ondergrondse pijpleidingen wordt steeds complexer, maar een opleiding ontbrak. Reden om te beginnen met een cursus Master Pijpleidingingenieur.

BESTAAT ER voor de meeste beroepen wel een concrete opleiding, voor pijpleidingingenieur is dat niet het geval. Technici met uiteenlopende vooropleidingen moeten zelf de ontbrekende kennis bij elkaar sprokkelen. Dat moet anders, dacht het BIG, het Buisleiding Industrie Gilde van ingenieurs die zich in de pijpleidingindustrie hebben gespecialiseerd. Zij namen het initiatief tot een opleiding tot Master Pijpleidingingenieur. Als eerste stap is dit najaar een `opscholingscursus technisch pijpleidingingenieur' van start gegaan. Zo hopen de veelal vergrijsde pioniers hun nalatenschap veilig te stellen.

Wat doet een pijpleidingingenieur? Hij het is meestal een man houdt zich bezig met de plaatsing van ondergrondse pijpleidingen. Vandaag de dag vindt al meer dan vijftig procent van alle vervoer op deze manier plaats. Nu zijn dat nog vooral gassen en vloeistoffen (aardgas, drinkwater), maar er bestaan al plannen om ook stukgoederen via pijpleidingen (een volledig geautomatiseerd ondergronds transportsysteem) te gaan vervoeren, om zo het wegennet en het milieu te ontlasten.

De ingenieurs opereren dus in een vrij complex werkveld, zowel technisch als maatschappelijk. Want hun constructies maken deel uit van de `risicokaart' van Nederland. Veiligheid is een belangrijk aandachtspunt. Bovendien hebben zij te maken met een scala van betrokkenen met wie consensus moet worden bereikt: de overheid (rijk, provincie, waterschap, gemeente), omwonenden, opdrachtgevers, wetenschappers, ontwerpers, aannemers. Daarom moeten pijpleidingingenieurs leren over de schuttingen rondom hun eigen vakgebied te kijken. Naast de technische aspecten van het vak wordt ook vooral hieraan aandacht besteed in de opleiding. Al was het maar doordat de cursisten werkzaam zijn in alle betrokken sectoren en in en buiten de klas hun ervaringen uitwisselen. ``In het begin zag je nog dat mensen van een bepaalde bloedgroep bij elkaar gingen zitten'', vertelt cursist Paul Langbroek, algemeen operationeel technoloog en werkzaam als projectleider bij A. Hak Leidingbouw. ``Alle aannemers bij elkaar, alle opdrachtgevers, alle producenten. Maar na de tweede bijeenkomst was dat al helemaal gemengd.''

De inhoud van de cursus is op een bijzondere manier tot stand gekomen, zo blijkt uit het verhaal van ir. Gerard Kruisman, directeur van r+k raadgevend ingenieursbureau en voorzitter van de stichting Pipeliner die vanuit het BIG de opleiding van de grond heeft getild. ``Er is een Raad van Deskundigen benoemd van 35 leden afkomstig uit verschillende bedrijven en organisaties en met verschillende (technische) achtergronden. Er zijn vertegenwoordigers van de Gasunie, GeoDelft, de NAM, buizenproducent WAVIN, aannemer Visser & Smit Hanab, Waterschap IJsselmonde, ingenieursbureaus, enzovoorts. Deze experts buigen zich in groepjes over één van de elf modules van de opleiding, zoals ontwerp, regelgeving, uitvoering, beheer, transport en duurzaamheid. Aan iedere groep is een docent van onze onderwijspartner de Hogeschool Brabant Bedrijfsopleidingen gekoppeld, die de inbreng van de groep vertaalt naar behapbare lesstof.''

De opleiding wordt bekostigd met sponsorgelden (uit de branche) en met rijkssubsidie (Scholingsimpuls). In totaal zijn er tien docenten van de Hogeschool Brabant en gelieerde hogescholen betrokken bij de opleiding. Maar soms ontbreekt de kennis die nodig is voor een bepaald onderwerp. Dan wordt de hulp ingeroepen van een deskundige uit het veld. Vandaag bijvoorbeeld geeft ing. Gerard Snikkenberg, hoofd techniek bij Visser & Smit Hanab, les in boortechnieken. Zijn powerpointpresentatie is didactisch gescreend door de onderwijscoördinator van het project, ir. Léon Pijls, die met name het aantal plaatjes heeft teruggebracht. ``Het lastigste voor onervaren docenten is altijd om te schatten hoeveel je kwijt kunt in een uur les.''

Het is zaterdagmiddag, half één. Voor de in totaal 21 Nederlandse en Belgische deelnemers, twintig mannen en één vrouw, is het de tweede cursusdag van het vierde lesblok. Er zijn in totaal negen blokken van elk twee lesdagen. Daarbuiten moeten de cursisten in kleine groepjes een aantal cases uitwerken

In de kantine van de Hogeschool Brabant in Breda zit Paul Langbroek aan een tafeltje met vijf andere cursisten. Allemaal komen ze met een eigen doel naar de cursus. ``Ik wilde meer inzicht krijgen in het proces rondom de aanleg van pijpleidingen. Welke partijen erbij betrokken zijn, welke problemen er zijn'', vertelt Langbroek. ``En dat leer ik hier inderdaad.'' Ook voor Pieter Meijers, weg- & waterbouwkundige en als werkvoorbereider werkzaam bij de Waterleidingsmaatschappij Noord-Holland, PWN, voldoet de cursus aan zijn verwachtingen. Hij wil leren wat er bij het ontwerpen komt kijken, omdat hij in zijn werk ingenieursbureaus op dat vlak moet begeleiden. ``Uit ervaring weet je wat er wel en niet mogelijk is, maar ik wil zelf ook de rekenkundige onderbouwing kunnen maken.''

Veel cursisten blijken te maken te hebben met een vergrijzende afdeling en willen hun kennis op peil brengen vóór de oude garde vertrokken is. Langbroek: ``Er is een aantal mensen dat weet hoe en waarom bepaalde werkmethoden en normen tot stand zijn gekomen, technische normen, veiligheidsnormen, enzovoorts. Maar wij weten dat niet. Om te voorkomen dat we opnieuw het wiel gaan uitvinden, is het belangrijk om de gedachten te kennen die eraan ten grondslag liggen.''

Wat betreft technische inhoud van de cursus en de mogelijkheden tot netwerken zijn de cursisten tevreden. Meer moeite hebben ze met de `softere' kant van de opleiding, die tot reflectie moeten aanzetten. Zoals de opdracht een kunstwerk te presenteren dat hun affectie met het werk verbeeldt. Remco Toxopeüs, werktuigbouwkundige en werkzaam bij de Gasunie, koos voor een gevelsteen in zijn eigen woonhuis, een oud bankgebouw. ``Dat is een combinatie van vormen die elkaar net niet raken. Maar die vormen zouden met elkaar kunnen samensmelten tot één geheel. Net zoals stukjes kennis samensmelten en op hun plaats vallen.''