Moeilijk wennen aan licht of donker komt door defect gen

Mensenogen kunnen zich razendsnel – binnen een seconde – aanpassen aan helder daglicht na bijvoorbeeld het verlaten van een donkere filmzaal en ook andersom bij bijvoorbeeld het binnenrijden van een donkere tunnel. Daarbij speelt een speciaal regeleiwitje in de lichtgevoelige staafjes van het oog een essentiële rol. Als dat niet goed werkt, passen de ogen zich veel trager aan, met alle gevolgen van dien, aldus wetenschappers uit Groningen en Harvard (Nature, 1 jan.).

In 1991 ontdekten Groningse oogartsen een aantal patiënten bij wie het vijf tot tien keer langer duurde dan normaal voordat hun ogen hersteld waren na een korte lichtflits. Licht op het oog wordt geabsorbeerd door het eiwit rodopsine in de staafjes. Die rode kleurstof activeert vervolgens het eiwit transducine door er een energierijke fosfaatmolecuul aan te binden. Dat is het begin van een hele reeks reacties, de zogenoemde fototransductie-cascade. Via veel tussenstappen resulteert dat uiteindelijk in een elektrisch signaal naar de hersenen en zo in het waarnemen van licht. In het donker komt het oog terug in de uitgangstoestand doordat transducine de energierijke fosfaten weer afbreekt. Maar het bleef lang een wetenschappelijk raadsel hoe de gevoeligheid van het oog na de overgang van licht naar donker normaal gesproken in minder dan een seconde is hersteld, want in een geïsoleerde biochemische reactie in de reageerbuis duurt de terugkeer van transducine naar de uitgangstoestand seconden. De verklaring kwam een paar jaar geleden toen men in de staafjes een speciaal regeleiwit ontdekte, RGS9 (regulator of G-protein signalling 9). Dat bleek de afbraak van de energierijke fosfaten sterk te versnellen.

De Amerikaans/Groningse groep onderzoekers heeft nu gekeken of RGS9 bij de Groningse patiënten (en één uit Guatamala) wellicht een mutatie vertoont. Dat bleek bij allemaal, op één na, inderdaad het geval te zijn. Die ene patiënt had een defect in een naastgelegen ankereiwit.

Het onvermogen tot een snelle aanpassing aan plotselinge lichtveranderingen had tot nu toe geen naam en de onderzoekers stellen voor het bradyopsie te noemen, Grieks voor `langzaam zien'. Dat is een goede benaming omdat deze mensen niet alleen last hebben van tijdelijke blindheid bij de overgang tussen licht en donker, maar ook moeite met het zien van snel bewegende voorwerpen, zoals de bal bij een voetbalwedstrijd.

Nature wijst erop dat er naast het nu beschreven RGS9-eiwit nog zeker 30 andere RGS-eiwitten bestaan. Die reguleren de signaaloverdracht in de honderden receptoren van ons lichaam, niet alleen in de ogen, maar ook in de oren en zelfs in hart en bloedvaten. Ook bij de immuunafweer doen RGS's mee. Kapotte RGS's zijn in verband gebracht met agressief gedrag bij muizen en ook met schizofrenie bij mensen. Het ligt dus voor de hand dat er nog veel meer aandoeningen ontdekt zullen worden die een direct gevolg zijn van een gestoorde functie in deze regeleiwitten.