Nieuwe statistiek onthult genafwijkingen jeugddiabetes

Van de kinderen die jeugddiabetes krijgen heeft 80 procent dezelfde combinatie van vier genvarianten. Dat is het eerste resultaat van een nieuwe statistische methode om genvarianten op te sporen die in combinatie de gevoeligheid voor ziekten verhogen. De methode is ontwikkeld door twee Chinezen en drie Nederlanders van de universiteiten van Maastricht, Utrecht en Amsterdam (American Journal of Human Genetics, dec). Met hun eerste resultaat is de genetische achtergrond van jeugddiabetes een stuk inzichtelijker gemaakt.

Mensen hebben ongeveer 30.000 verschillende genen. Sommige ziekten ontstaan door een mutatie in slechts één gen. In zo'n geval is het nog betrekkelijk eenvoudig om het afwijkende gen te vinden. Ingewikkelder wordt het wanneer meerdere genen in het spel zijn. Dan doen niet alleen genafwijkingen mee, die maar bij heel weinig mensen voorkomen, maar spelen ook polymorfismen een rol. Dat zijn varianten die bijvoorbeeld wel bij 10 tot 50 procent van de mensen voorkomen. Samen met enkele andere toevallige combinaties van polymorfismen kan dan de gevoeligheid voor ziekten als kanker, reuma, astma, MS en schizofrenie zijn verhoogd.

Bij veel van die ziekten zijn wel tientallen genen betrokken. Veel onderzoek is momenteel gericht op het opsporen van deze afwijkende genen en de manier waarop ze sámen de kans op een ziekte vergroten. Het probleem is daarbij is dat vaak wel tientallen genen wellicht de gevoeligheid voor een ziekte vergroten. Er zijn nieuwe wiskundige methoden nodig om uit de zee van mogelijkheden de combinaties te vissen die er werkelijk toe doen.

Voor het opsporen van de gemuteerde genen of de polymorfismen worden gewoonlijk de genomen van gezonde en zieke mensen met elkaar vergeleken. Deze benadering heeft de meeste kans van slagen als men familieleden of mensen uit een betrekkelijk gesloten gemeenschap met elkaar vergelijkt. Zij lijken genetisch vrij sterk op elkaar zodat verschillen tussen zieke en gezonde mensen eerder opvallen. Een complicatie hierbij is dat elk gen in tweevoud voorkomt. Er zijn, in genetisch jargon, twee haplotypes. Dan kan het zijn dat slechts één haplotype gemuteerd is en het andere normaal, of dat beide zijn gemuteerd, zij het op een andere plaats. Als de gemuteerde genen bekend zijn, weet men nog niet welke interacties tussen mutaties essentieel zijn voor het ziekteproces.

Bij de speurtocht naar de polymorfismen die de kans op jeugddiabetes verhogen gingen de onderzoekers uit van 65 polymorfismen die bij 89 diabetespatiënten in 36 verschillende genen waren aangetroffen. Zij werden vergeleken met genetische informatie van 47 gezonde personen.