Mannen moeten vaderrol opnieuw definiëren

Het is te hopen dat Wineke Smid, in de laatste fase van haar studie klinische psychologie nog een paar boeken openslaat en haar conclusies niet blijft baseren op de vaders uit haar omgeving die zo `genieten' van hun kinderen. In reactie op het stuk van Dorien Pessers (Opinie & Debat, 20 december) stelt zij dat er ,,geen enkele aanwijzing is dat kinderen in alternatieve levensvormen ongelukkiger zijn of worden dan kinderen uit traditionele gezinnen''.

Deze stelling is letterkundig juist: er zijn inderdaad geen aanwijzingen, er zijn wel stapels op uitputtende onderzoeken gebaseerde feiten óók afkomstig uit de faculteit waar Smid in vertoeft. Diverse onderzoeken uit de ontwikkelingspsychologie demonstreren dat de betrokkenheid van de vader onder meer van groot belang is bij het proces van `individuatie': het ontstaan van een zelfbeeld bij het kind.

Terecht plaatst Pessers vraagtekens bij de vanzelfsprekendheid waarmee scheiding en alleenstaand-moederschap geaccepteerd zijn geraakt. Het universele besef dat kinderen een even grote behoefte hebben aan een moeder als aan een vader, heeft de laatste decennia plaatsgemaakt voor het idee dat kinderen genoeg hebben aan `voldoende' liefde en aandacht van één of twee of drie betrouwbare ouders, zoals Smid deze gedachte vertolkt.

Geslacht en biologische band? Doet er niet toe! Er zijn gelukkig steeds meer aanwijzingen dat deze zienswijze als een dwaling zal worden bijschreven in de annalen der gezinshistorie. Zowel in Nederland, waar het ministerie van Sociale Zaken met campagnes de betrokkenheid van vaders tracht te stimuleren, als in tal van andere landen, dringt het besef door dat grootschalige `ontvadering' tot schadelijke effecten voor kinderen én mannen leidt. In dit krachtenveld ligt voor mannen de taak hun vaderrol opnieuw te definiëren.