Miljarden zoek bij `Goede melk'

Het Italiaanse zuivelconcern Parmalat heeft 8 miljard euro zoek gemaakt in `een van de grootste en meest schaamteloze bedrijfsfraudes in de geschiedenis'.

Meer halen uit melk. Dat is decennialang de drijfveer geweest van het Italiaanse Parmalat. Door melk op een innovatieve manier langer houdbaar te maken groeide het zuivelbedrijf uit van een lokale speler in de jaren zestig tot een mondiale speler nu, aanwezig in dertig landen.

Maar de top van Parmalat deed ook een poging om meer te halen uit de beschikbare financiële middelen. En ook hier speelde de zuivel een rol, zij het vooral in de naamgeving. Dochterbedrijven die alleen maar waren opgericht om schimmige beleggingen of financieringen te regelen, kregen fraaie namen als `Bonlat' (goede melk) of `Via Lattea' (melkweg).

Financiële acrobatiek ging over in regelrechte fraude en ruim veertig jaar na zijn oprichting is Parmalat in een dramatische positie beland. Uitstel van betaling moet het achtste concern van Italië overeind houden. Oprichter Calisto Tanzi – tot voor kort een icoon voor ondernemend Italië – zit inmiddels een week achter de tralies, nog eens zeven andere betrokkenen zitten sinds woensdag vast.

De omvang van het financiële schandaal, waarbij minstens 8 miljard euro lijkt te zijn verdwenen, werd op 19 december echt zichtbaar: die dag verklaarde de Bank of America dat een brief van haar hand was vervalst. In die brief bevestigde de bank aan de accountant dat Parmalat-dochter Bonlat een rekening bezat, waarop 3,9 miljard euro aan contanten en effecten stond. Die brief was echter het resultaat van inventief knip- en plakwerk aan Italiaanse kant.

Na die negentiende december raakten beleggers in paniek en ging het bedrijf in korte tijd onderuit. Nauwelijks een paar dagen later, onder meer dankzij uitgelekte verhoren van de acht gearresteerde Parmalat-medewerkers en twee accountants, blijkt dat de vervalsing van de brief geen incident was. In de afgelopen tien jaar heeft het zuivelconcern 9 miljard euro bij beleggers opgehaald en die moeten zich nu afvragen welk deel nog bij de 137 dochters van dit bedrijf te vinden is.

Lange tijd leek het Nederlandse Ahold in 2003 het predikaat `het Europese Enron' te verdienen, maar net voor de jaarwisseling blijkt die titel nog veel beter bij Parmalat te passen. En net als bij de andere financiële schandalen (Enron, Tyco, Worldcom) is de buitenwereld weer volledig verrast. Vooral, zoals het nu lijkt, door de brutaliteit van de fraude bij Parmalat, waarvan de aandelen ook in de Verenigde Staten worden verhandeld. De Amerikaanse financiële toezichthouder SEC spreekt in zijn aanklacht niet voor niets van ,,een van de grootste en meest schaamteloze bedrijfsfraudes in de geschiedenis''.

Uit die aanklacht blijkt ook dat oprichter Calisto Tanzi moeilijk kan volharden in de slachtofferrol die hij aanvankelijk aannam: hij was samen met zijn zoon Stefano persoonlijk op 9 december bij een financieel adviesbureau in New York te rade gegaan in een poging de financiële gaten te dichten. Bij die bijeenkomst gaf hij al aan dat de kaspositie van Parmalat alleen op papier zo florissant was. En dat de schuld minimaal 10 miljard euro bedroeg, tweemaal zo hoog als op de balans was vermeld. Het New Yorkse bureau, genaamd Blackstone, eiste eerst van Tanzi dat hij de problemen openbaar zou maken. Toen de Italiaan dat weigerde, trokken de Amerikanen hun handen er vanaf – en schakelden wellicht de SEC in. [Vervolg PARMALAT: pagina 23

PARMALAT

Geldstromen Parmalat via Kaaiman-eilanden

[Vervolg van pagina 21] Juist de comfortabele kaspositie van Parmalat leidde al eerder dit jaar tot opgetrokken wenkbrauwen bij financieel analisten. Onder hen een commentator van het in Londen gevestigde Breaking Views die zich in november al afvraagt waarom er 3,5 miljard euro aan contanten en effecten in kas zit, terwijl er volgens de balans ook voor 5,3 miljard aan schulden uitstaan. Het antwoord is eenvoudig: die kas is er niet en de schulden zijn veel hoger.

