Mevrouw Sha is steeds eenzamer

Bewoners van volksbuurten in de Chinese steden moeten wijken: gemeenten hebben grootste plannen. De compensatie is vaak onvoldoende.

Het is steenkoud, want de 77-jarige Sha Jinglian heeft geen verwarming in haar kleine, vochtige huis. De huiskamer, tevens slaapkamer, heeft een kale betonnen vloer en ook overdag is het er schemerachtig. Ramen heeft de kamer niet.

Mevrouw Sha zit op de rand van haar houten hemelbed met muskietengaas, en vrijwel haar hele inrichting stamt van ruim vijftig jaar terug, toen ze in het huwelijk trad. Er staat een houten tafel met een ouderwetse klok en een kalender. Tegen de muur staat een kast waarin haar hele verleden zit.

Vroeger woonden haar man en dochter ook in het huis, maar haar man is inmiddels overleden en haar dochter is voor de tweede keer getrouwd. Die woont nu met haar nieuwe man en zoon van zeven in een kleine flat, maar daar past mevrouw Sha niet bij: de ouders van haar schoonzoon wonen er ook al, en die hebben als familie van de mannelijke kant de eerste rechten.

Als je uit het huisje van mevrouw Sha de straat op loopt, sta je meteen tussen hoge bergen stoffig puin. De buurt wordt afgebroken, en verreweg de meeste bewoners zijn vertrokken. Mevrouw Sha nog niet. Ze zou wel graag weg willen, want ze maakt zich grote zorgen. ,,Ik heb last van mijn gewrichten, ik kan niet meer zo goed lopen. Wat gebeurt er als ik 's nachts kom te vallen? Dan is er niemand meer die dat merkt, want al mijn oude buren zijn al verhuisd.''

Waarom verhuist zij dan nog niet? ,,Ik zou niets liever willen, maar het gaat niet. Het geld dat ze me aanbieden om de afbraak van mijn huis te compenseren, is te weinig om elders een redelijk appartement te kunnen kopen. Ze bieden me een kwart van het bedrag dat ik nodig heb.'' Mevrouw Sha heeft niet voldoende spaargeld om de rest er zelf bij te leggen. ,,Mijn dochter kan ook niet bijspringen, want ze is werkloos.''

Wat mevrouw Sha vooral zo ergert, is dat ze steeds maar niet duidelijk te horen krijgt hoeveel ze precies krijgt als ze haar huis opgeeft. ,,Iedereen zegt wat anders. Je moet er steeds weer over onderhandelen. Ik weet ook niet wanneer ik uiterlijk weg moet wezen.''

De situatie van mevrouw Sha is verre van uniek in Shanghai. Er wordt enorm veel gebouwd, en projectontwikkelaars zien grote kansen: als ze goede relaties met de gemeente onderhouden, komen ze heel goedkoop aan grond. Je zegt dan bijvoorbeeld bij de pacht van land dat je er goedkope huizen op wilt bouwen. Dan gelden er andere grondprijzen dan als je er luxe villa's wilt neerzetten. De gemeente is best bereid om een oogje toe te knijpen en om nooit meer te controleren wat er werkelijk wordt gebouwd. Dan moet je als projectontwikkelaar alleen wel zorgen dat de gemeente-ambtenaren onder tafel ook meeprofiteren van de winst die je maakt. Als je het goed aanpakt helpt de gemeente je ook nog bij het verkrijgen van goedkope leningen bij de staatsbanken.

Als buurtbewoner kun je weinig tegen dat soort praktijken beginnen: al het land is nog steeds van de staat, dus de staat kan het land altijd van je terugvorderen, ook als het huis dat op de grond staat wel van jou is. Ook projectontwikkelaars kopen het land niet echt: ze kopen alleen het gebruiksrecht voor een periode van vijftig jaar of meer. Vroeger bestonden er geen projectontwikkelaars: toen had het bedrijf waarvoor je werkte grond in gebruik, waarop het woningen voor de arbeiders neerzette. Er was vrijwel geen handel in grondrechten. Nu steeds meer mensen hun huis op de vrije markt kopen, is de feitelijke waarde van grond enorm gestegen.

Vaak zijn het niet de projectontwikkelaars zelf, maar gespecialiseerde bureaus die zich bezighouden met de uitkoop van de buurtbewoners. De bureaus werken op een soort provisiebasis: ze krijgen een tevoren afgesproken vast bedrag, maar al het geld dat ze uitsparen door de bewoners zo min mogelijk te betalen, mogen ze in hun eigen zak steken.

De hele gang van zaken maakt de buurtbewoners zelden gelukkig, maar ze kunnen er weinig tegen beginnen. Eerder dit jaar wilden bewoners van het naburige Hangzhou betogen tegen hun uitzetting. Ze vroegen een vergunning, maar die kregen ze niet. Daarop trokken ze witte doktersjassen aan, waarop ze teksten schreven tegen hun uitzetting. De leider van deze demonstratie, die officieel geen demonstratie was, is onlangs veroordeeld tot vijftien dagen hechtenis.

Mevrouw Sha gaat niet demonstreren. ,,Daarvoor ben ik veel te oud, en vroeg of laat zal ik heus wel moeten toegeven'', zegt ze gelaten. Maar het moet extra moeilijk te verteren zijn dat zij zo weinig vergoeding krijgt als ze ziet waarvoor ze nu precies moet plaatsmaken. Rechts van haar is net zo'n luxe villawijk verrezen als die er op de plaats van haar bescheiden huis moet komen: de roze, Disney-achtige monstruositeiten brengen een huur op van enige duizenden dollars per maand. Dat maakt het des te moeilijker te bevatten dat er geen geld zou zijn om mevrouw Sha aan een flatje te helpen.