Het geld dat vooral via obligaties bij beleggers is opgehaald, werd in speciaal daarvoor opgerichte dochters gestopt. Bijvoorbeeld in het op de Kaaiman-eilanden gevestigde beleggingsfonds Epicurum. Wat daar verder gebeurde was voor de buitenwereld volledig onzichtbaar: volgens Tanzi zou zich in Epicurum 500 miljoen euro bevinden. Maar de omvang van die belegging kwam pas naar buiten toen het geld al verdwenen was.

Net als bij Enron maakte Parmalat op grote schaal gebruik van zogeheten special purpose vehicles, want de fraude bleef niet beperkt tot knip- en plakwerk. Deze dochters worden opgericht met slechts één doel, bijvoorbeeld de financiering van een bepaalde activiteit. Op zich hoeft daar niets mee mis te zijn, want elk groot bedrijf werkt met financieringsconstructies: nadeel is wel dat het opereren van dergelijke vehikels voor de buitenwereld grotendeels verborgen blijft. Parmalat verdiende ooit 120 miljoen euro op een valuta-deal waar gek genoeg een eigen dochterbedrijf de tegenpartij was.

In maart kregen beleggers voor het eerst argwaan: de uitgifte van obligaties moest toen worden afgeblazen vanwege een gebrek aan belangstelling. Parmalat kon onvoldoende duidelijk maken waar het nieuwe geld voor was bedoeld, want acquisities zaten niet (meer) in de pijplijn. De beurskoers kreeg vervolgens een flinke tik. Toch was van een brede verdenking van fraude toen nog geen sprake: Parmalat liet in de presentatie van de resultaten over het eerste halfjaar trots zien dat de koers van maart tot november met 67 procent was gestegen.

In die maanden wist de belegger nog niet dat het geld van de kapitaalmarkten vooral werd gebruikt om de verliezen in Latijns-Amerika te stelpen en voor privé-uitgaven van de familie Tanzi. Calisto Tanzi gaf op de eerste dag van zijn verhoren al toe dat honderden miljoenen in het bedrijf van zijn dochter, een reisorganisatie, waren gestoken.

Natuurlijk vraagt de buitenwereld zich nu af hoe een klein groepje mensen binnen een beursgenoteerd bedrijf zoveel geld heeft kunnen verduisteren. In de regio Parma staat het overleven van Parmalat voorop: het bedrijf vervult niet alleen een belangrijke lokale economische rol, maar het was ook een symbool voor succesvol ondernemen. In Milaan, het financiële hart van Italië, en in het buitenland gaat de belangstelling vooral uit naar de verdwenen miljarden. En naar de schuldigen.

De familie Tanzi en de financiële rechterhanden Tonna en Del Soldato speelden, zo blijkt uit de verhoren die de Wall Street Journal in handen heeft gekregen, een centrale rol. Maar wat wist de accountant? Sinds 1999 controleert Deloitte de cijfers, maar de aandacht gaat vooral uit naar Grant Thornton, de externe accountant van 1990 tot 1999. Na de (verplichte) wisseling van accountant controleerde Grant Thornton nog altijd de boeken van een groot aantal dochters, waaronder Bonlat dat een spookrekening van 3,9 miljard euro bij de Bank of America bleek te bezitten.

Volgens de autoriteiten speelt de fraude al vele jaren en dat maakt de rol van de accountant des te opvallender. Aanvankelijk stelde Grant Thornton zelf dat het geen kwalijke zaken heeft verricht en eerder lijdend voorwerp was. ,,Hoe dan ook, wij zijn slachtoffers van serieuze fraude.''

Na de arrestatie van de twee accountants zwijgt het internationale bureau. Het gaat om Grant Thorton-directeur Lorenza Penca en om Maurizio Bianchi, de vaste accountant van Parmalat. De naam van in elk geval één Amerikaanse financieringsdochter zal bij deze twee Italianen toch wel tot verbazing hebben geleid: ditmaal geen Bonlat of Via Lattea, maar `Buconero'. Ofwel het zwarte gat.